De derby PvdA-FNV

Kok haalt het dus, aanstaande zaterdag. Dat is tenminste de algemene verwachting. Weliswaar ziet minister Pronk - in deze moeilijke tijden vooral hulpverstrekker aan Kok in plaats van aan de Derde wereld - de kentering nog niet en is het volgens hem dan ook zeker nog geen "gelopen race' maar dit pessimisme doet meer denken aan dat wat CDA-leider Lubbers altijd vlak voor een verkiezingsdatum tentoonspreidt. De zaak is nog niet beklonken, het is nog lang niet zeker dat het CDA als grootste partij uit de verkiezingen komt, zegt de premier dan bezorgd om zodoende de aarzelende kiezer die dacht het een "gelopen race' was, naar de stembus te lokken. In die categorie passen de opmerkingen van Pronk ook. De PvdA zit dan wel niet met congresgangers die aarzelen of ze zullen gaan (de zaal in Nijmegen zal stampvol zitten), maar nog wel met een flink aantal afgevaardigden dat aarzelt hoe men zal stemmen.

Bovendien gaat het bij het congres van overmorgen nu eenmaal niet om het behalen van een meerderheid, maar om het verkrijgen van de overgrote meerderheid. Want mocht er een stemverhouding ontstaan van bijvoorbeeld zestig procent vóór Kok en veertig procent tégen hem, dan zitten hij en zijn medebewindslieden met een levensgroot probleem. Vooral omdat een groot deel van de voorstemmers dat toch al niet van harte doet. Staatssecretaris Ter Veld legde weken geleden de kritische grens bij zeventig procent. Anders gezegd: Wie die grens wil afschaffen moet eerst Elske ter Veld afschaffen. De overige deelnemers aan de "vertrouwens-contest' hebben zich angstvallig stilgehouden, maar duidelijk is wel dat Kok alleen min of meer probleemloos kan doorgaan als hij tenminste viervijfde deel van het Congres achter zich weet te krijgen en hij bovendien niet wordt opgezadeld met een compenserend program van eisen.

De verliezer van komende zaterdag is nu ook zo'n beetje bekend. Dat is de vakbeweging en in het bijzonder de FNV. De acties tegen de WAO-plannen verlopen nu al. Met de grootste moeite proberen de bonden nog enig elan in de strijd te krijgen. Het uitdelen van pamfletten "aan de poort' inclusief toespraakje van de plaatselijke vakbondsbestuurder is al tot actie verheven. Zouden de bonden diep in hun hart werkelijk zo ontevreden zijn over de rechterlijke uitspraken die stakingen verbieden? Beter niet mogen staken dan niet kunnen staken.

Maar de FNV verliest ook op ander terrein. Een overwinning van Kok betekent automatisch een einde aan de innige, zij het officieuze relatie tussen vakcentrale en Partij van de Arbeid. Dat de breuk uitgerekend ontstaat op het moment dat de ex-voorzitter van de vakcentrale leiding geeft aan de PvdA, is geen kwestie van louter toeval. Juist Kok heeft ervaren hoe knellend het meedragen van een verleden is. Opeens was "onze Wim' van de massale vakbondsdemonstaties op het Malieveld "mijnheer Wim' geworden die uit zijn raam op het ministerie van financiën alleen nog maar neerkijkt op dat Malieveld. Hij zelf heeft die overstap zonder al te veel moeite kunnen maken, maar veel van zijn volgelingen niet, zoals nu blijkt. Het protest van de vakbeweging is een uiting van niet uitgekomen verwachtingen.

