Den Haag brengt EG in tijdnood

DEN HAAG, 26 SEPT. De tijdnood die is ontstaan nu nog maar tien weken resten om een verdrag te sluiten over een Europse Politieke Unie, heeft Nederland voor een groot deel over zichzelf afgeroepen. Trage besluitvorming tussen de verschillende ministeries, een weer opgelaaide richtingenstrijd op Buitenlandse Zaken, verkeerde signalen aan de andere lidstaten en de daarop volgende felle kritiek uit een aantal hoofdsteden, hebben geleid tot uitstel van onderhandelingen over een verdragstekst voor de Europese Politieke Unie (EPU). Nu blijft alleen de kans over dat begin december een sterk afgezwakte tekst het haalt op de Eurotop in Maastricht.

Dat zeggen experts die de laatste maanden nauw betrokken waren bij het opstellen van de ontwerptekst, die Nederland dinsdag als voorzitter van de EG presenteerde. Het felst in hun oordeel zijn ambtenaren van Financiën en medewerkers van De Nederlandsche Bank, die vrezen dat het verdrag voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) in gevaar komt als over politieke samenwerking geen overeenstemming wordt bereikt. Met name Duitsland wijst de economische en monetaire samenwerking zonder een politieke unie af.

Dit voorjaar was het allemaal zo mooi begonnen. Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) wijzigde zijn koers en stemde er mee in dat de Europese Raad - het Franse staatshoofd en de elf regeringsleiders - als motor van de Europese integratie ging fungeren. Deze raad beslist met unanimiteit en is niet onderhevig aan controle door het Europese Parlement.

De competentiestrijd over het voeren van buitenlands beleid met premier Lubbers gaf Van den Broek aan de vooravond van het Nederlandse voorzitterschap gedeeltelijk op. Heette het in december in een brief aan de Kamer nog dat “Nederland niet denkt aan een formele opwaardering van de positie van de Europese Raad”, nu zochten de ministers bij het opstellen van verdragsteksten naar "ruime formuleringen', die toch een element van "communautisering' in zich hielden.

Pag.10:

EG in tijdnood door traag Den Haag; "Rechtzinnigen in de Europese leer konden hun slag slaan'

Maar op Buitenlandse zaken was die toenadering door sommige ambtenaren die aan de ontwerpteksten sleutelden, slecht verstaan. Zij gingen aan de slag en als Eurocentristen bepleitten zij een sterke rol van de Europese Commissie en het Europese parlement. Toen de zesde versie van een ontwerptekst begin september in Brussel circuleerde, liet de woordvoerder van minister Van den Broek na felle kritiek van andere landen puntig weten dat het slechts ging om een werkstukje van staatssecertaris Dankert. De politieke leiding van het ministerie had het zo druk met zaken als Joegoslavië en de Sovjet-Unie dat de “rechtzinnigen in de Europese leer hun slag konden slaan bij het opstellen van de ontwerptekst voor de EPU”, aldus een van de meest betrokken ambtenaren.

Daarnaast waren er eindeloze debatten in de CoCo, de commissie van hoge ambtenaren - soms kwamen er wel veertig opdraven, verknocht aan eigen hobbies - van ministeries die met EG-regelgeving te maken hebben. Op Sociale zaken was men bang dat nationale verworvenheden van de verzorgingsstaat ondergeschikt zouden worden gemaakt door de EG. Justitie weigerde enige vorm van communautaire samenwerking te introduceren op het gebied van asielrecht, illegale vreemdelingen, drugs en terrorisme. Samenwerking was best, maar dan met individuele staten. Die eindeloze discussie in de Coco stond een snelle besluitvorming over een nieuwe verdragstekst ook in de weg.

Nederland had zich daarenboven een heel zware taak gesteld. De Luxemburgse voorstellen over de Politieke Unie deugden volgens Buitenlandse zaken nauwelijks. Het Nederlands voorzitterschap moest bijna geheel nieuwe tekst maken met als hoofdpunten: een krachtiger rol voor het parlement en meer communautaire samenwerking (besluiten door de Raden van ministers met een meerderheid van stemmen, voorbereid door de Europese Commissie en beoordeeld door het Europese parlement). Het veiligheids- en buitenlands beleid zou een aanvulling zijn op NAVO en WEU (de Westeuropese Unie van negen lidstaten). Justitiële en politiële samenwerking zou alleen op beperkte schaal binnen de EG mogelijk zijn. Er zou een Europese eik worden opgericht en geen afzonderlijke zuilen onder één dak.

