Klem tussen bewogenheid en een verantwoordelijke positie; "Eigenlijk heeft ze haar Kamerlidmaatschap nooit helemaal opgegeven'

“Ik wil voorkomen dat ik in een ivoren toren terechtkom.” Het was twee jaar geleden. Nog wat onwennig liep de verse staatssecretaris Elske ter Veld door de grote kamer op het ministerie van sociale zaken waar ze de christen- democraat Lou de Graaf opvolgde. “Net als toen je je als kind verkleedde in de kleren van je moeder”, voelde ze zich achter dat grote bureau. Acht jaar lang was de bevlogen vakbondsvrouw woordvoerster sociale zekerheid voor de PvdA in de Tweede Kamer geweest. "Elske stampvoet-boos' werd ze genoemd, en ook "de moeder van de minima'. Heilig nam ze zich voor in haar nieuwe baan het vuur te behouden: “Door een achterdeurtje wegglippen is niet mijn stijl. Ik zie hier natuurlijk de mensen terug die ik zelf getraind heb in actie voeren.”

Twee jaar later is het land in opstand. "Zieken en WAO'ers geveld door De Vries en Ter Veld', staat er op het spandoek waarmee op Prinsjesdag een lange stoet naar de Dam trekt. Een brandweerman schuift zijn pet achterover: “Ze luistert gewoon niet naar onze argumenten.” Hij roept door het rumoer van zijn sirene heen die hij lang en hard laat loeien. “Eerst speelt ze mooi weer met haar gedoe van "eerst mij afschaffen voordat je de WAO afschaft'. Nu zegt ze dat het niet anders kan. Zo'n wijf, daar heb ik geen woorden voor.”

Breed zit ze aan een tafeltje in café-bar Kroeze te Emmen. Zometeen moet ze de boze achterban toespreken. Het is tien dagen nadat het kabinet de bijgestelde WAO-maatregelen heeft aangekondigd. Een paar dagen eerder oogste ze storm op een partijbijeenkomst in Nijverdal: “Je kunt tenminste nog de toto winnen, want de AAW heeft geen inkomenstoets”, zei ze. De mensen schreeuwden. Hoe bedenkt ze het! Met haar vinger trekt ze lijnen in het perzische kleedje op tafel. Vroeger genoot ze ervan het land in te gaan; "als van een warm bed', vertelt een ex-fractiegenoot. Een oude man komt op haar af. “We kennen elkaar nog van vroeger, van de bond”, stelt hij zich voor. “Ik dacht, ik ga haar maar sterkte wensen, want je krijgt het zometeen verdomde moeilijk.” Ter Veld veert op: “Voor moeilijkheden zijn we nooit teruggedeinsd. Dat weet je toch, Henk?” Henk hoort het niet meer, hij is al weg.

Ziet ze er nu tegenop? Staat ze echt achter de plannen? Ter Veld zwijgt en kijkt geërgerd. De bijeenkomst begint. “Ik geef toe: de nieuwe regeling is niet meer de WAO zoals we die kennen. Maar hij is niet zo slecht als hij lijkt.” Het gaat detail in, detail uit, als een stoomwals over de zaal. Het belerende toontje is sterker dan ooit. Dat "toontje' is altijd al opgevallen. Volgens haar moeder komt die “duidelijke uitpraak door haar enorme belangstelling voor toneel en het voordragen van gedichten”. Vroegere collega-parlamentariërs geven er echter andere betekenissen aan. Ex-Kamerlid voor Groen Links André van Es, waarmee ze jaren heeft samengewerkt, is ervan overtuigd dat het te maken heeft met twijfel: “Het is het toontje van linkse mensen die zich gedwongen voelen niet-linkse dingen te doen. Ze denkt: als de mensen "nee' zeggen dan moet je blijven uitleggen, want ze begrijpen het nog niet. Daarom heeft het ook iets van: Hè, zucht moet ik nou nog méér”.

