Nederlandse relatie met atoombom Irak onzeker

ROTTERDAM, 26 SEPT. Een directe Nederlandse betrokkenheid bij de Iraakse pogingen om een kernwapen te ontwikkelen staat nog niet vast. Het Internationale Atoomenergie Agentschap (IAEA) in Wenen kan berichten daarover in de Nederlandse pers niet bevestigen.

Volgens woordvoerder David Kydd van het IAEA is tot nu toe alleen komen vast te staan dat Irak over (delen van) de kennis beschikt voor de bouw van de zogeheten typen G1 en G2 ultracentrifuges van Urenco. Urenco is de aanduiding van het samenwerkingsverband waarin Nederland, met Duitsland en Engeland ultracentrifuges ontwikkelt, bouwt en gebruikt. Ultracentrifuges worden gebruikt voor de verrijking van natuurlijk uranium totdat dat in kernreactoren kan worden ingezet. In principe zijn ze ook te gebruiken om uranium zeer hoog te verijken totdat het geschikt is voor kernwapens.

Het VN-inspectieteam in Irak dat tegen de sluitingstijd van deze krant nog steeds vast zat in een bus is volgens het IAEA in het bezit van een groot aantal voornamelijk in het Arabisch gestelde contracten tussen Westerse bedrijven en Irak voor de levering van onderdelen en apparatuur voor het Iraakse kernwapenprogramma. De documenten zijn nog weinig inzichtelijk en het IAEA weigert in dit stadium namen van de betrokken bedrijven of landen te noemen.

Een woordvoeder van Ultra Centrifuge Nederland (UCN) in Almelo noemt de ultracentrifuge-typen G1 en G2 min of meer verouderde typen die halverwege de jaren zeventig werden ontwikkeld.“Ik zou ze als zodanig herkennen, maar de vraag is of een team buitenlandse experts de centrifuges of tekeningen daarvan wel precies kan thuis brengen. De verschillende typen centrifuge lijken allemaal erg sterk op elkaar.”

De typen G1 en G2 werden ontwikkeld in de tijd dat de beruchte Pakistaaanse "atoomspion' dr. A.Q. Khan in Nederland verbleef. Wijdverspreid is de suggestie dat de Urenco-kennis die Pakistan zo in handen kreeg is doorgegeven aan Irak.