DE BEST VERZORGDE BOEKEN UIT DE VERLOREN JAREN 1970-1985; Beertje Bombazijn en de late lintjesregen

Verloren jaren - Het best verzorgde boek in Nederland 1970-1986. Den Haag, Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum, Prinsessegracht 30. T-m 31 dec. Ma-za 13-17u. De best verzorgde boeken 1990 Amsterdam, Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13. T-m 27 okt. Ma-zo 11-17u.

De bezoekers van de Best Verzorgde Boeken-manifestatie van het Museum Meermanno Westreenianum-Het Museum van het Boek - het laatste initiatief van de onlangs overleden directeur Johannes Offerhaus - lijken veeltalliger en zelfs gretiger dan anders. Toch gaat het bij deze "Verloren Jaren' slechts om een restauratie, om eerherstel voor boeken die vijftien jaar lang, tussen 1970 en 1985, het predikaat "Best Verzorgd' misliepen omdat de lintjesregen in het ongerede was geraakt. Het Haagse museum benoemde voor deze gelegenheid een met terugwerkende kracht bekroningsbevoegde jury waarvan de leden ieder een "persoonlijke keuze' van vijfentwintig boeken mochten maken. Die selectie was het uitgangspunt voor een openbaar debat, een tentoonstelling en een catalogus, die door de matte vormgeving het persoonlijke karakter van de keuze danig afzwakte.

Onwillekeurig leken sommige juryleden zich aan CPNB-achtige normen te houden. De typografen Hub Hubben (1946) - die voor zijn keuze lange en troosteloze uren in de kelders van de Koninklijke Bibliotheek sleet - Gerard Unger (1942) en Dick Dooyes (1909) kozen over het algemeen publieksboeken, keurig en met smaak uitgevoerd, die in de officiële juryrapporten niet zouden misstaan. Vooral van Dick Dooyes verbaast dat niet, hartstochtelijk verbonden als hij is met het instituut van Best Verzorgde Boeken. Niet alleen hielp hij in 1926 al bij de inrichting van de eerste tentoonstelling "Beste Boeken' in ons land, maar bovendien is hij, als secretaris van de jury, verantwoordelijk voor twintig juryrapporten (van 1950 tot 1970). Een verwende fijnproever is hij er overigens niet van geworden. Een aantal van de door hem gekozen boeken, vaak het landschaps- en stedeschoon betreffend en bestemd voor een breed publiek, zijn in hun uiterlijk aspect eerder goeiig dan overrompelend mooi. "Kenmerkende keuze voor de exponent van een cultureel-educatief idealisme,' aldus debatleider Wim Crouwel, zelf op en top de idealist van het functionalisme. "Inderdaad, ik was een AJC-er,' antwoordde Dooyes laconiek.

Slechts twee juryleden grepen de kans om bij deze gelegenheid oude rekeningen te vereffenen. William Pars Graatsma (1925, architect en voormalig academiedirecteur), wreef de achtereenvolgende CPNB-directies het nagenoeg ontbreken van kunstenaarsboeken onder de neus. Zijn selectie bestrijkt er zo'n vijfentwintig.

Net zo tegendraads koos de Amsterdamse ontwerper Anthon Beeke (1940) voor het boek als eigentijds document. Ook in het debat verdedigde hij een boekverzorging die het actuele wereldbeeld recht doet. Maar was zijn eigen selectie wel zo tijdsgetrouw? Bij alle ruimhartigheid waarmee hij zijn vitrines vulde - met wonderbaarlijke boekachtigen als Beertje Bombazijn (getypografeerd door Ewald Spieker en in 1981 uitgegeven door de Litteraire Loodgieters in Amsterdam), diverse uitgaven waarbij de persoon van Pieter Brattinga was betrokken, het voetstapboek van de conceptuele kunstenaar Stanley Brown uit 1975, en het door hemzelf vormgegeven sprookje The Virgin Sperm Dancer - An Ecstatic Journey (1972) - bleef er geen plaats meer over voor de ontwerper Jan van Toorn, wiens werk in deze periode toch zeker niet minder vervuld was van de mentaliteit van de tijd.

Beekes boeken behoren tot het opwindendste deel van de tentoonstelling. Het zijn experimenten vol effecten en wars van technisch perfectionisme, boeken die kenmerkend zijn voor een tijd van druktechnische vernieuwing: de overgang van lood naar offsettechnieken.

In het debat werden Beekes uitdagende opmerkingen over bevestigende en avantgardistische boekverzorging niet door iedereen goed begrepen; dit leidde tot getergde replieken van klassieke boekverzorgers, die zich te kort gedaan voelden. Substantiëler waren de kritische klanken ten aanzien van de officiële Best Verzorgde Boeken die eveneens uit de zaal opstegen. Hoewel Henk Kraima, directeur van de CPNB en onmiskenbaar een felle vechtersbaas, zich tijdens het debat voor geen kritische noot ontvankelijk verklaarde, lijkt het zo langzamerhand een goed idee om de bekroonbare genres uit te breiden. Het belangrijkste is immers dat de eindselectie boeiend en veelzijdig blijft.

Tekenend voor de stand van zaken is dat dit jaar de aandacht voor de bekroonde boeken werd overtroffen door de belangstelling voor de catalogus en voor de handel en wandel van de jury. De betrekkelijke braafheid van de huidige Best Verzorgde Boeken-selectie (t-m 17 oktober in het Stedelijk Museum in Amsterdam) heeft hieraan mogelijk bijgedragen.

Het lijkt of het voor de leden van de officiële jury ieder jaar moeilijker is om oprecht enthousiast te worden. De marges zijn dan ook benauwend: de selectie wordt grotendeels bepaald door de uitgevers die boeken inzenden. Gezien de drempel van vijfenzeventig gulden en vijf exemplaren per ingezonden titel, zijn dat meestal reguliere uitgevers. Wil de eindselectie spannend worden, dan zal er moeite gedaan moeten worden om minder voor de hand liggende titels binnen te halen. Met wat meer enthousiasme bij de CPNB zou ongetwijfeld het juryrapport minder stompzinnig worden, het publiek geïnteresseerder, en het geruzie over de integriteit van de juryleden afnemen.

Het onschuldig ogende spel met "verloren jaren' bleek dus alle mogelijkheden tot nuttige reflectie te bieden. Beminnelijk als altijd gaf Crouwel de CPNB een laatste hartige aanbeveling mee: zij zou haar juryleden creatiever kunnen kiezen, bij voorbeeld uit betrokken kunsthistorici. Feit is dat de verkiezing van de Best Verzorgde Boeken in cultureel opzicht te waardevol is om te blijven steken op het niveau van een typisch middenstandersfeest.