Sri-Lankese leider beschuldigt Israel van komplot

NEW DELHI, 25 SEPT. De Sri-Lankese president Ranasinghe Premadasa heeft gisteren de Israelische geheime dienst, de Mossad, ervan beschuldigd bezig te zijn een komplot tegen hem te smeden. Premadasa, die onder grote druk staat om af te treden wegens vermeend machtsmisbruik, zei dat Jeruzalem wraak wilde nemen voor de sluiting, vorig jaar, van de Israelische afdeling in de Amerikaanse ambassade in Colombo.

Premadasa opende gisteren de zitting van het parlement, dat hij een maand geleden schorste nadat een meerderheid van de volksvertegenwoordigers, onder wie ook een groep dissidenten van Premadasa's Verenigde Nationale Partij (UNP), een petitie had ondertekend waarin de president ervan wordt beschuldigd "een constitutioneel dictator' te zijn. Enkele ministers dienden de afgelopen weken hun ontslag in uit protest tegen de politiek van de president.

“Sommige leden van mijn kabinet hebben les gegeven aan een Israelische universiteit en treden op als agenten van de Mossad”, zei Premadasa gisteren, zonder namen of verdere bewijzen te noemen. Alleen van de afgetreden minister van onderwijs, Lalith Athulathmudali, is bekend dat hij docent is geweest aan een Israelische universiteit.

Sri Lanka verbrak na de Zesdaagse Oorlog in 1967 de banden met Jeruzalem, maar in 1984 stond de toenmalige president Jayewardene toe dat de Israeliërs een eigen sectie kregen in de Amerikaanse ambassade. Met de sluiting van deze afdeling loste Premadasa vorig jaar een verkiezingsbelofte aan de moslim-minderheid in.

De grootste oppositiepartij van Sri Lanka, de Vrijheidspartij, diende tijdens de parlementszitting van gisteren een motie in voor het afzetten van Premadasa. Naar schatting 120 van de 225 parlementariërs steunen de motie, maar wanneer de stemming hierover plaatsheeft is niet duidelijk. De vergadering van het parlement verliep tumultueus; de oppositie probeerde Premadasa met luid gejoel het spreken onmogelijk te maken.

De president zette de afgelopen weken de andersdenkende leden van zijn partij met succes onder druk om hun steun aan de plannen van de oppositie in te trekken. Gisteren stonden maar 8 van de aanvankelijk 37 UNP-dissidenten die de petitie tegen Premadasa hadden ondertekend achter de motie.

116 parlementsleden hebben een tegenverklaring getekend waarin zij trouw beloven aan de president. In de Sri-Lankese politiek is een verklaring van trouw eerder het bewijs van intimidatie dan van overtuiging. Premadasa beschikt volgens politieke commentatoren net als zijn voorganger Jayewardene over ondertekende ontslagbrieven voor zijn parlementsleden, die hij kan uitgeven als hem dat uitkomt. Een parlementslid is zo de gevangene van de president, hij kan zijn zetel in het parlement met onmiddellijke ingang verliezen.

Nu Premadasa zich op deze manier heeft verzekerd van de steun van zijn partij heeft hij een brief van de minister van justitie naar de voorzitter van het Lagerhuis gestuurd die erop neerkomt dat de motie van wantrouwen van nul en generlei waarde is omdat de voorzitter deze niet had ingediend voor discussie. De president wilde hierdoor een parlementair debat over de motie - dat uiterst pijnlijk voor hem zou zijn - vermijden.

Maar de voorzitter van het Lagerhuis, H.H. Mohammed, weerlegde dit argument en zei dat het debat zal doorgaan. Hij verwierp ook de stelling van de president dat het hem was toegestaan het parlement te ontbinden. Het verweer van de president duidt erop dat hij ondanks de steun van de meerderheid van zijn partij niet zo stevig in het zadel zit als hij voorgeeft. Dit werd vorige week ook aangetoond toen een openbare vergadering, georganiseerd door de dissidenten, werd bijgewoond door meer dan 300.000 mensen, een recordopkomst in Colombo.

Tenzij Premadasa het parlement alsnog ontbindt en het land in een constitutionele crisis stort, zal hij nu een reeks beschuldigingen onder ogen moeten zien over zijn politieke en persoonlijke handelswijze in zijn ambtelijke functie.

Hoewel bezwarende documenten nog niet publiekelijk zijn gemaakt, circuleren overal exemplaren. De lijst van beschuldigingen loopt uiteen van schending van de wet, verraad, omkoperij en corruptie tot verklaringen dat “de president permanent onbekwaam is de taken van zijn ambt uit te voeren door geestelijke en lichamelijke zwakheid”.

Sommige beschuldigingen zijn terug te voeren op sociale tegenstellingen wanneer zijn critici Premadasa, die behoort tot de lage kaste van de dhobi's (watermannen), hem zijn lage opleiding verwijten. Premadasa heeft dit snel opgepikt door zijn lasteraars te zoeken in de kringen van de welgestelden en de hogere kasten die niet kunnen accepteren dat iemand van eenvoudige komaf, zoals hij, president kon worden.

Premadasa wist zich inderdaad op te werken en is de eerste president die niet tot de traditionele boeddhistische elite behoort. Maar de gedetailleerde beschuldigingen van constitutionele onfatsoenlijkheden doen hem politiek gezien meer schade. De ernstigste hebben betrekking op het buitenspel zetten van het kabinet door het opbouwen van een machtige presidentiële bureaucratie en het aanstellen van ambtenaren op de ministeries die direct aan hem moeten rapporteren.

De petitie van de oppositie beschuldigt Premadasa er eveneens van dat hij wapens heeft geleverd aan de Tamil Tijgers, de belangrijkste guerrillaorganistie van de Tamils, toen het Indiase leger tussen 1987 en 1990 in Sri Lanka was. De Tijgers worden ook verdacht van de moord op de Indiase ex-premier Rajiv Gandhi, op 21 mei. Vorige week citeerde de Zuidindiase krant, The Hindi, politiefunctionarissen die zeiden dat Tamils die vastzitten in verband met de moord op Gandhi hebben bevestigd dat Premadasa levering van wapens en transportvoertuigen heeft geregeld aan de Tijgers.

De Sri-Lankese dissidenten zien ook de hand van de president in de ernstige schendingen van de mensenrechten van de afgelopen jaren. Duizenden mensen zijn vermoord of verdwenen. De oppositie beschuldigt Premadasa van het verhinderen van onderzoek naar de verdwijningen, zoals die van de bekende journalist Richard de Zoysa, en van het instellen van een "schaduwpolitie' die alleen aan de president verantwoording schuldig is.