Joegoslavië vecht tot boedel is verdeeld

Soms is het even rustig in Joegoslavië en zwijgen de wapens en gloort er hoop en worden er door nerveuze politici weer mooie plannetjes op tafel gelegd voor een volgende fase, plannetjes voor multilateraal overleg of vredebrengende dan wel vredebewakende troepen of rondetafelconferenties waar ritsen vertegenwoordigers van al die Joegoslavische naties aanschuiven om even aan de internationale politiek te ruiken. Tot het dan plots weer bommen regent op de dorpen van Kroatië, de tanks weer uitrijden, beschuldigingen, verwijten, dreigementen en ultimata elkaar in hoog tempo afwisselen en er weer veel nieuwe doden vallen.

Hoe lang nog denken de oorlogvoerende partijen in Joegoslavië dat macabere en krankzinnige carrousel vol te houden? Wanneer wordt die nooit verklaarde oorlog afgesloten? Het antwoord is betrekkelijk eenvoudig: in Joegoslavië zal worden gevochten totdat de grenzen zijn vastgelegd van het nieuwe Kroatië en het nieuwe Joegoslavië. Anders gezegd: tot de boedel is verdeeld. De Serviërs, gesteund door het federale leger, trachten in de huidige fase zoveel mogelijk Kroatisch gebied te bezetten, gebied waar de Servische minderheid woont of woonde, aangevuld met gebied waar Servië aanspraak op denkt te mogen maken.

In de volgende fase, die van de onderhandelingen, worden dan straks de resultaten van de oorlog bekrachtigd: Slovenië wordt onafhankelijk, Kroatië wordt onafhankelijk - minus het op het slagveld verloren terrein - en Servië domineert de rest en die rest mag gerust Joegoslavië blijven heten maar kan evengoed Groot-Servië worden genoemd.

Het is een scenario dat op het eerste gezicht ook best kansen maakt. De militairen scheppen op het slagveld de faits accomplis en de politici hebben het nakijken. Dat geldt natuurlijk vooral voor die in Kroatië, dat zich, militair vernederd als het is, niet in de positie zal bevinden in het "vredesproces' verloren gebied terug te eisen. En het geldt ook voor de EG-politici met hun bellenblazerij van oproepen en verklaringen en met hun op vrijwilligheid, instemming en consensus gebaseerde - en dus in Joegoslavië tamelijk nutteloze - codex van internationale gedragsregels en fatsoensnormen.

Simpel dus: de Serviërs vechten door tot ze "hun' Kroatische gebieden hebben. Pas dan stoppen ze, en pas dan wordt er serieus gepraat.

Maar helaas, in Joegoslavië is niets simpel. Want voorlopig kan niemand - geen buitenstaander althans - de vraag beantwoorden die zich vervolgens aandient: wáár precies liggen die nieuwe grenzen van dat nieuwe Joegoslavië, dat nieuwe Groot-Servië? Bij welke grens vinden de Serviërs en de federalen het mooi genoeg? Staken ze de strijd wanneer ze - en zover is het bijna - de gewenste delen van Slavonië in het noordoosten, Banië in het midden-zuiden en Krajina in het zuidwesten van Kroatië in bezit hebben? Of verplaatsen ze hun veroveringsoorlog naar Bosnië, dat voor veertig procent door moslims, voor drieëndertig procent door Serviërs en voor achttien procent door Kroaten wordt bevolkt? Bosnië wordt immers niet in zijn geheel bij rest-Joegoslavië gevoegd - daarvoor wonen er teveel Kroaten en de moslims willen het niet: zij zijn bang in dat door Servië gedomineerde nieuwe Joegoslavië terecht te komen, politiek overheerst door communisten, op religieus gebied gedomineerd door de niet om haar tolerantie bekend staande Servisch-orthodoxe kerk. Maar Bosnië wordt ook niet in zijn geheel bij Kroatië gevoegd - daarvoor wonen er teveel Serviërs. Dus wordt het verdeeld. Dat willen weliswaar de moslims ook niet (en ze zeggen bereid te zijn ten strijde te trekken om zo'n verdeling te voorkomen), maar er lijkt geen andere keus.

De vraag wanneer de nieuwe grenzen van Joegoslavië zijn bereikt en dus de vraag wanneer de oorlog ophoudt, is voorlopig niet te beantwoorden. Waarschijnlijk is wel dat er aan de beantwoording van de vraag nog veel geweld van pas zal komen. En waarschijnlijk is ook, dat wanneer uiteindelijk de nieuwe grenzen zijn getrokken en na een plechtige conferentie de vrede wordt getekend, de onrust, de instabiliteit en het etnisch geruzie, al dan niet met geweld, nog jaren of zelfs decennia zullen blijven voortduren. Het Joegoslavië dat wij kennen valt namelijk niet langs etnische lijnen te verdelen. Als dat wel het geval was geweest, zou het bij diverse eerdere gelegenheden in de laatste paar honderd jaar wel zijn gebeurd.

