Nationale Zorg (3)

Het is hoogwater voor het "Plan-Simons', het reuze-project dat de manier waarop iedere Nederlander tegen ziekte is verzekerd ingrijpend wil veranderen.

Begin volgend jaar moet de tweede fase ingaan, maar als er nog meer getreuzeld wordt, lukt dat niet. De staatssecretaris heeft al zo veel uitstel moeten accepteren dat hij zich de afgelopen dagen genoodzaakt zag achter de schermen politieke rugdekking te zoeken bij cruciale leden van Eerste en Tweede Kamer.

Volgende week, op 3 oktober treedt Simons in het krijt tegen VNO-voorzitter Rinnooy Kan om te debatteren over effecten en betekenis van het nieuwe stelsel. Dat is voor hem belangrijk vanwege de publieke steun die het plan zoetjesaan nodig heeft. Bovendien moet de Eerste Kamer de grote lijn nog goedkeuren.

Morgen wordt de Tweede Kamer intussen gevraagd in te stemmen met een kort geleden ingediend wetje dat de verhouding tussen studiefinanciering en ziektekosten regelt voor de drie jaar dat het Plan-Simons nog niet volledig zal zijn ingevoerd. Het lijkt een technisch akkevietje, maar het zegt iets over het komende stelsel en de manier waarop dat financieel wordt opgetuigd.

Eén zin uit de gepresenteerde feiten. Studenten met een beurs en studerende kinderen van ambtenaren bij gemeente en provincie krijgen straks een bijdrage in de ziektekosten die “naar huidig inzicht voor 1992 zal uitkomen op ca. f 17,92 per maand per studerende”.

Einde citaat. Het kan dus ook 17,93 of 17,91 worden. "Circa' betekent dat de bewindslieden het nog niet helemaal precies exact op de cent nauwkeurig kunnen zeggen. Ze doen wat ze kunnen op de ministeries van onderwijs en volksgezondheid om toch vast te laten weten waar de studenten ongeveer op mogen rekenen. De zorgzame overheid, we zullen haar nog missen.

Soms moet je je in de arm te knijpen bij het lezen van dit soort staatsstukken. Wat is dit voor land waar een minister en een staatssecretaris een wetje naar de Tweede Kamer sturen om zulke bedragjes ingewikkeld uit te delen? Met een Memorie van Toelichting die volstrekt onleesbaar is en daarmee een zorgwekkende illustratie vormt van het ambitieuze "zorgstelsel' dat er aankomt. De Memorie goochelt opgewekt en nauwkeurig met de normbedragen, de WTZ- en MOOZ-bijdragen en de "informatieplicht op grond van artikel 123'. Voor iedere oplossing vindt deze spooktekst wel een nieuw probleem. Hoewel zij zich reuze zorgen maken over de vier procent studenten die zich niet verzekeren, zijn de bewindslieden vooral bezig de begroting van Onderwijs te behoeden voor een gat van enige honderden miljoenen dat de komende jaren veroorzaakt wordt door het Plan-Simons. Met een telraam is vast te stellen dat het bestuurlijk maecenaat uit Rijswijk en Zoetermeer Minister Ritzen daar niet alleen bekwaam afhelpt, maar hem in drie jaar ook nog miljoenen zakgeld gunt.

Wetsontwerp plus toelichting filosoferen er fluks op los, vertellen wie er allemaal zijn geraadpleegd en welke groepen voor tegenvallers halverwege de redenering worden gecompenseerd. Maar wie de rekening uiteindelijk betaalt staat er niet in het Nederlands bij. De gekozen oplossing kan men goed of slecht vinden, maar het praat makkelijker als die wordt vermeld.

Het is aan het bestuur van de samenwerkende ziektekassen van grote bedrijven, de Contactgroep personeelsfondsen ziektekosten te danken dat deze onherbergzame materie enigszins is ontrafeld. Zaterdag rekende dit gezelschap in het Financieele Dagblad voor hoe de bewindslieden Simons en Ritzen het kunststuk willen realiseren.

