De Vries wil nog dit jaar akkoord in EG over OR

MAASTRICHT, 26 SEPT. Minister De Vries (sociale zaken) wil zich de resterende periode van het Nederlands EG-voorzitterschap extra inspannen voor de totstandkoming van een Europese richtlijn over ondernemingsraden voor multinationals.

De Vries zei vanmorgen op een bijeenkomst van het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) in Maastricht te hopen de komende maanden het verzet van de Europese werkgevers verenigingen en van de Britse regering tegen de richtlijn te kunnen wegnemen.

De voorgestelde richtlijn verplicht grote concerns met vestigingen in verschillende EG-landen tot de instelling van een Europese ondernemingsraad. Dit orgaan moet worden geïnformeerd en geconsulteerd bij ingrijpende bedrijfsbeslissingen. Afgezien van min of meer vrijblijvende initiatieven bij enkele multinationals (zoals Volkswagen, Bull en Thomson) is momenteel geen sprake van “een grensoverschrijdende discussie tussen werknemers en het centrale management”, aldus De Vries. Daardoor kunnen hoofddirecties bij ingrijpende kwesties gemakkelijk bestaande lokale of nationale ondernemingsraden passeren.

In de praktijk zou dat kunnen leiden tot uitholling van de medezeggenschap in met name de Noordeuropese EG-landen. “Met alleen nationale regelgeving kan dit Europese medezeggenschapstekort niet adequaat worden opgelost”, aldus De Vries.

De minister onderstreepte het belang van de richtlijn die de steun heeft van het Europese Parlement en van elf van de twaalf lid-staten. Voor invoering van de Europese ondernemingsraad is op dit moment nog unanimiteit onder de twaalf lid-staten vereist, maar dat verandert wellicht in de nabije toekomst. Hierdoor dreigt volgens De Vries het volgende dilemma: “Moeten we proberen snel zaken te doen door water bij de wijn te doen of is het verstandiger te wachten op het moment dat in het kader van de Europese Politieke Unie wordt besloten tot het loslaten van de unanimiteitsvereiste op het terrein van arbeidsverhoudingen?”

Als het er de komende weken naar uit gaat zien dat deze unanimiteitsvereiste overeind blijft, dan zal de geneigdheid om water bij de wijn te doen groter worden, aldus De Vries.

De minister zei echter te hopen, de komende twee maanden tot de EG-ministersconferentie op 3 december in Maastricht, een uitweg uit het dilmemma te kunnen vinden. “Na ons zijn Portugal en Groot-Brittannië voorzitter. Het is duidelijk dat we van het laatste land niets en van het eerste land weinig te verwachten hebben als het om de Europese ondernemingsraad gaat. Dus moeten wij alles op alles zetten om voortgang te boeken”, aldus De Vries.