Rinus Israel maandag aan de slag bij Roemeense topclub Dinamo Boekarest; Geen tijd meer voor z'n koffiehuis

AMSTERDAM, 25 SEPT. Zijn kaartmakkers in het Amsterdamse koffiehuis zullen hem nog het meest missen. Bijna een jaar had Rinus Israel alle tijd. Zijn vrije, maar enigszins doelloze leven is thans voorbij. Maandag begint de 47-voudige international aan een opmerkelijk avontuur. Als technisch directeur van de Roemeense topclub Dinamo Boekarest wacht hem een grote uitdaging. “Als je me dit vorige maand had verteld, had ik je voor gek verklaard”, grinnikt Israel.

Drie weken geleden rinkelde de telefoon. “Ik wist niet wat ik hoorde en dacht eerst aan een grap”, bekent de 49-jarige Amsterdammer, oud-coach van PEC Zwolle, BVV Den Bosch, Feyenoord, PAOK Saloniki en amateur DWV. “Het bleek echter wel degelijk de voorzitter van Dinamo te zijn. Hij vroeg of ik interesse had. Natuurlijk, zei ik. Bedenktijd had ik niet nodig. Ik verkeerde immers niet in de positie om de boot even af te houden. Praten kan altijd, dacht ik.”

Met zijn vrouw vertrok Israel vorige week naar Portugal, waar Dinamo voor het toernooi om de UEFA-beker tegen Sporting Lissabon diende aan te treden. Het duel werd met 0-1 verloren. Aansluitend reisde Israel mee terug naar Roemenië. De onderhandelingen werden vlot afgerond. “Ik heb een contract tot aan het einde van dit seizoen getekend. Na de winterstop wordt bekeken of we met elkaar doorgaan. Als het om welke reden dan ook niet naar wens verloopt, houdt het voor beide partijen uiteraard snel op.”

Afgelopen zondag zag Israel zijn nieuwe ploeg met 4-1 van Timisoara winnen. Gisteren keerde hij terug naar Nederland om de tijdelijke verhuizing (met zijn vrouw) te regelen. “Ik voel me knap beroerd”, verzuchtte hij bij aankomst. “Voor mij hoeft dat vliegen niet. Over de situatie in Roemenië wil ik niet te veel uitweiden. Het land kent na de revolutie de nodige problemen, laten we het daarop maar houden.”

Israel vernam in Boekarest, dat de in Dordrecht woonachtige Roemeen Mircea Petescu (oud-trainer van Sparta) hem bij de clubleiding had aanbevolen. “Toch aardig”, erkent Israel. “Dinamo wilde graag een trainer van Nederlandse afkomst. Ons voetbal staat in Roemenië nog altijd hoog aangeschreven, vooral vanwege de offensieve tactiek. Of ze met mij de juiste keuze heb gedaan, moet nog blijken. Ik was in elk geval de eerste kandidaat.”

Israel is niet geheel onbekend in en met Roemenië. Hij speelde er ooit drie internationale wedstrijden, twee met Feyenoord en één met het Nederlands elftal. “De oudere mensen bij Dinamo kenden mij nog als speler. vond ik leuk om te horen. Mijn bijnaam "IJzeren Rinus' klonk in het Roemeens heel raar. Als trainer heb ik helaas minder naam gemaakt. Dat moet de komende tijd dan maar gebeuren.”

Israel heeft binnen een paar dagen al een aardig beeld van de spelersgroep opgebouwd. “De selectie is jong en veelbelovend. De meeste spelers zijn in de vertegenwoordigende teams vaste keus. De Albanees Dematori is de enige buitenlander. Hij is de aanvoerder van het nationale elftal en voor Dinamo één van de belangrijkste spelers. Het bestuur heeft van mij geen prestaties geëist. Ik moet van de huidige groep een hecht elftal maken, dat aanvallend en attractief speelt. Met het aanwezige materiaal zie ik voldoende mogelijkheden.”

Voor Roemeense begrippen is Dinamo een rijke club. In de afgelopen twee jaar werden liefst veertien topspelers voor flinke bedragen aan buitenlandse clubs verkocht, onder wie Sabau (Feyenoord). De ontvangen dollars werden verstandig besteed. Jonge talenten uit alle windstreken van Roemenië kregen een contract. Vele nieuwelingen zijn ondergebracht bij andere clubs uit de hoogste afdeling. Het bestuur wil geleidelijk terug naar de Europese top.

“Door de grote uittocht is er even een gat gevallen, maar dat is grotendeels alweer opgevuld”, concludeert Israel. “Met Steaua Boekarest, dat eveneens een heel elftal heeft verkocht, is Dinamo de toonaangevende club in Roemenië. Universitatea Craiova kon vorig seizoen profiteren van de onervarenheid bij Steaua en Dinamo, maar dit seizoen wordt waarschijnlijk de hiërarchie hersteld.”

Israel valt volgende week met zijn neus in de boter. Eerst wacht in het eigen stadion, zonder verlichting en met plaats voor 23.000 toeschouwers, de Europese return tegen de Portugezen. Vier dagen later komt aartsrivaal Steaua op bezoek. “Mijn inbreng zal bij die wedstrijden nog beperkt zijn”, geeft Israel aan. “In overleg met mijn vier assistenten zullen we de tactiek bepalen. Misschien dat ik vanaf de bank hier en daar kan corrigeren. Gelukkig spreekt één van de hulptrainers redelijk Duits. Op die manier heb ik mijn ideeën destijds in Griekenland ook goed kunnen overbrengen.”

Voor Israel is zijn terugkeer in het topvoetbal een hele opluchting. “Ik ben nog te jong om de hele dag te kaarten en met mijn familie door te brengen. Af en toe kreeg ik wel eens de indruk, dat de buitenwacht dacht dat ik liever met mijn kleindochter optrok dan dat ik als coach op het veld stond. Onzin natuurlijk. Ik brand nog van ambitie en dat zullen ze daar in Roemenië gaan merken.”