Omhooggevallen drel

Way Upstream Regie: Sander Francken. Met Gees Linnebank, Aus Greidanus, Celia van den Boogert, Geert de Jong, George van Houts, Juul Vrijdag. In Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, Maastricht.

In de verslagen van de Nederlandse Filmdagen kwam het al ter sprake: zonder medewerking van de televisie kan een speelfilm nauwelijks meer tot stand komen en een gevolg is dat de televisie de norm voor de speelfilm dreigt te gaan stellen. Dat zou niet zo erg zijn wanneer de televisie-afdelingen van de omroepen zichzelf en hun publiek zouden respecteren. Maar met kwaliteitsfilm hebben zij doorgaans weinig op. De mogelijkheid tot uitzending op prime time lijkt hun voornaamste eis en aangezien televisiemakers en -dramaturgen er blijk van geven weinig vertrouwen te hebben in de fantasie en het incasseringsvermogen van hun publiek, valt er weinig niveau te verwachten.

En nu wordt dus het televisiespel Way Upstream uitgebracht alsof het een serieuze speelfilm betreft, ook al voldoet het aan niet meer dan aan de miniemste televisienormen. Acteur Gees Linnebank had op het toneel de hoofdrol gespeeld in dit stuk van Alan Ayckbourn en hij nam het initiatief voor televisie-adaptatie. Regisseur Sander Francken raakte erbij betrokken en zag voor de Vara-produktie mogelijkheden voor distributie als "een kleine Nederlandse speelfilm'.

Het resultaat is een ramp die niet op het bioscoopdoek thuishoort. Francken weet geen van de gebruikelijke ongemakken van het verfilmde toneelstuk te vermijden: de door Ayckbourn sardonisch neergezette karakters worden geen filmpersonages maar blijven types, de toneeldialogen worden nadrukkelijk en dus onfilmisch gepresenteerd, de reële locaties worden benut als toneeldecor, oftewel, die echte boot had net zo goed van hardboard kunnen zijn, die echte bomen van schuimplastic, en dat reëel vijandige rivierlandschap opgeroepen door belichting en coulissen. Bij die theater-valkuilen wordt genoemde grootste-gemene-deler-eis van de televisie nog eens opgeteld, plus onbehoorlijk zware uitleg-muziek wanneer het verhaal ook maar iets wordt versneld.

Een ander belangrijk probleem is Franckens onvermogen om een sfeer op te bouwen. Way Upstream vertelt het verhaal van een brute buitenstaander die het evenwicht tussen vier mensen ontmaskert als broos en hun vriendschap als op niets gebaseerd door ze te terroriseren op een plaats waar ze niet kunnen weglopen, in dit geval een plezierjacht.

Ayckbourns stuk werkt toe naar een climax waaruit blijkt dat elk mens uiteindelijk maar één zorg heeft: het redden van zijn eigen huid. In Franckens bewerking komt die climax alleen als een verrassing voor wie niet oplet. Hij verlangde van zijn acteurs geen subtiele opbouw van hun personages. Al direct zet hij ze muurvast en karikaturaal neer: Aus Greidanus als de arrogante bal, George van Houts als de benepen angsthaas, Geert de Jong als de omhooggevallen drel, Gees Linnebank als de pathologisch-gevoelloze machtswellusteling - een verrassing is niet mogelijk. Alleen Celia van den Boogert slaagde erin ontwikkeling in haar rol te leggen. Haar zien we zorgvuldig evolueren van een lieve, brave sloof tot de tijgerin die klauwend het eigen nest beschermt. De vrouw die zij speelt, wordt automatisch de figuur die de aandacht mobiliseert. Haar volg je, haar houd je in de gaten, maar ik vraag me af of dat Franckens opzet is geweest.