Natuureducatie

Wie schetste mijn verbazing toen ik in W&O van 12 september las dat schoolkinderen in het praktijkgedeelte van natuureducatie gedwongen worden tot het weghalen van dood hout "om gevoel voor het landschap te krijgen'.

Bomenstichtingen wijzen in hun boeken en nota's speciaal op het belang van dood hout in de natuur. Dood hout bindt enige kooldioxide, een vooraanstaand broeikasgas, maar het biedt vooral talloze levensmogelijkheden aan evenveel organismen. Dode stammen zijn een lust voor 't oog, ze zijn begroeid met zwammen en zitten vol insectenleven en spechtegaten.

Een dooie boom is nu helaas eerder het symbool van een verpest, verzuurd milieu dan van een mooi, natuurlijk bos.

Toch worden te veel dode bomen verwijderd, waardoor Witrugspecht en Middelste Bonte Specht, die uit ons land zijn verdwenen, ook wegblijven.

Misschien beging schrijfster Gretha Pama een vergissing en is het niet waar. Hoe dan ook, het duidt er op dat "dood hout' een weinig levend thema in de natuureducatie is.

Waren er voldoende bossen met het bordje "natuurbos' er voor, dan wist elk kind dat tot dit tegennatuurlijk handelen gevraagd werd, de onwetende volwassen educator te vertellen dat je dood hout moet laten liggen.

Waar wel veel dor hout gekapt moet worden, dat zijn de bureau's van natuurorganisaties die een antiek concept van natuurbehoud over de bossen blijven koesteren: aanplanten, kappen, hout afvoeren, aanplanten, kappen, enzovoort. Dat is geen natuurbeschermen.