Wim Kok is nu gedwongen onder de kaasstolp vandaan te komen; Partijcongressen zijn gelukkig geen applausmachines. Geen onbetwist partijleider die niet op gezette tijden betwist was.

Het PvdA-congres staat voor een dramatische keuze. De WAO-plannen van het kabinet zijn de achterban rauw op de maag gevallen. Zij hebben veel emotie opgeroepen en grote verdeeldheid teweeggebracht. Vakbeweging en partij staan lijnrecht tegenover elkaar. Er is geen partij- of vakbondslid dat in deze situatie niet een verscheurd mens is.

Ook Wim Kok niet, die zijn emotionele betrokkenheid trouwens niet onder stoelen of banken steekt. Er is veel aan te merken op het politieke management gedurende de afgelopen maanden, maar het bijeenroepen nu van een extra-congres om aan de ontstane verwarring een einde te maken is, met alle risico's daaraan verbonden een goede beslissing. Dat geldt vooral ook Koks besluit om zijn volle gewicht in de schaal te werpen door niet alleen vertrouwen te vragen voor zijn persoon, maar ook voor zijn beleid, inclusief de WAO-plannen van het kabinet.

Hij onderwerpt op die manier zijn partijleiderschap aan een reële legitimatietoets. Voor minder kan het gewoon niet. Een halfbakken vraagstelling zou ook een halfbakken antwoord en daarmee een halfbakken partijleider hebben opgeleverd. Onder de huidige, dramatische omstandigheden is alleen een heldere keuze op zijn plaats. Met een "bungelende' leider komt de PvdA zeker niet uit het dal.

De omstandigheden mogen dan penibel zijn, ze zijn zeker niet uniek. De geschiedenis van het democratisch socialisme heeft tal van momenten gekend waarop de partijleider het zwaar te verduren heeft gehad. Partijcongressen zijn gelukkig geen applausmachines. Geen onbetwist partijleider die niet op gezette tijden betwist was. Wie herinnert zich niet de tumultueuze congressen ten tijde van Joop den Uyl en hoe lang het nog geduurd heeft voordat hij - uiteindelijk ook door Nieuw Links - op handen werd gedragen.

Wat dat betreft heeft Wim Kok tot nu toe weinig te klagen gehad. Vanaf het eerste moment heeft het partijkader hem geen strobreed in de weg gelegd. Partijraden en congressen hadden een gemoedelijk, voorspelbaar verloop. Ik ben het eens met de commissie-van Kemenade dat een vernieuwing van de PvdA, ook als organisatie dringend geboden is, maar niet omdat het zogenaamde middenkader de leiding zo verschrikkelijk voor de voeten loopt. Dat gebeurde tot aan de WAO-plannen juist helemaal niet. Maar nu gelukkig wel. Ik moet er toch niet aan denken dat, terwijl de samenleving in rep en roer is, het partijkader met de pet in de hand beleefd langs de kant zou zijn blijven staan. Dan was de PvdA pas echt morsdood geweest. Nu wordt Wim Kok gedwongen om onder de kaasstolp vandaan te komen en overal in den lande en ten slotte zaterdag in Nijmegen uit te leggen waarom we zo niet verder kunnen met de almaar uitdijende verzorgingsstaat. In deze confrontatie met partijleden voor wie deze boodschap toch een cultuurschok betekent, maar die het wel moeten meemaken en meedragen, groeit hij, zichtbaar voor iedereen, tegen de verdrukking in.

Op zich heeft deze shocktherapie (waarschijnlijk onbedoeld) ook goede kanten. Het dwingt de PvdA een tussenbalans op te maken van twee jaar regeringsverantwoordelijkheid en zich af te vragen welke accenten zij in de komende tijd zou willen aanbrengen. Maar het dwingt vooral ook tot een meer samenhangende visie op wat langere termijn. Welke antwoorden heeft het democratisch socialisme te bieden op de vraagstukken van de jaren negentig?

Het leek allemaal zo gladjes te lopen in het Nederland van nu. De onstuimigheid van de jaren zestig en zeventig had plaatsgemaakt voor een nieuw soort van zakelijkheid, de democratiseringsgolf waaierde uit in de zozeer begeerde individualisering, bevlogenheid schampte af op het nieuwe ongeloof in de maakbaarheid van de samenleving. Niet de verbeelding maar het cynisme kwam aan de macht.

