Nederland en Suriname gaan samen praten

NEW YORK, 26 SEPT. Suriname en Nederland gaan met elkaar praten over een intensievere vorm van samenwerking. Dat hebben de Surinaamse president Venetiaan en minister Van den Broek gisteren in in New York afgesproken.

Venetiaan en Van den Broek kwamen overeen dat men binnenkort - waarschijnlijk begin november - met politieke consultaties zal beginnen, waarin de vorm van die samenwerking zal worden gedefinieerd.

In het eerste gesprek gisteren in een van de conferentiezaaltjes van het immense VN-gebouw werden samenwerkingsvormen op de terreinen politie, justitie en overheidsadministratie wel genoemd, maar er werden geen beslissingen over genomen. Wel hebben Venetiaan en Van den Broek het gehad over een gemeenschappelijke aanpak bij de drugsbestrijding. De Nederlandse minister gaf daarbij aan bij die samenwerking ook andere landen te willen betrekken, zoals de Verenigde Staten en “Latijnsamerikaanse staten”. Hij wilde naderhand niet zeggen aan welke landen hij daarbij dacht.

Volgens minister Van den Broek heeft de Surinaamse president Nederland “verzocht”de contacten te intensiveren. Tijdens de eerste gespreksronde begin november, die op ministersniveau wordt gevoerd, zullen zo veel mogelijk de grondslagen voor die samenwerking worden vastgelegd. Waar deze conferentie wordt gehouden, is nog niet vastgesteld. Waarschijnlijk wordt een plaats gezocht zowel buiten Nederland als buiten Suriname; de Antillen worden als mogelijkheid genoemd.

De afgelopen maanden is veel gesproken van een "Gemenebest-relatie' tussen Nederland en Suriname, en ook wel van het "plan-Lubbers'. Minister Van den Broek wilde gisteren na afloop van het gesprek met de op 6 september geïnstalleerde president Venetiaan deze begrippen niet gebruiken, omdat hij "geen etiketten' op die samenwerking wilde plakken. “We gaan samen de uitgangspunten vaststellen en daarvervolgens technische invulling aan geven.”

Van den Broek gaf naderhand aan dat de, wat hij noemde, "machtsvraag' in Suriname aan de orde is geweest, de positie van het leger en van bevelhebber Desi Bouterse. Welke inzichten daarbij aan de orde zijn gekomen en wat president Venetiaan daarover zei, onthulde hij niet. Van den Broek gaf als zijn mening dat “in de nieuwe situatie in Suriname geen politieke rol voor het leger past”. Venetiaan herhaalde hetgeen hij ook in zijn inauguratierede heeft gezegd, namelijk dat hij het voornemen heeft op dit punt met voorstellen voor grondwetswijzigingen te komen.

Van den Broek was zichtbaar tevreden over het resultaat van het gesprek met de Surinaamse president. De politieke contacten zijn weer op ministersniveau hersteld, er wordt een dialoog op hoog niveau gestart, waarin de wensen die in Nederland leven ten aanzien van de relatie met Suriname allemaal aan de orde kunnen komen. De minister herhaalde naderhand telkens, ook tijdens een vraaggesprek met de Surinaamse televisie, dat de wensen en behoeften vanuit Suriname zelf de doorslag geven en de inhoud van de gesprekken bepalen.

Inmiddels wordt de hulp aan Suriname nog niet hervat. Minister Pronk heeft steeds aangegeven de afgelopen maanden pas weer meer dan humanitaire hulp te willen geven als dit binnen een totaalkader kan plaatsvinden van een economisch herstelplan.