Alternatieve begroting

Is de alternatieve onderwijsbegroting die vorige week in deze bijlage stond, evenwichtiger dan de begroting die twee weken geleden officieel werd gepresenteerd? Een minister van onderwijs heeft ten minste twee verantwoordelijkheden: zorgen voor een goed inwendig beheer van het onderwijsstelsel en zorgen voor een passend antwoord van het onderwijsstelsel op maatschappelijke verlangens. Minder bureaucratie en passende bekostiging horen thuis in de eerste categorie. De officiële begroting geeft enkele passages over dit soort zaken. Het zou ongetwijfeld beter kunnen. Internationalisering, inspelen op politiek-culturele veranderingen in Europa, technologisch-arbeidskundige innovaties zijn enkele omgevingsvereisten die van een minister een antwoord vragen. De officiële begroting geeft enkele passages hierover. Ook hier geldt dat het ongetwijfeld beter zou kunnen. Gemeten aan deze twee verantwoordelijkheden is er echter geen sprake van een inadequate begroting.

De alternatieve begroting zegt weinig over maatschappelijke eisen en over het antwoord van onderwijs daarop. Het lijkt in zekere zin een sterk intern onderwijsgerichte begroting. Dat is jammer om twee redenen. In de eerste plaats omdat een onderwijsbegroting slechts een hoofdstuk is in de rijksbegroting. Een financieringstekort, een haperend stelsel van sociale zekerheid, een tendens tot decentralisatie enz. zijn algemene factoren die onafwendbaar ook hun vertaling naar het onderwijs vinden. Ook al heeft niemand in het onderwijs daarom gevraagd (ministers van onderwijs zijn per definitie daarom nooit geliefd in het onderwijs). In de tweede plaats omdat de vraag naar de betaler van het onderwijs niet vermeden moet worden. We geven in ons land zeker niet te veel uit aan onderwijs (het is het enige waar we echt in kunnen investeren), maar dat wil niet zeggen dat we alternatieve betalers ongemoeid moeten laten. De alternatieve begroting schuwt de onderwijsconsument als medebetaler. Toch is in landen met een goed stelsel van onderwijs dit geen ongewoon verschijnsel. Verdere financiering kan komen uit bijdragen van direct profijt hebbende instanties uit het bedrijfsleven, sociaal-culturele instellingen e.d.. De inbreng van bekostiging via dergelijke private lijnen in een hoofdzakelijk publiek bekostigd stelsel kan flink worden opgevoerd. De fiscale regelingen zouden bijdragen in deze trant moeten aanmoedigen.

De officiële begroting probeerde dit vorig jaar door het bedrijfsleven 150 miljoen te laten betalen aan het beroepsonderwijs en dit jaar door het internationale bedrijfsleven aan de bedrijfskundige opleiding(en) te laten bijdragen.

Twee pogingen rond een zaak die een principiëlere en betere uitwerking waard is. Het private bekostigingsdeel kan zeker omhoog. En tenslotte nog een tip voor de alternatieve begrotingsopstellers: ik heb nooit begrepen waarom de opbrengst van de Lotto niet mede aan scholen wordt besteed.