Het is oorlog tussen twee groepen die zich beide DFLP noemen

ALGIERS, 26 SEPT. “Het tijdperk van de versteende mammoeten moet nu maar eens afgelopen zijn.” In wisselende toonaarden herhaalden de afgelopen dagen diverse afgevaardigden van het PLO-parlement, de Palestijnse Nationale Raad, die opmerking van Jamil Sharaf.

Met de “mammoeten” worden de leiders bedoeld van de twee grote Pan-arabisch-marxistische groeperingen, PFLP en DFLP. Zij hebben hun clubs in een ijzeren ideologische greep en wijken ook op deze Palestijnse Nationale Raadszitting geen jota af van de oude, vertrouwde PLO-politiek, die thans - onder druk van de veranderde machtsverhoudingen in de wereld - veranderd moet worden.

Drie jaar geleden nog was Jamil Sharaf een trouw aanhanger van Nayef Hawatmeh, de oprichter, leider en secretaris-generaal van het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP). Maar sinds begin dit jaar is de organisatie gesplitst. Yasser Abed Rabbo, die het DFLP in het Uitvoerend Comité (het dagelijks bestuur) van de PLO vertegenwoordigt, werd, na jarenlange ruzies en wederzijdse beschuldigingen van verraad begin dit jaar samen met zijn aanhang uit het DFLP gezet. Een jongere garde wil onder invloed van de intifadah afschaffing van de marxistische leuzen, méér diplomatie dan “gewapende strijd”, grotere interne democratie en minder pan-Arabisme, dat wil zeggen meer macht voor de Palestijnse leden van de organisatie. Het is een soort Palestijnse perestrojka. Voor het eerst onderstrepen dan ook Hawatmehs vijanden in de wandelgangen van de Nationale Raad dat Hawatmeh geen Palestijn is, maar een Jordaniër.

Het is oorlog tussen de twee groepen die zich beide DFLP blijven noemen. Een oorlog die dinsdagavond in de Nationale Raad op een klein handgemeen uitliep, toen Rabbo in een uiterst realistische schets van de voor de PLO zo sombere politieke situatie zei: “Wij van het DFLP vinden dat ...” Hawatmehs aanhang binnen de partij en onder de “Onafhankelijken” was in de zaal gemobiliseerd en maakte Rabbo met geschreeuw en gescheld het verder spreken onmogelijk. Pas door ingrijpen van Arafat - hij deed een hartstochtelijk beroep op de democratische waarden van de PLO en haar noodzakelijke eenheid aangevend dat “de situatie catastrofaal is, ik herhaal catastrofaal” - verzoenden Hawatmeh en Rabbo zich weer ogenschijnlijk middels een door Arafat geregisseerde omhelzing.

Maar het was een schijnverzoening. Beiden blijven zich beschouwen als het enige, echte DFLP. Hun gevecht is typerend voor een nieuwe trend binnen de PLO. De malaise is gigantisch omdat de Palestijnen zich door de hele Arabische wereld verkocht en verraden voelen. Rabbo schetste bij voorbeeld hoe Egypte, Syrië en Jordanië met allerlei uitvluchten kwamen om het verzoek van de PLO tot gezamenlijk overleg over de vredesconferentie naast zich neer te leggen. En toen Hawatmeh van leer trok tegen de Amerikaanse politiek, interrumpeerde Arafat hem: “Het zijn niet alleen de Amerikanen, maar evenzo de Arabische landen”.

De leiders van Arafats Al-Fatah-groepering, de rijkste en machtigste club binnen de PLO, zijn tot de conclusie gekomen dat als de PLO de vredesconferentie boycot, Israel alle kans wordt geboden om de bezette gebieden met nieuwe nederzettingen te bevolken. Die nederzettingen worden thans als zo levensgevaarlijk gezien, omdat de honderdduizenden joden uit de Sovjet-Unie die naar Israel emigreren in theorie daar gevestigd kunnen worden. Dat zou een demografische ommekeer kunnen veroorzaken, waardoor er in de toekomst geen sprake meer kan zijn van "Land in ruil voor Vrede'. De Palestijnen zouden dan geen enkele kans meer hebben op wat voor soevereiniteit ook in enig stukje Palestina.

Maar mensen als "Hakim', de Dokter, zoals Georges Habash, eerbiedig wordt genoemd, de leider van het pan-Arabische en ook marxistisch georiënteerde Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), stellen “dat de Palestijnse Revolutie geen 75.000 martelaren heeft opgeofferd voor autonomie”. In zijn logisch opgebouwde rede stelde Habash dat de Palestijnen, nu de Arabieren door het Golfconflict verscheurd zijn, op zichzelf en op de Arabische massa's moeten vertrouwen. Hij richtte zich tot Arafat met een Koran-tekst: “De gelovigen zijn oprecht maar zij brengen niet in praktijk wat zij geloven”. En hij concludeerde: “Wij moeten de strijd voeren tot de zege of de dood”.

