De laatste reddingspoging voor het omroepbestel

Op het VPRO-congres over "De toekomst van de Nederlandse publieke omroep in Europa' dat vandaag en morgen in Amsterdam wordt gehouden, propageert de Rotterdamse socioloog, prof. A. Zijderveld het systeem van public-private partnership, een constructie waarin overheid en omroep gezamenlijk vaststellen wanneer en op welke zender commercieel aantrekkelijke programma's worden uitgezonden en waarin tevens kwaliteitsprogramma's voor een klein publiek zijn gegarandeerd.

Een tweeledig ("duaal') systeem met twee noodzakelijke en complementaire onderdelen, gemodelleerd naar het bestel dat de commissie-Van Doorn ruim tien jaar gelden in opdracht van de VPRO ontwierp.

Op het congres houdt de journalist Jan Blokker een pleidooi voor het verwijderen van "de stoppen uit het comatueuze lichaam van het oude Bestel' door het initiatief te nemen tot een Nederlandse televisiezender waarop iedereen welkom is die zich kan vinden in het uitgangspunt dat “kwaliteit een autonome factor in het programmabeleid” moet zijn. “Die Nederlandse zender wordt niet een getto voor kunst, cultuur, experiment en avant-garde - het wordt een plek waar sport zowel als amusement, informatie zowel als kunst op het hoogst denkbare niveau van ambachtelijkheid en kwaliteit wordt aangemaakt en uitgezonden.”

Twee utopieën. Of wordt een duaal bestel waarin één kwaliteitsnet bestaansrecht heeft toch nog werkelijkheid? Een werkgroep van vier leden van het NOS-bestuur werkt op dit moment met een plotseling opgelaaide geestdrift aan de toekomst van de Nederlandse publieke omroep. Hoe het gedroomde net van hun toekomst er ook uit gaat zien, het vormt de laatste reddingspoging voor het bestel. Een korte inhoud van het voorafgaande.

Vorige week woensdag, twee dagen nadat de Tweede Kamer een besluit over de toekomst van de publieke omroep weer voor geruime tijd had uitgesteld, zaten de omroepvoorzitters in mineur bijeen. Na eindeloos gedelibereer hadden ze een Meerjarenplan op tafel gelegd, maar dat was er door alle partijen alweer vanaf geveegd: het Commissariaat voor de Media, de Mediaraad en de minister van WVC. Alleen een paar Kamerleden zagen bij nader inzien toch wel wat in bepaalde elementen uit het NOS-Meerjarenplan zolang de Mediawet maar niet voor een verruimd programma- en reclameregime op het "kostwinnersnet' moest worden gewijzigd.

De impasse waarin de omroep zich bevond leek nu werkelijk compleet: De minister voelde niets voor de wijze van financieren volgens het NOS-model van het kostwinnersnet en programma-onderbrekende reclame. De Kamer zag niets in het d'Ancona-principe (elke omroep betaalt vijfentwintig gulden per lid uit de verenigingskas). En de omroepen, bereid om zelf jaarlijks vijftig miljoen bij te dragen, reageerden eenstemmig verontwaardigd op het tegenbod van de minister van WVC, om de overige nood in Hilversum dan maar uit de omroepreserve te lenigen; dat was "een sigaar uit eigen doos'. Tot overmaat van ramp lagen de omroepen onderling nog steeds overhoop over de randvoorwaarden van hun eigen plan.

Een week voor de commissievergadering zei NOS-voorzitter De Jong op een congres, dat hij elke poging om tot een nieuw omroepbestel te komen opschortte. Dat leidde tot grote woede van minister d'Ancona. “Het bestel is een auto met slippende koppeling”, verzuchtte De Jong; “als dat niet verholpen wordt, trap ik op de rem.” Tijdens de commissievergadering bleef de D66-er Wolffensperger in de metaforenslag niet achter: “De Titanic van het publieke omroepbestel is langzaam zinkende na een aanvaring met RTL4.” Om in dezelfde sfeer de verhouding tussen "Hilversum' en "Den Haag' te typeren: Beide partijen nemen om beurten een trekje van dezelfde klapsigaar.

Terug naar het voorzittersoverleg. Een aantal deelnemers meende tòch een sprankje hoop te kunnen putten uit de positieve woorden van een paar Kamerleden over het Meerjarenplan. KRO-voorzitter Braks stelde voor de herindeling van acquit te overwegen, zonder dat de partijen krampachtig aan eerder ingenomen standpunten vasthielden. Van der Reijden, oud-NOS- en huidig Veronica-voorzitter, haakte daar tot ieders verrassing gretig op in; was hij niet die voorzitter van die omroepvereniging die het hardst stond te trappelen om commercieel te worden? Hij betoogde dat iedereen water in de wijn moest doen, wilde het bestel niet binnen drie jaar naar de bliksem gaan.

