"Mobutu heeft chaos uitgelokt'

BRUSSEL, 26 SEPT. Waarom heeft het twee dagen geduurd voordat de Zaïrese president Mobutu iets van zich liet horen? Over die vraag breken Belgen en in Brussel wonenede Zaïrezen zich het hoofd.

Het antwoord is waarschijnlijk dat Mobutu zich totaal machteloos heeft gevoeld toen eenheden van de (door de Fransen geïnstrueerde) meest gedisciplineerde 31ste parachutistenbrigade aan het muiten sloegen. Pas toen Franse troepen van de overkant van de Zaïre-rivier naar de hoofdstad Kinshasa waren gekomen om strategische punten te bezetten, durfde Mobutu zijn onderdanen via de televisie weer de vertrouwde vermaning te geven dat het aan zijn traditionele rol van "wijs leider en goed huisvader' te danken was dat er niet meer bloed was gevloeid.

Mobutu, zo gelooft Omer N'Kamba, woordvoerder van de oppositiepartij UDPS van Etienne Tshisekedi, heeft de chaos in Zaïre doelbewust uitgelokt om op die manier de interventie van buitenlandse troepen te provoceren en met die steun aan de macht te blijven.

Veelbetekenend is dat er al heel snel nadat de Fransen waren gearriveerd een soort verbroedering plaatshad tussen de Franse troepen en de troepen van de DSP (Division Spéciale Présidentielle), “of ten minste dat deel dat trouw gebleven is aan Mobutu”, gelooft N'Kamba. “Voor de interventie was het regime spoorloos, gedurende twee dagen. Het heeft geduurd tot de komst van de Franse troepen voordat men weer van Mobutu hoorde spreken.”

De Zaïrese oppositiepartij heeft geen goed woord over voor de Franse ambassadeur in Kinshasa, “de enige die tijdens de crisis rechtstreekse contacten onderhield mat Mobutu”. Onder de dekmantel van een humanitaire operatie wordt volgens N'Kamba in feite Mobutu in het zadel gehouden. N'Kamba wijst er in dat verband op dat het leven van blanken op geen enkel moment in gevaar werd gebracht.

In dit verband is het veelzeggend dat vooral de symbolen van Westerse welvaart werden aangevallen en geplunderd: een buiten het centrum van Kinshasa gelegen supermarkt bijvoorbeeld, waar Westerlingen en Zaïrezen met veel geld - en dat zijn uitsluitend de likkers van Mobutu's hielen - alles kunnen kopen waar de gewone Zaïrees nog niet van kan dromen.

Belgische waarnemers vragen zich intussen af hoe Zaïre ooit tot democratisering kan komen: de politici van de oppositie, ook mensen als Tshisekedi van de UDPS, zijn allen ooit “in dienst” geweest van Mobutu en dus door de wol geverfd. Als die aan de macht zouden komen kan Mobutu altijd belastend materiaal naar boven halen.

“Eigenlijk is er geen alternatief voor Mobutu”, gelooft een Belgische waarnemer die Zaïre regelmatig bezoekt. “Er bestaat totaal geen politieke cultuur die gedragen wordt door democratische beginselen. Er is alleen corruptie en bevoordeling op basis van etnische verwantschap.”

De infrastructuur van het land ligt volledig in puin. Wegen zijn over grote afstanden overwoekerd door de jungle, luchthavens gedeeltelijk dichtgegroeid. Aan onderhoud is decennia lang niets gedaan. Vandaar ook dat de Belgische industrie geen belangstelling meer heeft voor investeringen in het land.

Op den duur zal de Belgische aanwezigheid in Zaïre - ooit, in de jaren zestig zo'n 85.000 mensen - waarschijnlijk verschrompelen tot de ongeveer 1200 katholieke missionarissen, die weigeren geëvacueerd te worden. Deze veelal uit West-Vlaanderen afkomstige Witte Paters zijn over heel Zaïre verspreid en beschikken over de enige goedwerkende organisatie die er nog is. Een organisatie die het hele onderwijs in het land in handen heeft, wat betekent dat elke Zaïrees letterlijk een heilig ontzag heeft voor de kerk.

Het is veelzeggend dat bijvoorbeeld de "procure' in Kinshasa, evenals de buitenposten, door plunderaars met rust zijn gelaten. De missionarissen vervullen vaak ook de rol van betrouwbare informanten. Zoals gisteren, toen een priester op de vraag of er nog geplunderd werd, eenvoudig antwoordde: “Nee het is nu rustig, er valt helemaal niets meer te plunderen.”