Het is ook vaak genoeg geprobeerd, door de Groot-Servische leider Ilja Garasanin aan het eind van de vorige eeuw, door koning Alexander voor de oorlog, door Tito. Het is nooit gelukt: de lappendeken van volkeren en volkjes, etnische en religieuze groepen is te ingewikkeld voor duidelijke en eerlijke grenzen. Honderden jaren lang zijn etnische en religieuze groepen door elkaar geschud, verplaatst, verdreven, weggelokt. Gebieden zijn ontvolkt en herbevolkt, eeuwenlang trokken Turken naar het noorden, Albanezen naar Macedonië, Serviërs naar Vojvodina, Duitsers naar het zuiden, Kroaten naar de kust, Italianen naar Dalmatië. De oorlog in Kroatië is het resultaat van zo'n volksverhuizing, want toen de Habsburgers aan het eind van de zeventiende eeuw de Turken terugdrongen tot zuidelijk van de Donau en de Sava, nodigden ze boeren-vechtjassen uit het door de Turken getiranniseerde Servië uit om zich in de nieuwverworven gebieden in Kroatië en Noord-Bosnië te vestigen: Lika, Backa, Srem en Slavonië, tot de Banaat toe, de hele boog langs de huidige Kroatische zuidgrens, die toen de grens tussen het Habsburgse en het Ottomaanse rijk vormde, de boog waar de afgelopen maanden zo hard om is gevochten. De afstammelingen van die Servische kolonisten wonen er nog steeds en zijn, omringd door katholieke Kroaten, driehonderd jaar orthodoxe Serviërs gebleven.

De Balkan is zeven eeuwen onrustig geweest, een toneel van oorlogen, invasies, bezettingen, onderdrukking, opstanden, massadeportaties en terreur, van voortdurend wisselende grenzen en van voortdurend wisselende regimes. De lappendeken is het resultaat: de geschiedenis verklaart hoe Roemenië een Albanese minderheid kan hebben en Albanië een Roemeense minderheid, ook al liggen beide landen aan het andere uiteinde van de Balkan, hoe er in Vojvodina een Slowaakse minderheid kan voorkomen, in Servië een Roetheense en een Duitse, in Bosnië een Italiaanse en een Armeense; het verklaart hoe het ene dorp door en door katholiek en Kroatisch en het volgende dorp door en door orthodox en Servisch is. Grenzen vaststellen is in die lappendeken onbegonnen werk. De Kroatisch-Servische grens werd in 1945 na veel denkwerk over de eerlijkst mogelijke scheidslijn vastgesteld door Milovan Djilas, Tito's tweede man, de latere dissident. Eerlijk? Er is nu drie maanden om die grens gevochten: een eerlijke grens was niet mogelijk en is het nog altijd niet. In Bosnië is de zaak nog veel ingewikkelder. Het is ondenkbaar, zo schreef diezelfde Djilas onlangs, Bosnië te verdelen zonder dat dat uitloopt op een nieuwe etnisch-religieuze burgeroorlog.

Er is nog een tweede aspect, naast dat van de vraag welke bevolkingsgroep waar woont: dat van het historische bewustzijn. Het gaat er niet slechts om waar Serviërs wonen (en Kroaten, Bosniërs, Albanezen etcetera), het gaat er óók om waar Servië vindt dat zijn ideale grenzen liggen. Van welk historisch voorbeeld gaan de Serviërs uit bij het huidige bloedige landjepik? Nemen ze het Servië van hun grote keizer Stefan Dusan in de veertiende eeuw als uitgangspunt? Dat rijk reikte van Belgrado tot de Adriatische en de Egeïsche Zee en omvatte naast Albanië, Epirus en Thessalië ook - relevanter voor dit moment - Kosovo, Macedonië, Montenegro en de Dalmatische kust die nu bij Kroatië hoort. Of nemen ze wellicht het gebied als uitgangspunt waarbinnen het orthodoxe patriarchaat van Pec vierhonderd jaar lang fungeerde als het zowel nationale als religieuze hart van Servië? Dat gebied reikte van Boedapest tot de Griekse grens en van westelijk Bulgarije en Transsylvanië in wat nu Roemenië is tot aan de Dalmatische kust. Nog steeds zijn die gebieden - de halve Balkan - voor de Serviërs "de Servische Landen', ook al ligt Pec niet eens in Servië maar in Kosovo en ook al liggen grote delen van die "Servische Landen' nu in Albanië, Bulgarije, Roemenië en Hongarije. Of nemen de Serviërs het Groot-Servië als uitgangspunt dat Ilja Garasanin voor ogen stond toen hij in 1844 zijn Nacertanije (Memorandum) publiceerde: Servië, Vojvodina, Montenegro, Bosnië, Kosovo en Macedonië?

Voorlopig weet men dat alleen in de binnenkamers van de militaire en politieke strategen in Belgrado. Maar zeker is dat, hoe de grenzen ook zullen uitvallen, etnisch-religieus geruzie ook op de lange termijn een rol zal blijven spelen. De oorlog waar we nu getuigen van zijn begon niet deze zomer: de oorlog duurt in wezen al honderden jaren. De naoorlogse vrede - een door Tito afgedwongen vrede - was een intermezzo, was geen norm maar uitzondering.

Een gram macht weegt meer dan een pond hersens, zegt een Servisch spreekwoord en het is die filosofie die tot op zekere hoogte nog altijd het doen en laten van machthebbers in Belgrado (en Zagreb) bepaalt. Dat de Westerse politici menen de door zevenhonderd jaar geschiedenis gepresenteerde rekening te kunnen vereffenen door her en der wat vredestroepen te stationeren en onder de vlag van nette principes rond de tafel te gaan zitten, is, zeker op langere termijn, een illusie.

Een gram macht weegt meer dan een pond hersens, zegt een Servisch spreekwoord. Het is die filosofie die nog altijd het doen en laten van machthebbers in Belgrado en Zagreb bepaalt.