Het toekomstperspectief voor de publieke omroep, als die haar krachten niet snel bundelt, is inderdaad uitermate somber. De jaarlijkse reclame-inkomstenderving aan RTL4 van ruim honderd miljoen gulden per jaar is zo groot, dat het eigen vermogen van de omroepen noch de omroepreserve op den duur toereikend zijn. Voor een verhoging van de Omroepbijdrage, die in Nederland lager is dan vrijwel overal elders in Europa, bestaat geen Kamermeerderheid. En als de Eerste Kamer binnenkort de wet goedkeurt, die commerciële omroep via de kabel mogelijk maakt, dan zal er naast RTL4 ongetwijfeld nog een Nederlands pretnet komen.

De ramp is al niet te overzien als TROS en Veronica commercieel worden, want dan wordt niet alleen het inkomen maar ook de zendtijd van de publieke omroep schaars. Gesteld dat VPRO en EO inderdaad de A-status behalen; dan wordt het dringen op twee zenders voor de overgebleven zes A-omroepen, de NOS en tientallen kleine zendgemachtigden. In de Kamer waarschuwde de minister van WVC, dat uittreden door de twee omroepen nog niet bij voorbaat ook het voor TROS en Veronica beschikbaar stellen van het vrijgekomen ethernet inhoudt. De vraag of dat Europeesrechtelijk überhaupt mogelijk is, wordt onderzocht door de commissie-Donner, die eind dit jaar verslag uitbrengt. De bereidheid om een publieke omroep op drie netten (deels) uit gemeenschapsgeld te betalen, neemt zienderogen af. Het wordt helemaal een heksenketel als er uiteindelijk twee netten resten voor alle bestaande publieke omroepen en de commercie er met het derde ethernet vandoor zou gaan. De twee "dissidente' omroepen worden door de trage politieke besluitvorming langzamerhand gedwongen zèlf het eerst een keuze te maken.

TROS en Veronica hebben deze week een businessplan gepresenteerd, waaruit moet blijken dat er plaats is voor nog een verstrooiende zender op commerciële grondslag. Maar de kans dat door een of beide omroepen de oude schoenen worden weggegooid voordat ze nieuwe hebben, is nihil. Bovendien groeit in reclamekringen zowel als bij onderzoekers van kijk- en luistercijfers de overtuiging, dat een tweede commerciële zender die zich richt op de grootste gemene deler van de Nederlandse bevolking, niet levensvatbaar is. De kijkers en adverteerders hebben steeds meer behoefte, betogen zij, aan onderscheid in plaats van aan versnippering en meer-van-het-zelfde.

Dat besef is nu blijkbaar ook doorgedrongen in de boezem van een van de laatste restjes verzuild Nederland: het NOS-bestuur. Dat formeerde na de opening in het voorzittersoverleg een werkgroep, waarin van elk van de in het Meerjarenplan voorziene netten een vertegenwoordiger zit: Braks (Nederland 1), Van der Reijden (Ned. 2) en Van den Heuvel (vice-voorzitter NOS, Ned. 3). Geersing, directeur gemeenschappelijke diensten van de NOS, toetst de resultaten op hun juridische merites. De vier willen nog vóór de rapportage van de commissie-Donner een “bestuurlijk gedragen alternatief” formuleren.

De uitgangspunten van de alternatieve zenderindeling hebben de vier al in een vertrouwelijke notitie vastgelegd. Er komen drie netten, elk met een volledig eigen gezicht:

- Eén net is reclamevrij en geheel uit omroepbijdragen te financieren; op dat net wordt geen sport uitgezonden

- Eén net is reclame-arm

- Eén net is reclame-rijk; hiervoor zullen de huidige wettelijke mogelijkheden voor programma-onderbrekende reclame optimaal worden benut.

Er wordt een systeem overwogen van "gedifferentieerde toewijzing van financiële middelen', gerelateerd aan het soort programma's, via een poolingssysteem. Het nieuwe plan moet gebaseerd zijn op "spijkerharde toezeggingen jegens elkaar' voor een periode van bij voorbeeld vijf jaar. Uitgangspunt is ook dat de randvoorwaarden van het plan politiek aanvaardbaar zijn en dat het conform de Mediawet is, inclusief de dit jaar in de Kamer aangenomen wijzigingen. Opmerkelijk in het licht van de structurele onenigheid in het NOS-bestuur is het bij voorbaat vastleggen van de “bereidheid bij elke instelling over en weer te willen inleveren om een gezamenlijke oplossing te bereiken”.

Of TROS en Veronica nu "constructief' aan het plan meedoen omdat ze op twee paarden willen wedden of omdat ze wèrkelijk afzien van hun commerciële aspiraties, wordt nog dit jaar duidelijk. In Hilversum wordt nu in een allerlaatste stuiptrekking serieus bekeken of in het kader van het publieke bestel een soort "duale' tussenvorm mogelijk is. Als de twee zich daar eenmaal echt aan hebben gecommitteerd, dan is er geen weg terug meer naar de commercie waaraan ze ooit ontsproten.