De vistachograaf is er al

Navigatie- en communicatiesatellieten kunnen worden ingezet voor de controle op vangstbeperkende maatregelen. Maar dat is wel duur Het vangstbeperkingsbeleid van de Europese Gemeenschap is een heet hangijzer. Wat is gericht op de instandhouding en het beheer van vissoorten, wordt door de vissers zelf opgevat als een regelrechte straf. Ook de controle op de vangstbeperkingen blijft problematisch. De traditionele methoden voor het controleren op zee zijn omslachtig, duur en ondoeltreffend, zo vindt de EG.

Een belangrijk struikelblok is dat de verificatie van de vangstgegevens meestal achteraf plaatsvindt. Een deel van de vangst kan immers tussentijds worden overgeladen of gewoon voor de controlerende autoriteiten verborgen worden gehouden. Surveillances en grondige administratieve onderzoeken kunnen deze problematiek maar ten dele ondervangen. Het tegengaan van illegale overladingen op zee vereist eigenlijk een continu volgen van scheepsbewegingen.

Na de EG heeft nu ook het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een beleidsnota gepubliceerd over de controle van vangsten met behulp van nieuwe technieken. Vissersvaartuigen zouden volgens het ministerie kunnen worden verplicht om plaatsbepalingsapparatuur aan boord te houden. Men zou een registratiesysteem kunnen koppelen aan reeds in schepen aanwezige navigatie-apparatuur, zodat naderhand kan worden vastgesteld waar en wanneer de vangsten verricht zijn. Maar de informatie zou ook via een directe satellietverbinding ter beschikking van de autoriteiten kunnen worden gesteld.

Klaar voor

Volgens de Nederlandse Visserijwet van 1963 mag het en de techniek is er ook klaar voor. Elektronische navigatiesystemen als Decca en Loran-C zijn al vele jaren op schepen in gebruik. Verder is er een ruime keuze aan satellietcommunicatiesystemen die ook voor maritieme doeleinden kunnen worden gebruikt, zoals Inmarsat-C, Euteltrax en Argos. Een combinatie van Inmarsat en het satellietnavigatiesysteem GPS (Global Positioning System) wordt door de EG overwogen voor vangstbeperkingstrategiën. Er is zelfs al op kleine schaal geëxperimenteerd met vijf vissersvaartuigen in Portugal.

Bij de automatische registratie van plaatsbepalingsinformatie gedurende de reis worden de gegevens van aan boord aanwezige navigatiesystemen opgeslagen in een verzegelde black box en achteraf uitgelezen. Bij "directe verwerking' worden de gegevens van het schip via een schotelantenne naar een satelliet verzonden en doorgegeven aan een grondstation. Behalve voor controle-activiteiten zou deze apparatuur ook voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt. Het berichtenverkeer met de veiling zou kunnen worden geïntensiveerd en de veiligheid van de vissersvaartuigen zou kunnen worden verbeterd.

Ook zouden satellieten visrijke lokaties kunnen aanwijzen. Thematische karteerders als Landsat kunnen de warmtestraling van de aarde in zeven spectrale banden meten en fotograferen. Wanneer drie van de zeven opnamen via een rood-, een groen- en een blauwfilter worden afgedrukt, ontstaat er een kleurgecodeerde kaart waarop bijvoorbeeld temperatuurverschillen van het water of chlorofylconcentraties kunnen worden aangegeven. Met name in het overgangsgebied van warm naar koud water zijn vissers verzekerd van een goede vangst. De geografische positie van deze lokaties kan tot tientallen meters nauwkeurig worden bepaald met behulp van het GPS-navigatiesysteem. GPS zal in zijn complete vorm uit 24 satellieten bestaan die op een hoogte van 20.200 kilometer in zes cirkelvormige banen rond de aarde draaien en identieke radiopulsen uitzenden.

Toch is het nog maar de vraag of vissers hiervan gebruik willen maken. "Vissers vertellen zelfs hun vrouw niet waar zij de vis vandaan halen, laat staan dat zij deze informatie met hun concurrenten zouden willen delen,' zegt Paul Willerton van het Instituut voor Maritieme Studies van de Polytechnic South West in Plymouth. Maar de logistieke problemen zijn volgens Willerton nog veel groter. Het huren van satellietverbindingen is niet goedkoop. Daarnaast bestaat er erg veel weerstand tegen het gebruik van satellieten voor controledoeleinden. Met behulp van redelijk eenvoudige boordapparatuur zouden heel makkelijk gegevens kunnen worden vastgelegd over de positie, de koers en de snelheid van het vissersvaartuig, maar ook wanneer men deze apparatuur in een goed beveiligde black box laat installeren, is het gevaar voor fraude groot. De bijdrage van volgsystemen op vangstbeperkingsmaatregelen is sowieso gering doordat slechts de positie van een schip kan worden bepaald, niet de hoeveelheid gevangen vis.

Hoge kosten

Maar het grootste bezwaar, zowel voor de overheid als de vissers, zijn de hoge kosten die aan de introductie van satellietvolgsystemen zijn verbonden. Op basis van verwerking achteraf is de overheid aan exploitatiekosten liefst 10 miljoen gulden kwijt, zo blijkt uit berekeningen van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De vissers zelf zullen per schip achtduizend gulden moeten investeren, waarbij een afschrijvingstermijn van vijf jaar geldt. Directe verwerking met behulp van satellieten is bijna tweemaal zo duur. Per vaartuig moet dan ongeveer voor 20.000 gulden aan apparatuur worden geïnstalleerd. Heel misschien kan een beroep worden gedaan op een reeds bestaande subsidieregeling voor de aanschaf van plaatsbepalingsapparatuur op vissersvaartuigen. De operationele besparingen zijn bovendien gering: aan vliegsurveillance bespaart de Algemene Inspectiedienst hooguit 40.000 gulden. "Als we dit werkelijk zouden willen invoeren, moeten we ons wel bedenken dat er in Europa meer dan 20.000 vissersschepen zijn,' zegt Willerton. "Je krijgt dan onherroepelijk capaciteitsproblemen; satellietfrequenties zijn nu eenmaal schaars.'