Pas laat grepen de eerst verantwoordelijke ministers Lubbers en Van den Broek in. Ze hadden deze zomer hun handen vol aan de WAO en Joegoslavië. Maar afgelopen vrijdag werd uiteindelijk een verwaterde tekst voor het ontwerpverdrag door de ministerraad geloodst. In Maastricht komt geen definitief verdrag, maar een aanzet, een verdere stap tot een verdrag dat in 1996 opnieuw kan worden opgetuigd, zei Lubbers na afloop van de kabinetsvergadering. Lubbers' opdracht luidde dat in de komende weken met zorg irritatie bij de andere lidstaten vermeden zou moeten worden en dat Nederland als voorzitter vooral ruim moest denken, niet rigide in een leer die op dit moment toch niet te prediken viel.

Nu de tekst op tafel ligt, vraagt men zich in Den Haag en Brussel af waarom bij de voorbereidingen voor de verdragsteksten over EMU en EPU een zo verschillende aanpak is gekozen. De onderhandelingen over de Economische en Monetaire Unie zijn veel beter voorbereid en begonnen al in 1988 met het werk van de Commissie-Delors. De centrale banken hadden vorig jaar al ontwerp-statuten voor de toekomstige Europese centrale bank klaar. Bij de EMU is gebruik gemaakt van externe deskundigen. Bij EPU zijn nooit externe ideeën gegenereerd, alles is besloten gebleven in de ambtelijke molens van Buitenlandse zaken en pas laat werd daar politieke richting aan gegeven. Zo ontstond verwarring, vooral ook bij de andere lidstaten (premier Major sprak vorige week in Den Haag over “formidabele problemen”).

Bij de EMU-onderhandelingen zijn eerst de moeilijkste en politiek gevoeligste punten op een rij gezet en heeft Nederland als voorzitter daarover beslissingen geforceerd. Een voorbeeld is de feitelijke invoering van "twee snelheden' bij de slotfase naar één gemeenschappelijke munt. Dankzij een vernuftige formulering blijven alle twaalf landen betrokken bij deze slotfase, maar zullen niet alle landen tegelijk op één munt kunnen overstappen en zeggenschap krijgen in de Europese centrale bank. Nu dit gevoelige politieke punt is geregeld en vrijwel alle hobbels genomen zijn, zet men zich aan het schrijven van de verdragsteksten. Deze volgorde heeft goed gewerkt.

Bij voorbaat houden de financiële en monetaire autoriteiten in Nederland er al rekening mee dat er bij de onderhandelingen over de Politieke Unie weinig vorderingen gemaakt zullen worden. Daarom hebben ze besloten om de institutionele onderbouwing van het EMU-verdrag zelf ter hand te nemen. In Apeldoorn, waar de EG-ministers van financiën en centrale bankpresidenten afgelopen weekeinde bivakkeerden, is afgesproken dat de Europese Raad eind 1996 de beslissing zal nemen over de definitieve invoering van de EMU. Een zo pregnante rol voor de Raad ligt nog altijd gevoelig op Buitenlandse Zaken.

Bij EPU is een andere volgorde gekozen dan bij de EMU. Hier ligt een verdrag op tafel waarin de politiek gevoelige kwesties niet zijn opgelost, maar nog uitonderhandeld moeten worden. Natuurlijk waren er bij het opstellen van een EPU-verdrag veel grotere hindernissen te nemen. Maar pas laat grepen de politiek verantwoordelijke ministers in en de verwarrende signalen aan de lidstaten in de afgelopen weken zullen het niet gemakkelijker maken om in Maastricht een verdrag af te sluiten. Die overeenkomst wordt des te meer noodzakelijk nu andere landen lid willen worden van de EG. Het Huis van de Twaalf zal dan ingericht moeten zijn.