Kritiek Onderwijsraad op zelfstandige inspectie

ROTTERDAM, 25 SEPT. Het verzelfstandigen van de onderwijsinspectie leidt niet tot de grotere onafhankelijkheid die minister Ritzen (onderwijs) zegt na te streven. Als het gebeurt op de manier die hij nu voorstelt, zal de inspectie juist afhankelijker van de minister worden. Het lijkt er op dat Ritzen eerder verkleining van het departement als doel voor ogen heeft dan een grotere onafhankelijkheid van de inspectie. Tot deze conclusies komt de Onderwijsraad in zijn advies over het wetsvoorstel tot verzelfstandiging van de inspectie.

In zijn zeer kritisch advies, dat vrijdag werd verzonden, concludeert de Onderwijsraad dat de minister geen enkel overtuigend argument noemt voor een bestuurlijke verzelfstandiging van de inspectie. De raad vindt dat er geen aanleiding is om de inspectie in een aparte rechtspersoon onder te brengen, zoals Ritzen voorstelt. Hij vreest voor een uitholling van de grondwettelijke taken van de inspectie.

Ritzen wil de onderwijsinspectie verzelfstandigen om de onafhankelijkheid van de inspectie ten opzichte van hemzelf beter te waarborgen. Volgens de minister is dat van belang nu de inspectie, die het onderwijs in de scholen, hogescholen en universiteiten controleert, zijn beleid steeds vaker evalueert.

Bovendien is er in het voorstel van Ritzen geen sprake van een grotere onafhankelijkheid, concludeert de raad. In het wetsvoorstel geeft Ritzen de inspectie wel bestuurlijke onafhankelijkheid, maar eigent hij zich tegelijkertijd zoveel bevoegdheden toe dat hij een veel steviger greep krijgt op het functioneren van de inspectie zelf.

Volgens de Onderwijsraad grijpt de minister naar een veel te zwaar middel om de onafhankelijkheid van de inspectie te vergroten. Ritzen kan deze binnen zijn departement ook een zelfstandiger positie geven waarbij de hiërarchische band met de minister volledig blijft bestaan.