De mijnwerkers zijn er weer, maar nu om een andere reden

De mineri zijn er weer, in Boekarest, de kompels uit de verre Jiu-vallei, met de knuppels en de benzinebommen en de meedogenloosheid die midden juni vorig jaar de Roemenen zo aan het schrikken heeft gemaakt. Toen hielden de mijnwerkers drie dagen lang huis in de Roemeense hoofdstad, om de oppositie mores te leren. En wat voor mores: wie er al als opposant uitzag - als student bijvoorbeeld, als intellectueel - of wie de mijnwerkers waagde iets in de weg te leggen, werd het ziekenhuis in geslagen.

Het is een déjà vu, het spoor van doden en gewonden en vernieling dat gisteren en vannacht restte toen de mijnwerkers langs waren geweest. En het kan nog erger worden: er zijn nog duizenden mijnwerkers onderweg, en nu het leger is ingeschakeld om de regering, de gebouwen en de burgers te verdedigen is de mogelijkheid groot dat er de komende dagen nog meer bloed vloeit in Boekarest.

Een déjà vu, maar toch ook weer niet. In juni vorig jaar kwamen de mijnwerkers naar Boekarest om het zittende bewind van het Front van Nationale Redding (FSN) te verdedigen, nu zijn ze naar Boekarest gekomen om datzelfde bewind te verdrijven uit het kolossale regeringscentrum aan het Piata Victoriei. Toen reageerden ze op de noodkreten van een bewind, dat werd belegerd door de politieke oppositie en door duizenden kwade demonstranten. Nu reageren ze op grond van hun eigen frustraties. Toen sloegen ze meedogenloos in op opposanten. Nu worden ze gesteund door diezelfde opposanten: liefst twaalfduizend inwoners van Boekarest deden gisteren mee toen de mijnwerkers het regeringsgebouw bestormden. Wie vijftien maanden geleden sidderde voor het genadeloze geweld van de kompels, vuurde gisteren diezelfde kompels aan.

De beweegredenen achter het protest zijn dan ook radicaal anders dan vorig jaar. De mijnwerkers die gisteren in Petrosani de trein namen (letterlijk: met een kaping) zijn het zat. Ze zijn de prijsverhogingen zat, de arbeidsomstandigheden, de uitzichtloosheid, de beloften die niet worden nagekomen. Een Roemeense mijnwerker heeft het op het eerste gezicht niet zo slecht. Hij verdient 14.000 lei per maand, twee keer het nationaal gemiddelde. Maar dat is op het eerste gezicht. De omstandigheden waaronder hij dat bedrag elke maand moet verdienen, zijn mensonterend. De mijnwerkers van Petrosani wagen elke dag hun leven in mijnen die elders in de wereld allang zouden zijn gesloten wegens de onveiligheid, ze wonen in verwaarloosde en vervuilde steden en dorpen en ze zijn het afgelopen jaar al net zo hard getroffen door de enorme prijsverhogingen - het lelijke gezicht van de hervormingen - als alle Roemenen. Van oktober vorig jaar tot juni dit jaar beliep de inflatie bijna 150 procent en er is niemand in Roemenië die denkt dat de inflatie dit jaar beneden de tweehonderd procent kan blijven. Daarbij komt dat de mijnwerkers een reputatie hebben: zij zijn het proletariaat dat niets te verliezen heeft en ze gedragen zich er ook naar. Al onder Ceausescu waren zij, de kompels van de Jiu-vallei, de enigen die het tegen het regime durfden opnemen.

Achter de meedogenloosheid van het optreden van de mijnwerkers gaan frustraties schuil die op brede schaal bestaan. Het gevoel dat hervormen op de manier waarop het nu gebeurt slechts resulteert in het aanhalen van de broekriem, het gevoel dat er maar weinig verandert en dat wat er verandert slechts uitmondt in nieuwe opofferingen. De gewone Roemeen ziet oude bonzen van het vorige regime die aanblijven, ziet wat handige zakenlieden die snel rijk worden en ziet verder vooral prijzen die razendsnel stijgen. De revolutie - zijn revolutie - is zoekgeraakt.

De nieuwe coalitie - losgeslagen mijnwerkers en burgers van Boekarest - geeft alle aanleiding tot zorg. Een jaar geleden waren de mijnwerkers een relatief geïsoleerde groep gemanipuleerde arbeiders. Gisteren waren ze de voorhoede van de bevolking. Dat kan betekenen dat Roemenië een periode van onrust en destabilisatie tegemoet gaat. Ook het aftreden van premier Petre Roman, boeman en kop van jut voor de mijnwerkers, verandert weinig aan het feit dat oplossingen - politieke of economische, praktische of theoretische - ontbreken. En dat is nog het meest onheilspellende van de gebeurtenissen van gisteren.