Acht mensen vanaf vandaag twee jaar de kas in voor proef

Vanaf vandaag nemen acht Amerikanen voor de komende twee jaar hun intrek in Biosfeer 2, een reusachtige, luchtdicht van de buitenwereld afgesloten stalen kas, gebouwd in de bergen ten noorden van Tucson, Arizona.

Aan boord bevinden zich karikaturen van vijf ecosystemen op aarde. Zo is er een oceaantje ter grootte van een zwembad, acht meter diep, met echte getijdenwerking, een koraalrif en allerlei vissen. Er is een savanne met termieten en 45 soorten gras, uit de hele wereld aangesleept. Verder een zoutmoeras en een stukje woestijn van 40 bij 50 meter waaruit water verdampt, dat vervolgens weer neerslaat tegen de koelelementen die boven het mini-regenwoud hangen. Daar staan wel 200 soorten planten, vooral uit Venezuela, terwijl twee kolibri's en tien vleermuizen voor de bestuiving moeten zorgen. In totaal zijn 3800 van de misschien wel 30 miljard diersoorten die op aarde leven uitverkoren om plaats te nemen in deze moderne Ark van Noach.

Geldschieter van dit projekt waarvan de kosten inmiddels zijn opgelopen tot zo'n 100 miljoen dollar is de Texaanse oliemiljardair Ed Bass. Het brein achter de onderneming is John Allen, direkteur van het in Londen gevestigde Institute of Ecotechnics en oprichter van het begin jaren tachtig opgerichte bedrijf Space Biospheres Ventures.

De vier mannen en vier vrouwen die de kas gaan bewonen plukken hun eigen koffieboontjes, pinda's en ananas, ze hebben dwergvarkentjes, dwerggeitjes en kippen meegekregen, kweken vis in grote bakken en verbouwen tomaten, sla en andere gewassen. Het hele complex beslaat ongeveer drie voetbalvelden. In plaats van tampons gebruiken de vrouwen ecologisch verantwoorde uitwasbare natuurlijke spons, maar zaken als stereo-torens, CD-spelers en magnetrons ontbreken niet in de zes verdiepingen hoge "stad', waar de acht bewoners onder meer een eigen medisch centrum, een bibliotheek en een sportzaal tot hun beschikking hebben. In de laboratoria staan een gaschromatograaf en een massaspectrometer om monsters van water, afvalwater, lucht en bodem te analyseren. De kennis die hiermee wordt opgedaan kan naar men hoopt worden benut om ecosystemen op aarde ("Biosfeer-1') beter te beheren. Rond het jaar 2000 hopen de Amerikanen de eerste ecomodules, gekoppeld aan het ruimtestation Freedom in een baan om de aarde te brengen en een permanent bemande basis op de maan te vestigen. Rond het jaar 2020 staat, eventueel samen met de Sovjetunie, een bemande ruimtevlucht naar Mars op de agenda.

Het is de bedoeling dat Biosfeer-2 een gesloten systeem vormt, waarin de planten mens en dier van zuurstof voorzien. De 60 kilo kooldioxide die in het systeem zit zal voortdurend circuleren. Om te voorkomen dat de stalen constructie met zijn dubbelwandige glazen en kunststof panelen overdag door de hitte uitzet en uit elkaar ploft staan er twee grote bolvormige tanks naast, die overdag als "longen' kunnen uitzetten om de overdruk op te vangen. Op verschillende water- en luchtzuiveringstechnieken is patent aangevraagd, maar volgens sceptici zal men het vooral van de inkomsten uit toeristische bron moeten hebben. Volgens plan moeten de eerste bewoners twee jaar blijven, daarna zal jaarlijks een nieuwe ploeg aantreden via de luchtsluis. Hun onderlinge relaties vormen geen expliciet onderzoeksobjekt.

Helemaal zelfvoorzienend is Biosfeer -2 niet: de grote glazen constructie verbruikt enorme hoeveelheden elektriciteit, niet in de laatste plaats om zichzelf te koelen. Volgens opgave lekt niet meer dan een procent van de lucht uit het systeem weg, maar deskundigen plaatsen daar kanttekeningen bij. Ook kan men zich afvragen of er überhaupt wel enige zinvolle wetenschappelijke conclusie valt te trekken uit zo'n groot experimentent waarbij iedere vorm van ingebouwde "blanco-proeven' of "controles' ontbreekt. Bovendien ligt het voor de hand dat de aangesleepte planten en dieren, die vaak maar met een handjevol exemplaren vertegenwoordigd zijn, massaal zullen sterven. De kas zou met zijn broeierige atmosfeer wel eens een ideale broedplaats kunnen vormen voor allerlei ziekteverwekkende schimmels en bacteriën. Voor onderzoek naar het sick building syndrome lijkt dit de aangewezen plek.