Nederland heeft niet het laatste woord in Europa

Haalt het Nederlandse ontwerp voor een Europese Politieke Unie 1992? Volgens staatssecretaris Dankert, die het ontwerp-verdrag gistermiddag presenteerde, is het Nederlandse voorstel “een redelijk midden” van wat er in de verschillende EG-lidstaten leeft. Maar voorstanders, zoals België, noemen het Nederlandse voorstel idealistisch en tegenstanders, zoals Groot-Brittannië, laten weten dat de Nederlandse tekst in de onderste la moet verdwijnen, of liever nog in de prullenbak.

Waar gaat het ook alweer over? Halverwege de jaren tachtig besloten de twaalf landen van de Europese Gemeenschap ernst te maken met de totstandkoming van een interne markt, waarbinnen het handelsverkeer niet door nationale grenzen wordt belemmerd. Eén markt kan alleen goed functioneren met één munt en daarom besloten de verschillende regeringen te gaan onderhandelen over een Economische en Monetaire Unie (EMU).

Na de revolutionaire veranderingen van 1989 wilden de Twaalf ook de politieke samenwerking en de besluitvorming van de EG versterken. Daarom werd tegelijk met de zogenoemde intergouvernementele conferentie over de EMU een zelfde onderhandelingsproces over een Europese Politieke Unie (EPU) opgezet. Deadline: de EG-topconferentie op 9 en 10 december in Maastricht.

De eerste zes maanden van dit jaar zijn onder Luxemburgs voorzitterschap de verschillende meningen geïnventariseerd en neergelegd in een ontwerp-tekst. Toen Nederland op 1 juli de voorzittershamer overnam, braken in Joegoslavië gewelddadigheden uit. De EG-ministers wijdden zich aan een serie bemiddelingspogingen op de Balkan en over de EPU werd even niets meer vernomen.

Op ambtelijk niveau ging het overleg wel gewoon door. Dat was althans de bedoeling, maar uit Brussel kwamen berichten dat de onderhandelingen in het slop raakten doordat de Nederlanders helemaal van voren af aan zouden willen beginnen. Het wachten was op een nieuwe tekst.

Twee weken geleden verzond staatssecretaris Dankert een proefballonnetje naar de regeringen van België en Duitsland en naar Commissie-voorzitter Delors. Toen dit voorontwerp uitlekte volgde noodgedwongen een consultatieronde met alle twaalf regeringen. Het was deze ronde die Dankert gisteren tot zijn uitspraak bracht dat de nu gepresenteerde tekst “een redelijk midden” vormt.

Of het aan Dankerts verleden als voorzitter van het Europese parlement ligt of aan hobbyisme van Euro-enthousiasten die gebruik maken van de Joegoslavische beslommeringen van minister Van den Broek - het ministerie van buitenlandse zaken heeft een tekst geproduceerd die in de EG stoutmoedig genoemd kan worden. De betrokkenheid van het Europese parlement bij de besluitvorming wordt aanzienlijk uitgebreid. De afgevaardigden krijgen vetorecht op alle terreinen waarop de Raad van ministers met gekwalificeerde meerderheid besluit. Op een viertal andere terreinen krijgen zij medebeslissingsrecht. Daarnaast wordt het buitenlands- en veiligheidsbeleid, dat nu nog "naast' de EG in de zogenoemde Europese Politieke Samenwerking en de Westeuropese Unie gestalte krijgt, bij de EG-organen ondergebracht. Daarbij wordt wel expliciet herinnerd aan het primaat van de NAVO.

Het Nederlandse ontwerp legt, kortom, de basis voor een federaal Europa. Groot-Bittannië heeft dus al afwijzend gereageerd en tegenstand is verder te verwachten van onder andere Frankrijk, dat in de EG noch voor het Europese parlement noch voor de NAVO een grote rol ziet weggelegd.

Hoelang de Nederlandse tekst op tafel blijft zal dus vooral afhangen van het derde grote land: Duitsland. Bonn heeft zich net als Den Haag herhaaldelijk uitgesproken voor vergroting van de macht van het Europese parlement, maar heeft een veel betere onderhandelingspositie. Duitsland speelt als financiële grootmacht een cruciale rol bij de onderhandelingen over de Economische en Monetaire Unie en heeft aangekondigd die alleen samen met die over de Politieke Unie te willen afronden. Geen EMU zonder EPU dus, en geen EPU zonder sterk Europees Parlement.

“Er is van Duitse kant een duidelijke verbinding gelegd tussen EMU en EPU en die verbinding past mij zeer goed”, zei Dankert gisteren. En hij kondigde aan: “De onderhandelingen beginnen nu pas.”

De staatssecretaris heeft er zin in, maar premier Lubbers heeft vorige week terloops, maar verrassend, meegedeeld dat er in Maastricht geen “honderd procent politieke unie” hoeft te worden bereikt. Blijkbaar wordt de top waarnaar met zoveel verwachting is uitgezien, onder het Nederlands voorzitterschap toch niet meer dan een tussenstap. Als benaming van voor het ontwerp-verdrag is "Op weg naar de Politieke Unie' gekozen, zo schrijft Buitenlandse Zaken nu, omdat daarin tot uitdrukking wordt gebracht dat de Politieke Unie in Maastricht “niet gerealiseerd zal worden, maar dat Nederland wel een belangrijke stap in die richting wil zetten”. De meningsverschillen zijn nog te groot, zo is de boodschap bij een ontwerp dat weinig doet om ze te verkleinen.

Intussen vragen de landen in Midden-Europa om een krachtige politieke rol van de EG en heeft na de Golf ook Joegoslavië aangetoond dat de nog steeds hoofdzakelijk economische organisatie zo'n rol als het erop aankomt, maar matig kan spelen.