Deutsche Bank richt eigen "Treuhand' op voor sanering ex-DDR

BONN, 26 SEPT. De Deutsche Bank zal een investeringsmaatschappij oprichten die meerderheidsbelangen wil nemen in Oostduitse bedrijven. De grootste Duitse bank heeft dit gisteren bekendgemaakt.

Zij wil zulke bedrijven van de Treuhand kopen en via sanering en managementhulp versneld winstgevend maken. Later kunnen zij dan eventueel worden verkocht - na aandelen-emissies - via de beurs. Het kapitaal van de nieuwe maatschappij wordt “voorshands” 100 miljoen mark.

De bank zegt in beginsel levensvatbare vroegere Oostduitse staatsbedrijven op de been te willen brengen en zo te helpen voorkomen dat Oost-Duitsland slechts de “verlengde werkbank” wordt van het Westduitse bedrijfsleven. Onder de regie van het met grote financiële lasten worstelende Treuhand-instituut, dat in opdracht van de Duitse regering zo snel mogelijk de sanering en privatisering van 8.000 vroegere DDR-staatsbedrijven moet realiseren, vallen nu veel van zulke bedrijven voor een appel en een ei toe aan Westduitse bedrijven. Dat gaat in een nu hoog tempo, per eind augustus had de Treuhand zo'n 3.400 bedrijven verkocht (opbrengst 12,5 miljard mark, 600.000 arbeidsplaatsen daardoor verzekerd, geplande investeringen 70 miljard, waarvan 65 miljard als “overheidstoegift” van de Treuhand zelf).

Maar die verkopen, doorgaans op de rand van een faillissement, geschieden vaak zonder kans op behoud of ontwikkeling van eigen Oostduitse technologische kennis. De expertise en de opdracht van de Treuhand zijn daarop ook niet allereerst gericht. Reden waarom, niet alleen in de vroegere DDR zelf, voor de toekomst een toenemende afhankelijkheid en “onderschikking” van Oostduitse bedrijven wordt gevreesd. Kurt Biedenkopf, minister-president in Saksen, de meest geïndustrialiseerde Oostduitse deelstaat, waarschuwt daarvoor al maanden.

Tegelijkertijd groeit in West-Duitsland de zorg dat uit vele vroegere DDR-staatsbedrijven dadelijk, om sociale redenen, overdadig gesubsidieerde en dus niet echt levenskrachtige bedrijven zullen ontstaan. Dat de Treuhand, tegen haar zin, onlangs mede een rol moest gaan spelen in arbeidsplaatsenprojecten van de Duitse regering heeft die zorg vergroot. Zogezien kruist de Deutsche Bank hier de degens met de regering in Bonn. Zij zegt een markteconomisch alternatief te willen bieden aan Oostduitse bedrijven die zich nu nog in een armlastige “grijze” zone bevinden.

Het initiatief van de bank valt samen met berichten dat de Oostduitse economie ondanks een onverminderd hoge werkloosheid langzamerhand toch wat door het diepste dal raakt, vooral dankzij de nu sterke groei in het midden- en kleinbedrijf en de bouw (niet: de industriële sector). De bank wil haar nieuwe investeringsmaatschappij buiten de (noodlijdende) kolen- en staalsector in Oost-Duitsland laten blijven. De nieuwe creatie wordt naast een al bestaande eigen dochter opgezet, de Duitse participatiemaatschappij, die echter alleen op minderheidsbelangen in (totnogtoe: zeven) Oostduitse bedrijven mikt.