Kamer wil "intimidaties' Landbouw opgehelderd

DEN HAAG, 25 SEPT. De Tweede Kamer zal morgen minister Bukman en staatssecretaris Gabor horen over de vermeende intimidaties van personeelsleden door de ambtelijke top van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

De Kamer stemde in met een verzoek van fractievoorzitter Beckers van Groen Links om over de gang van zaken te debatteren. Beckers wil de reactie horen van de bewindslieden. Beckers wil een diepgaand onderzoek naar de beschuldigingen, eventueel een parlementaire enquête.

Het VVD-Kamerlid Blauw vindt dat de reactie van Bukman maandagavond voor de televisie op de beschuldigingen over de gang van zaken op zijn ministerie “ver beneden de maat” was. “De minister moet een herkansing krijgen in het Kamerdebat”, aldus Blauw. Daarom heeft de VVD het verzoek van Groen Links om een Kamerdebat gesteund. Mocht Bukman tegenover de Kamer onvoldoende duidelijk maken de problemen serieus te nemen dan houdt Blauw rekening met de mogelijkheid van een onderzoek door de Tweede Kamer. Het Kamerlid omschrijft de problemen op het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij als “een soort veenbrand”. Al langer zijn er berichten over interne problemen op het departement, maar het verontrust Blauw dat de problemen nu kennelijk zo hoog zijn opgelopen dat een aantal mensen er toe overgaat de door hen gesignaleerde misstanden in het openbaar aan de kaak te stellen.

Landbouwspecialist J. van Noord van het CDA zegt in de beschuldigingen niet bijster veel nieuws te hebben ontdekt. Volgens hem is de vermeende intimidatie op het departement uitvoerig aan de orde geweest tijdens de besloten hoorzittingen over de vis-affaire vorig jaar. Toen zag de Kamer geen aanleiding verdere stappen te ondernemen. “Het ministerie heeft die beschuldigingen toen op een duidelijke manier weten te weerleggen.”

Ook in het rapport dat in juni verscheen over de Algemene Inspectie Dienst (AID) van het ministerie wordt volgens Van Noord geen gewag gemaakt van intimidatie. Het PvdA-Kamerlid Huijs tenslotte vindt dat er “helderheid moet komen in de mengelmoes van beschuldigingen”.