Wijk Maarssen vecht tegen Bijlmerbeeld

MAARSSEN, 25 SEPT. Winkelwagentjes. De wijk Antilopespoor wemelt van de winkelwagentjes. De karretjesplaag is het duidelijkste teken van de verloedering waaraan deze wijk van de Utrechtse satellietstad Maarssenbroek lijdt. Nog geen vijftien jaar geleden was Antilopespoor het ideaal van de Nederlandse stedebouw en kreeg de wijk een eervolle vermelding van de Rijksplanologische Dienst. Compacte bouw, met woonerven en veel hoekjes en gaatjes leek het ideaal. De huidige bewoners zijn minder opgetogen en zeggen te wonen "tussen parkeerpleinen en spelonken'. Vorige week hield de gemeente een schoonmaakactie. Het meeste vuil is nu verdwenen. Alleen de winkelwagentjes staan er nog, vaak met de statiegeldsloten aan elkaar geketend.

De schoonmaakactie is een van de pogingen van de gemeente om Antilopespoor er weer bovenop te helpen. Daarnaast wordt gewerkt aan een renovatie die bijna elf miljoen gulden moet gaan kosten. Het oorspronkelijke plan ging zelfs tot dertig miljoen gulden. Voor een wijk met 720 woningen die in 1978 werd opgeleverd een kostbare operatie.

De ingreep behelst onder meer de sloop van 26 woningen en de verbouwing van 75 éénkamer-woningen tot grotere eenheden. Voorts wordt een aantal huizen "omgedraaid', zodat allerlei loze openbare plekken tot achtertuin kunnen worden verbouwd. De kosten zijn hoog, omdat de woningen krachtens de wetten van de dynamische kostprijsberekening nu hun hoogste boekwaarde hebben. Toch wilde de gemeente Maarssen niet langer wachten met de renovatie. Ook de bewoners snakken naar een face-lift en hadden dinsdagavond tijdens de inspraakavond nauwelijks bezwaren.

“We hebben lang gedacht dat we het probleem konden oplossen met beheersmaatregelen”, vertelt wethouder J. Verdonk van sociale vernieuwing. “Maar we hebben ons ervan laten overtuigen dat ook een stedebouwkundige ingreep noodzakelijk is.”

Voordien waren al vele vergeefse pogingen ondernomen en zelfs de kerken hadden hun inspanningen voor een leefbaarder Antilopespoor zien stranden.

De noodzaak van sloop en renovatie werd aangedragen door het Rotterdamse bureau Stad dat enige ervaring heeft met verpauperende wijken. Volgens Verdonk is het vrij uniek hoe dit bureau de vrije hand kreeg om een oplossing te bedenken. Ook de kosten en de financiering ervan, door de gemeente en de woningbouwverenigingen samen, zijn volgens de wethouder in Nederland nogal ongebruikelijk. “Dit is voor Maarssen de laatste keer dat we zo'n grote investering kunnen plegen. Dit kunnen we nu nog betalen uit de opbrengst van het industrieterrein.”

In de prille beginjaren van Antilopespoor leek iedereen nog gelukkig. “De eerste vijf jaar was het hier hartstikke leuk”, vertellen de trouwste bewoners. “Het moest de Jordaan in het klein worden”, weet wethouder Verdonk. “'s-Avonds lekker op de stoep zitten en barbecuen.”

De stedebouwkundige J.A. van Heel van bureau Stad spreekt liever van "de nieuwe truttigheid': “Het probleem was dat de stedebouw aan mode onderhevig werd.”

Antilopespoor kent geen straten, alleen maar woonerven met huisnummers, waar de buitenstaander verdwaalt. Er is maar één toegangsweg, die via een racebaan het kontakt met de andere wijken verzorgt. Fietsen, lopen en autorijden is strikt gescheiden. Op sommige pleinen kijken de bewoners tegen berghokken aan. Van Heel wil weer open ruimten en straten terug, met "een ouderwetse stoep'.

De bouwmode was ook beïnvloed door de opvattingen van de toenmalige staatssecretaris van volkshuisvesting Van Dam, die in ons land aan het eind van deze eeuw een samenleving voorzag met alleenstaanden en gebroken gezinnen. Dáárvoor werd Antilopespoor gebouwd. De helft van de wijk bestaat nu uit twee- of driekamerwoningen. De eengezinswoningen zijn evenmin riant. “Wij kwamen uit Groningen”, vertelt een bewoner. “En wij konden onze spullen hier niet kwijt. Ons meubilair was gewoon te groot.”

De compacte bouw was nodig om de hoge bouwkosten van die tijd op te brengen. Bovendien was met het oog op het autovrije karakter van de wijk een kostbare ringweg aangelegd die op de woningen werd verhaald.

Na de eerste idyllische jaren begon de ontluistering. De eerste bewoners verhuisden, een bekend verschijnsel bij een- en tweepersoonshuishoudens, en de sociale samenhang verdween. Dat werd nog eens bevorderd door de woningtoewijzing: problematische gevallen konden in Antilopespoor terecht. “Wat dat betreft hebben we allemaal, gemeente en woningbouwverenigingen, boter op het hoofd”, erkent Verdonk.

Het resultaat: "een mengkroes van leefstijlen', aldus Stad. Een groot verloop, drugsgebruik, alcoholisme, prostitutie, herrie en zakken vuilnis die naar beneden zeilen. Twintig procent van de bewoners is werkloos, bijna de helft heeft een minimuminkomen.

De overlast geldt overigens een beperkt gebied, want er is ook een "gouden hoek', aan de groene rand van de wijk, waar de ouderen wonen.

De ingrepen van Van Heel betreffen vooral het gebied dat grenst aan het winkelcentrum Bisonspoor en het station. Daar kan volgens hem een nieuwe centrumfunctie ontstaan. De wijk is via een naargeestige loopbrug, met de frivole naam Passarel, met het winkelcentrum verbonden, naar het voorbeeld van Hoog Catharijne. Na jaren actie krijgen de bewoners nu toegang via de begane grond, maar de route is nog niet ideaal. Aan de overkant van de weg staat de parkeergarage van Bisonspoor en die verdwijnt niet. De bewoners moeten dus voortaan dagelijks door die garage trekken.

Antilopespoor is een uniek geval. Maar Van Heel zou het een goede zaak vinden als "er een systematische vergelijking van dit soort wijken komt om te leren van de effekten van toen. Sommige wijken doen het goed, maar daar is nauwelijks inzicht in."