Om de oplopende ziektekosten van het ministerie ten bate van "fonds'-studenten te kunnen opvangen wordt de tegemoetkoming van particulier verzekerde studenten verlaagd. Om hen voor inkomensachteruitgang te behoeden is de verzekeringsmaatschappijen te verstaan gegeven dat zij een studentenverzekering voor zevenhonderd gulden moeten aanbieden en omdat de maatschappijen zeggen het daar niet voor te kunnen doen, wordt geld beschikbaar gehouden om de verliezen op te vangen.

Waar komt dat vandaan? Een derde van de bevolking is particulier verzekerd. Die groep betaalt nu 44,40 gulden WTZ-bijdrage (solidariteitsbijdrage voor zware risico's) en wordt nu als vrijwilliger voor meer solidariteit aangewezen: per 1 januari komt er 12,50 per persoon bij. Dat is niet alleen om het probleem van onverzekerde studenten en de ten gevolge van "Simons' stijgende ziekenfonds- en AWBZ-premies op te vangen. De opbrengst van 4,7 miljoen particulier verzekerden maal 12,50 levert minimaal 100 en maximaal 180 miljoen winst op in drie jaar. Meer link dan logisch.

Dit soort constructie laat zien welke technocratische verfijningen moeten worden bedacht om ongewenste consequenties van het grote plan-Simons te voorkomen. Nog afgezien van de goeddeels onbesproken gevolgen van de "fiscalisering' die het plan brengt: 7,3 (of 7,6) procent premie voor de basisverzekering wordt bij de loonheffing opgeteld met als gevolg dat gescheiden vrouwen bijvoorbeeld straks 7,3 procent meer belasting over hun alimentatie gaan betalen. De eigenaar van een geërfd huis betaalt 7,3 procent meer over zijn huurwaardeforfait, terwijl de koper van een huis met gehuurd geld hypotheekrente plus 7,3 procent aftrekt. De gelukkige berijder van een auto van de baas tenslotte mag straks 7,3 procent extra gaan betalen over de twintig procent van de cataloguswaarde die hij toch al morrend bij zijn inkomen optelt. Om zich tegen ziekzijn te verzekeren.

In het studenten-voorbeeld dat morgen in de Kamer speelt is het benodigde financiële freeswerk even opvallend. Het rijk trekt 34 miljoen uit de AWBZ terug (wat tot een algemene verhoging van de AWBZ-premie moet leiden), schrapt een niet-verklaarde "overlap' op de O&W-begroting, dwingt verzekeraars een niet-rendabele polis aan studenten te verkopen en laat alle 4,7 miljoen particulier verzekerden het verschil ruim bijpassen. Daar stopt de bal.

"Simons' heeft sterke inkomenspolitieke effecten. Dat is de laatste tijd steeds duidelijker geworden. Wat dat betreft is de parallel tussen het wetje voor studenten en hun ziektekosten met het grote plan-Simons treffend. In beide gevallen wordt inkomen overgeheveld van meer naar minder verdienenden. Het is niet duidelijk of dat essentieel is om de kostenbewuste gezondheidszorg in te voeren, waar het oorspronkelijk om begonnen was.

Een interessante vraag blijft waarom het de werkgevers van het VNO moeten zijn, die de staatssecretaris met koopkracht- en andere bezwaren in het openbaar hebben uitgedaagd. Als de kritiek van het VNO geldig is, dan gaan allerlei categorieën werknemers er tot een paar duizend gulden per jaar op achteruit, wat tot looneisen kan leiden. Bovendien zullen werkgevers meer "tegemoetkoming ziektekosten' moeten betalen. En als het systeem niet goed werkt dan lopen de kosten nog verder op. Geldt dat allemaal niet voor christelijke werkgevers?