Hondenmensen, kattenmensen

Leken vermoedden al zoiets, maar het is nu ook wetenschappelijk aangetoond: mensen nemen voornamelijk een gezelschapsdier omdat zij behoefte hebben aan gezelschap. Zonder hond, kat, konijn, vis of vogel vindt men het stil in huis en niet zo gezellig. De band is niet met ieder huisdier even groot. Men hecht het meest aan honden, gevolgd door respectievelijk katten, vogels, knaagdieren, konijnen en vissen. Maar in het algemeen kun je zeggen: “Eigenaren van dieren hebben meestal een positieve houding ten opzichte van dieren.”

Tot deze conclusies komt Nienke Endenburg (29), klinisch-pedagoge aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Zij baseert zich op veertig "diepte-interviews' en 871 vragenlijsten en hoopt overmorgen op haar onderzoek te promoveren.

Gelukkig bevat haar proefschrift, getiteld Dieren als gezelschap. Demografische, motivationele, en ethische aspecten van het houden van gezelschapsdieren ook enkele deuren die iets minder wijd openstaan. Zo blijken er significante verschillen te bestaan tussen honden- en kattenbezitters. Kattenbezitters zijn meestal jonger dan eigenaren van een hond. Ze zijn doorgaans niet getrouwd maar wonen samen in het westen van het land. Gemiddeld hebben ze een bruto inkomen van 20.000 tot 40.000 gulden per jaar. Het inkomen van hondenbezitters ligt =f lager - in deze groep figureert de hond vaak als statussymbool - =f hoger. Dat zijn dan de mensen die al wat meer gesetteld zijn en kinderen hebben. Het argument dat een hond goed is voor het kind, dient dan vaak als excuus, aldus Endenburg, die er bovendien vanuit gaat dat kattenbezitters “diep in hun hart” eigenlijk een hond zouden willen hebben.

Mogen de meeste mensen een huisdier nemen uit behoefte aan gezelschap, ècht gelukkig worden ze er niet van. Bijna de helft van de huisdierbezitters blijkt te klagen over haren en veren op de vloer of het meubilair. Het wordt hoog tijd dat Nederland massaal overstapt op het houden van gezelschapsvissen.