Ook in haar eigen partij is men ervan overtuigd dat Ter Veld geplaagd wordt door twijfel. “Het liefst zou ze moties tegen zichzelf indienen. Eigenlijk heeft ze haar Kamerlidmaatschap nooit helemaal opgegeven”, zeggen mensen in de fractie. Het gebrek aan overtuiging, zeker over de laatste kabinetsplannen, tekent haar optreden als bewindsvrouw. Daar waar ze vroeger "geknuffeld' werd, zoals PvdA-fractielid Flip Buurmeijer het laatst noemde, staat ze nu opeens tegenóver de zaal. Haar verlangen het "warme bed' weer te vinden vertaalt zich in plompe pogingen. “Maar als ik jullie nou nog één keer uitleg”, probeert ze in Emmen, nadat de zaal twee uur lang over haar heen is gevallen. De toon die vroeger sussend werkte, strijkt nu tegen de haren in. Er ontstaat een muur waar ze niet meer overheen kan klimmen. “Daar waar Kok met zijn ingebouwde afstandelijkheid juist weer een lijntje weet te leggen, knettert het bij Elske van de afstand”, zegt een fractielid. En zo gebeurt, ondanks zichzelf, precies wat ze twee jaar geleden zei te willen voorkomen: “Dat ik straks mijn toespraakje afsteek, en weer wegglijd in mijn dienstauto, zonder echt met de mensen gesproken te hebben.”

"Iets met mensen' wilde ze. De tweede dochter van vijf kinderen uit een Groningse "rooie kousen familie' ging studeren aan de sociale academie. De symbolen van het socialisme zaten op haar netvlies. “Ze vond het prachtig als ik op 1 mei met een rode vlag door Groningen liep”, vertelt haar moeder. Ze was actief lid van de PvdA. Ook Elske wordt lid van die partij. Ze gaat als vormingsleider werken, en daarna als groepsleidster in een Gronings buurthuis. Ze was goed links: Zo was de Europese Gemeenschap "een bolwerk van het kapitalistisch bedrijfsleven waarmee we de Derde wereld isoleren'.

Begin jaren zeventig treedt ze in dienst van de FNV en wordt hoofd van het vrouwen-secretariaat. Frans Drabbe, die toen haar baas was: “Allerlei zaken over vrouwen werden mij toen door de strot gewrongen. Die moest ik nog gaan verdedigen ook.” Hij lacht als hij eraan terugdenkt. “Het was een bewogen mens, ja. Zo zou je dat wel kunnen noemen. Af en toe wat veel bevlieging. Maar ik heb veel geleerd” Het mooie van "Elsje' was dat ze stond voor haar zaken. Ze was niet gemakkelijk, maar die dingen worden van een vrouw zo snel gezegd.

In 1981 komt Ter Veld in de Tweede Kamer. “Naamsbekendheid en vertrouwen had ik. Ik was een van de weinige vrouwelijke professionals op het gebied van vrouw en arbeid”, vertelde ze ooit in een vraaggesprek waarin ze de voetangels en klemmen van het politieke bedrijf beschreef. “Als ik iets per se wil duw ik ook een ander weg”, zei ze toen. “Op dit moment is het nog zo dat gewone aardige vrouwen het niet redden. Voor je het weet ben je je onderwerp kwijt.” De eerste hobbel waar het nieuwe Kamerlid voor kwam te staan waren de ziektewetplannen van Den Uyl. "Haar' vakbeweging was ertegen in opstand. Toch koos ze ervoor het plan te verdedigen. Ondanks, of misschien juist dóór haar radicale imago blijkt dit een constante in haar loopbaan. “Het was de politieke gebeurtenis die het moeilijkste voor haar was”, vertelde haar moeder een paar jaar later. Ter Veld verdedigde een maatregel waar ze "in haar hart' niet achterstond: “Ze begon er altijd over tegen Den Uyl. Die zei op het laatst: "Daar heb je Elske Ziektewet'. Zij pestte terug met: "Joop raket'.” Maar zodra de PvdA uit de regering stapte kwam het beeld van de vrouw-met-het-warme-hart weer volledig tot bloei. Met haar grote kennis van de sociale zekerheid -“daar was ze echt een kei in” zegt Drabbe - wervelde ze door de Kamer. “De manier waarop ze in de Kamer tekeer ging tegen de stelselwijziging!”, herinnert zich VVD-kamerlid Robin Linschoten zuur. “Je werd tot de categorie niet-sociale lieden verwezen. En als je dan ziet hoever ze nu zelf gaat.”