Het is een oude strijdleuze, jaar in jaar uit door Arafat zelf gebruikt, die uiteraard opnieuw luidkeels door de vergadering werd toegejuicht. Het was een applaus waarmee eer werd bewezen aan een oude, gemeenschappelijke droom, die nu ten grave wordt gedragen. Eer aan de man en de idee, die zovelen in de vergaderzaal - inclusief Arafat zelf - in vroeger dagen inspireerden. Vandaar dat Habash met zoveel egards wordt omringd. Arafat viel opeens vreselijk uit naar een leider van een piepkleine Palestijnse organisatie (die hij persoonlijk niet kan uitstaan) die hij onnodig wantrouwen verweet omdat hij zich door zijn lijfwacht naar het spreekgestoelte liet begeleiden. “Voor wie ben je eigenlijk bang? Ik ben de enige die hier met een pistool is bewapend!” riep Arafat. Maar Georges Habash - “meneer de Oppositie”, zoals hij liefkozend door Arafats vertrouweling Nabil Sha'ath wordt genoemd - mocht, evenals natuurlijk Arafat zelf, zijn lijfwacht behouden.

Het zijn eerbetuigingen aan het verleden. De nieuwe politieke werkelijkheid werd misschien het mooist verwoord door Khaled el-Hassan: “De wil is wèl een noodzakelijkheid, maar geen politiek programma. Wij moeten ons bewust zijn van de Palestijnse psychologie: wij lijden aan een tegenstrijdigheid tussen ons hoofd en ons hart (..) Het geluid van de kogels is de muziek waarop wij dansen; de afwijzing is het ritme van onze muziek. Alleen komen we daar nergens mee. Het is in tegenspraak met wat het verstand ons gebiedt. Wij vinden het heerlijk om naar mensen te luisteren die alles afwijzen. Maar wij weten dat wij moeten overleven (..) Wij willen niet de totale gerechtigheid, want die is thans, op dit moment, niet uitvoerbaar.”

Dit soort revolutionaire uitspraken laat zien welke weg de PLO-leiding wil gaan bewandelen. Khaled el-Hassan vertolkte min of meer datgene wat Arafat niet publiekelijk kan zeggen.

Het beste bewijs voor de koerswijziging van de PLO-leiders is de veranderde houding van Farouk Kaddoumi, die in het Uitvoerend Comité verantwoordelijk is voor de buitenlandse betrekkingen. Kaddoumi, die binnen Al-Fatah altijd voorstander was van een harde, radicale koers, blijkt totaal van mening veranderd. In zijn rapport gaf hij als oordeel dat “de Amerikaanse hegemonie op het internationale vlak niet onverenigbaar is met de belangen van Israel, maar niet noodzakelijkerwijs de belangen vertegenwoordigt van de Israelische leiders”. Ook deze realistische inschatting is revolutionair. De PLO ging er namelijk altijd vanuit dat de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek door Israel en de Amerikaanse joden gedicteerd werd.

In een besloten zitting van de Nationale Raad rechtvaardigde Arafat zijn koerswijziging: “Wij geven onze fundamentele principes niet prijs. Onze handelwijze is een tactische stap die wij onder dwang van de huidige situatie zetten.”

Hij probeert dan ook de Nationale Raad een slotresolutie te laten aannemen waarin "ja maar' wordt gezegd, dat wil zeggen een voorwaardelijk "ja'. Maar zo'n acceptatie van de Nationale Raad (einde van de Israelische nederzettingenpolitiek, Jeruzalemse inwoners aanwezig op de vredesconferentie en een Amerikaanse toezegging dat Jeruzalem onder de termen van Veiligheidsraadresolutie 242 valt, dus ook weer voor Israelische ontruiming vatbaar is) moet zodanig worden gesteld dat een Amerikaanse afwijzing van deze voorwaarden niet automatisch tot een uiteindelijk nee leidt.

Met geveinsd of oprecht optimisme - dat weet je nooit in het Midden-Oosten, omdat daar hoop even goed verkoopt als brood - stellen Arafats naasten dat de brief die de Amerikaanse minister Baker aan de Palestijnse vertegenwoordigster Hanan Ashrawi heeft gegeven met de Amerikaanse toezeggingen over de vredesconferentie “onherkenbaar” was veranderd. Het woord “Palestijnen” was veranderd in “het Palestijnse volk” en de Amerikanen zouden hebben toegezegd dat de toekomstige Palestijnse autonomie in de bezette gebieden het recht van de Palestijnen inhoudt om over een eigen waterhuishouding te beschikken - een van de moeilijkste geschilpunten tussen Israel en de Palestijnen.

Volgens betrouwbare bronnen hier hebben Faisal Husseini en Hanan Ashrawi vannacht de Palestijnse parlementariërs toegesproken in een besloten zitting. Zij zouden diepe indruk op de Vergadering hebben gemaakt. De journalisten werden, om hun ontvangst te vergemakkelijken, krachtdadig van het ene op het andere moment het vergadergebouw uitgegooid.

Het staat dan ook vast dat de PLO thans alles op alles zal zetten om een eind te maken aan de Israelische bezetting en dat zij daarvoor bereid is de nationale zelfbeschikking gedurende een interim-periode in de ijskast te zetten. Niemand weet of dat op lange termijn zelfmoord voor de PLO betekent. Maar de meerderheid hier is ervan overtuigd dat afwijzing van de Amerikaanse conceptie op korte termijn zelfmoord zou betekenen.