Negen jaar geleden discussieerde de PvdA ten tijde van de ziektewetplannen niet alleen met zichzelf, maar vooral ook met de vakbeweging. Daardoor zat de partij in een soort maalstroom. Dat is nu niet anders. De intensiteit van de discussie in de PvdA wordt vooral bepaald door het verzet van de vakbeweging. “Het is toch te gek dat ik tegen mijn eigen partij moet gaan staken”, riep een vakbondskaderlid uit Rotterdam afgelopen maandagavond verontwaardigd tegen Kok. Daar zit nu exact het probleem. De PvdA wordt vereenzelvigd met de FNV en andersom is het niet anders. Aan beide kanten wordt de bewegingsvrijheid hierdoor in belangrijke mate beperkt. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens wees er begin deze maand in zijn tweede "Eindhovense' rede op. “Ik denk dat de vakbeweging, alle officiële verklaringen ten spijt, een bijzondere claim legt op de stellingname van de PvdA. Er bestaat een verwachtingspatroon dat de PvdA op dezelfde wijze behoort te reageren als de vakbeweging.” Wöltgens ging zelfs nog een stap verder. Hij vroeg zich af of het toeval was dat de vakbeweging nu tegen het kabinet te hoop loopt op een wijze die in de tussenliggende jaren ten tijde van de kabinetten Lubbers I en II niet te zien was, terwijl er wel “veel zwaardere ingrepen” in de sociale zekerheid gepleegd werden. Het tweede kabinet-Lubbers kreeg bij zijn aantreden zelfs nog een zes plus van FNV-voorzitter Stekelenburg. Getuige de kritiek die de vakbeweging nu uit, zou het derde kabinet-Lubbers niet verder komen dan nul min.

Ongegeneerd trekken vakbondsbestuurders politieke conclusies voor de PvdA. Het sterkste voorbeeld hiervan is wel de "open brief' van de vice-voorzitter van de FNV Karin Adelmund die vorige week in de Volkskrant stond afgedrukt. Een brief die zij - zoals ze nadien verklaarde - geschreven had als PvdA-lid en niet in haar hoedanigheid als vakbondsbestuurder. Want, als het erop aankomt, kunnen de scheidslijnen plotseling niet subtiel genoeg zijn. Dus alle krantelezers die dachten dat de vice-voorzitter van de FNV de leider van de PvdA had aangeraden te breken met het kabinet en hem had verweten zich te laten “rollen door het CDA”, hadden het verkeerd begrepen. Inclusief Wim Kok zelf, die naar aanleiding van de brief korzelig opmerkte dat hij dit soort aanwijzingen uit de vakbeweging niet nodig had.

Het WAO-debat in de PvdA zorgt ervoor dat opnieuw wordt nagedacht over de wederzijdse verhoudingen. Meer afstand van elkaar nemen is een gedachte die curieus genoeg zowel leeft bij Wöltgens als bij het radicalere deel van de vakbeweging. “De FNV moet de confrontatie met de PvdA niet langer uit de weg gaan”, schreef beleidsmedewerker Inja van de vakcentrale half juli, twee dagen na het eerste WAO-besluit van het kabinet, in een interne notitie. “Het is levensgevaarlijk om nog langer geassocieerd te worden met de huidige PvdA en haar ijzige imago. De crisis in de PvdA, ook tot uiting komend in een drastisch ledenverlies, kan gemakkelijk overslaan naar de FNV”. In zijn notitie geeft Inja onbedoeld Wöltgens gelijk in zijn stelling dat CDA-VVD-kabinetten milder bejegend worden dan kabinetten waarin de PvdA zitting heeft. “Ik twijfel er trouwens zelf aan of een centrum-rechts kabinet een voor de vakbeweging minder nadelig beleid zou hebben gevoerd. Een centrum-rechts kabinet ondervindt altijd de wat matigende invloed van een sterke oppositie en de in het kabinet vetegenwoordigde partijen hebben er belang bij enigszins op goede voet te blijven staan met maatschappelijke organisaties als de FNV. Een centrum-links kabinet gaat er in de praktijk al te snel van uit dat het wel goed zit met de vriendschap en dat slechte daden onder vrienden vergeven moeten worden.”

Zowel voor de FNV als de PvdA pakt die vriendschap funest uit. Beide partijen beraden zich op hun toekomst. In de FNV is voor de zoveelste maal de discussie begonnen over de keuze tussen de brede versus de smalle vakbeweging. Moet de vakbeweging zich niet beperken tot pure belangenbehartiging voor werknemers? Tegelijkertijd staat de PvdA voor de vraag wanneer nu eindelijk eens begonnen kan worden aan de zo noodzakelijke verbreding waardoor de partij niet alleen geassocieerd wordt met koppeling en uitkeringen.

Het congres van de PvdA ging in feite al over het voortbestaan van het kabinet. Maar het gaat ook over het voortbestaan van de band met de vakbeweging. Beide relaties overeind houden lukt niet. Kiezen voor Kok betekent dat het huwelijk tussen FNV en PvdA wordt verbroken. Geen van beide partners hoeft daar rouwig om te zijn.