Wat is het toch met Elske Ter Veld? Het zou een pesterig lijstje worden als alle uitspraken die ze in de Kamer deed, naast die van nu zouden worden gelegd. Heel lang denkt ze "het ergste' te kunnen vermijden, maar als het dan zover is slaat ze radicaal om. Het geldt voor de voorzieningen voor gehandicapten waar ze begin dit jaar het mes inzette. Het geldt voor de WAO: “Een kapotte stofzuiger moet je repareren, die gooi je niet weg”, hield ze haar gehoor voor. Om een beleid uit te zetten "waarin de mensen weer vlot worden getrokken' duurt een tijd, en mag ook best wat kosten. “Als de minister van financiën roept dat het "zuuniger' moet. Dan zeggen we: We wisten altijd al dat het zuunig moest. Zuunig doen we het, maar ook verantwoord”, zegt ze op 1 mei onder de rode balonnen in café de Amelshof te Amersfoort. Van de partijgenoten krijgt ze een roos in de hand: “Eentje maar, zodat je in Den Haag met je andere vuist op tafel kan blijven slaan”. Elske glundert.

Nog geen maand later komt de omslag. “Die dag zal ik niet licht vergeten”, beschrijft ze hem zelf. Ze was samen met Kok in Deventer. Terwijl hij in de spreekbeurt nog zei dat ingrijpen in de duur en hoogte voor de PvdA onbespreekbaar was, kreeg zij de nieuwste cijfers binnen. “Ze waren nog somberder dan de somberste voorspelling. Ik kreeg het Spaans benauwd”, zegt Ter Veld achteraf in Trouw. “Ik begreep op dat moment dat ingrijpen in de uitkering onvermijdelijk was”. Dan komt de beruchte nacht van 13 juli waarin het kabinet besluit tot een drastische duurbeperking van de WAO. Ter Veld is uit het lood: “Ik dacht in ernst om af te treden. Ik zag dat mijn schoolagenda was afgelopen, en ik dacht: wat heeft het nou nog voor zin om een nieuwe te kopen?” Even later koopt ze een nieuwe agenda. Een snoopy-agenda. “Ik dacht: Het probleem loopt niet weg als ik hier wegloop”, zegt ze in datzelfde gesprek met Trouw.

Ook vorig jaar, toen de PvdA zich tot nieuw-flinks bekeerde, dacht ze erover om te gaan: “Zit ik hier dan nog in m'n eentje PvdA-tje te spelen?”, vertelde ze achteraf tegen Vrij Nederland. “Kop in het zand. Ik heb niets meer met dit kabinet te maken”. Even later “schrijft ze allerlei lullige briefjes”, zoals haar oude fractiegenoot Frans Moor het uitdrukt, om gemeenten te dwingen tot een strenger sanctiebeleid. Waar ze in de Kamer nog kokend van leer trok tegen de “toonzetting waarbij je als uitkeringsgerechtigde steeds meer moet aantonen dat je niet fout zit”, wordt misbruik van de sociale zekerheid nu een van haar hoofdonderwerpen: “Mij moet je niet aankomen met mensen die geen werk accepteren omdat het slecht interfereert met hun vrije tijd”.

De vraag die intrigeert is: Waarom stapt ze niet op, op het moment dat ze erover denkt? En waarom vertelt ze steeds pas achteraf dat ze erover gedacht heeft? “Het is iets van de missionaris: Als ik het niet doe komt er een ander en dan wordt het nog erger”, is de diagnose van Van Es. Linschoten denkt “dat er gewoon forse politieke druk op haar wordt uitgeoefend”. Ook zijn er mensen die niet uitsluiten dat ze door haar grote feitenkennis soms door de bomen het bos niet meer ziet. “Voor een staatssecretarisschap moet je de grote lijnen in de gaten kunnen houden, en jezelf niet verdrinken in regeltjes. Ze gaat slingeren en dat maakt het moeilijk”, zegt een van haar vroegere fractiegenoten.

Niet minder belangrijk is de eenzaamheid waarin Ter Veld op het ministerie terecht is gekomen. “Ze leeft geïsoleerd van waar ze eigenlijk zou willen zitten”, zeggen mensen die haar goed kennen. Drabbe beschrijft hoe het "teamverband' van de vakbeweging vroeger voor haar van groot belang was. Ook in de fractie werkte ze altijd vanuit een "wij-gevoel'. Dan wordt ze staatssecretaris “en dan krijg k opeens overal zelf de schuld van”, zegt ze vlak na haar benoeming. Meermalen is ze door de fractie uitgenodigd om te komen praten. “Dan kwam ze. Dan was het één waterval, maar ze weigerde haar kaarten op tafel te leggen: Als ik zelf nog niet weet wat ik wil, dan moet ik ook geen advies gaan vragen was haar redenering”. Elske ter Veld weerspiegelt de tragedie van de vuile handen; de eenzaamheid van een sociaal bewogen vrouw die in haar verantwoordelijkheid alleen staat.