Maar schijn bedriegt. De veranderingen die zich in de afgelopen jaren in onze samenleving hebben voltrokken zijn minstens zo ingrijpend als die in de jaren zestig en zeventig. Er is echter een groot verschil. De veranderingen van toen voltrokken zich schoksgewijs, met veel tumult en zelfs geweld. Het bestel werd hardhandig door elkaar geschud. De veranderingen van vandaag voltrekken zich sluipenderwijs, buiten de publiciteit, onderhuids. Maar evenals toen knagen ze aan de wortels van onze zo vertrouwde zekerheden. De PvdA van toen had aanvankelijk de grootste moeite met de "nieuwlichterij' van de jaren zestig, maar werd na jaren van interne strijd uiteindelijk onder Joop den Uyl, die met zijn "de smalle marges van democratische politiek' de grenzen trok en de toon zette voor de jaren zeventig, het integratiekader voor vernieuwing. Het is de vraag of de PvdA onder leiding van Wim Kok dit huzarenstuk in de jaren negentig kan herhalen. Ik denk van wel, kijkend naar de aard van de problematiek.

De veranderingen van vandaag, zoals de internationalisering, schaalvergroting, migratie, automatisering en individualisering, hebben - hoe positief ook elk op zich - cumulatief een negatieve uitwerking op het bindend vermogen van onze samenleving. De samenleving desïntegreert, de overheid met zijn wetten en regels verliest terrein, veel burgers gaan calculerend hun eigen weg. Het groepsegoïsme viert hoogtij. Is dat niet de echte oorzaak van het op tilt raken van onze verzorgingsstaat? Is de onmiskenbare scheefgroei binnen de WAO niet primair toe te schrijven aan het afwentelingsgedrag van maatschappelijke groeperingen en organisaties, de sociale partners voorop?

Blijkbaar is het samenbindend vermogen van de "macht van het midden' toch fundamenteel tekort geschoten. Het CDA heeft als enige van de grote partijen een samenhangende visie ontwikkeld in de vorm van de "zorgzame samenleving'.

Maar de zwakke stee in dat verhaal is de verheerlijking van het "maatschappelijk middenveld', dat waar mogelijk taken van de overheid zou moeten overnemen. Juist dit maatschappelijke middenveld is de optelsom van groepsbelangen en heeft, als puntje bij paaltje komt, weinig oog voor het gemeenschapsbelang.

Het is wel uitermate navrant dat sociale partners als de twee kapiteins op het schip van ons sociale zekerheidsstelsel zich bij de eerste de beste aanvaring opstellen als stuurlui aan de wal. De vraag die achter de WAO-discussie schuil gaat is òf er nog krachten in de samenleving zijn te mobiliseren die, zoals Joop den Uyl dat zo prachtig kon zeggen, "de boel bij elkaar kunnen houden'. Wat is de integrerende functie nog van de politiek? Is de PvdA nog bij machte te appelleren aan het saamhorigheidsgevoel?

De discussie over de verzorgingsstaat is in de eerste plaats ook een discussie over de "staat'.

Het grote dilemma van de jaren negentig is dat wij temidden van een voortschrijdende individualisering toch gemeenschappelijke antwoorden moeten vinden op enkele van de meest nijpende kwesties, zoals de milieu-crisis, de armoede in de Derde Wereld en de dreigende segregatie in de grote steden (en hun onderlinge samenhang). De Swaan heeft er vorige week met klem van argumenten tijdens het jubileumsymposium van D66 (maar we mogen best meeluisteren) op gewezen dat zonder staatsbemoeienis dit soort vraagstukken onbeheersbaar zijn. Dat hoeft een drastische sanering en vernieuwing van de overheidsbureaucratie niet in de weg te staan. Integendeel. Vadertje Albedil heeft zijn beste tijd gehad. Juist de PvdA zou het zich tot taak moeten stellen vóór te gaan in het vernieuwingsdebat. Men zou ook van de nood een deugd kunnen maken door de grote operaties, die nu in gang zijn gezet om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen (zoals de decentralisatie-impuls) alsnog in te passen in een vernieuwende visie op de rol van de lokale democratie als een integrerende kracht.

Het tegengaan van vervreemding, het bevorderen van maatschappelijke samenhang, het aanspreken van mensen op saamhorigheid en solidariteit - ook als dat pijn doet -, zijn dat niet onze kerntaken voor de komende jaren? Wie durft er te beweren, dat het democratisch socialisme zijn tijd gehad heeft?

De meerwaarde van de PvdA als regeringspartij is en blijft het samenbindend vermogen dat haar altijd - onder wisselende omstandigheden - gekenmerkt heeft. "Gewoon de boel een beetje bij elkaar houden'. Met die boodschap van ome Joop kan Wim Kok, wat mij betreft, nog jaren op pad.