"Hier luisteren ze echt naar me'

AMSTERDAM, 25 SEPT. Aanvankelijk weet ze niet wat haar overkomt. 's Ochtends om drie uur is ze uit haar dorp in de omgeving van Ramallah (“vlak bij Israel”) vertrokken en via Jeruzalem en Kopenhagen naar Amsterdam gereisd. Nu staat ze in een zaaltje van het Amsterdamse theater De Balie, omringd door jonge Israeliërs, die van haar willen weten hoe het is om in de bezette gebieden te leven en hoe zij de intifadah ervaart.

De 24-jarige Tahreer Taha neemt deze week deel aan een uniek project. Wat in Israel onmogelijk is, kan wel in Nederland: Palestijnen en joodse Israeliërs trekken een week lang informeel met elkaar op en voeren diepgaande gesprekken. De twee delegaties zijn uitgenodigd door D66 en worden begeleid door de Jonge Democraten. De Palestijnen zijn vertegenwoordigd door drie mannen en zeven vrouwen, de Israelische delegatie bestaat uit vijf mannen en drie vrouwen. Laatstgenoemden zijn lid van RATZ, een mensenrechtenpartij met vijf zetels in de Knesset.

Tahreer Taha is geboren in 1967, toen Israel de Westelijke Jordaanoever bezette. “Vandaar dat mijn ouders mij "Bevrijding' noemden”, vertelt ze. Tahreer studeerde drie jaar wiskunde aan de universiteit van Oost-Jeruzalem. Nu kan ze slechts een visum van 24 uur krijgen, zodat ze haar studie heeft moeten afbreken. Dat jonge Israeliërs nu aan haar lippen hangen, grijpt haar aan. “Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik het gevoel heb dat er naar mij wordt geluisterd”, zegt ze.

Ze vertelt over haar broer die in de gevangenis zit. Hij kreeg anderhalf jaar wegens het verbergen van een door de autoriteiten gezochte Palestijn. Ze bezoekt haar broer elke week. Onlangs had hij een grote vleeswond ter hoogte van zijn nek. Ook is zijn gehoor aangetast. “Gevolg van een ondervraging. Hij weigerde zijn vriend te verraden.”

In het begin tonen de Palestijnen zich argwanend. “Hoe weten we of we jou wel kunnen vertrouwen? We kennen je nauwelijks”, krijgt een van de Jonge Democraten te horen. Maar al gauw breekt het ijs. De eerste vraag die de Palestijnen steevast aan de Israeliërs stellen is of ze ook in de bezette gebieden als soldaat zijn ingezet. Dat is het geval bij Ilan Feldman, een 24-jarige student politieke wetenschappen uit Tel Aviv. Hij diende als infanterie-soldaat in de Gazastrook. Tahreer Taha wil hem eerst niet geloven. Zo'n aardige jongen die zich heeft laten gebruiken om de intifadah te onderdrukken: dat kan toch niet waar zijn. Maar het is waar. Feldman bezweert dat hij nog nooit op iemand heeft geschoten en dat hij alles zal doen om dat te voorkomen.

De joodse deelnemers staan zeer kritisch ten opzichte van de Israelische politiek en zijn van mening dat Palestijnen recht hebben op een eigen staat. Toch zijn ze in dienst geweest. “In Israel beschouwen we ons zelf als de good guys”, zegt Dani Miodownik. “We doen alles om de Palestijnse zaak te steunen. Maar voor de Palestijnen zijn we allemaal hetzelfde. Zij zijn de onderdrukten en wij zijn de bezetters.” Het brengt Miodownik in verwarring. “Ze brengen mij ertoe dingen te zeggen waar ik helemaal niet achter sta.”

Wekelijks houden Miodownik en zijn vrienden solidariteitsacties voor Palestijnse studenten wier universiteiten al vier jaar zijn gesloten. De Palestijnen in de groep blijken daar niets van te weten. Miodownik: “De hele wereld is ervan op de hoogte en zij weten van niets. Dat is toch ongelooflijk?”

Juist dit soort confrontaties zijn belangrijk, stelt de 32-jarige architect Ilan Bar uit Tel Aviv. “Een van de sleutelbegrippen om de kloof te overbruggen is zelfkritiek. Dat geldt voor hen, maar net zo goed voor ons.” Hij wijst erop dat de Palestijnen in een noodsituatie verkeren en daarom minder de neiging hebben hun leiders te bekritiseren.

Op het programma staan ook ontmoetingen met in Nederland woonachtige Palestijnen. De Israeliërs lopen daarbij een zeker risico. Het is hen immers verboden om contacten te onderhouden met vertegenwoordigers van terroristische organisaties, inclusief de PLO. Hillel Goldman, een 29-jarige leraar, is zich van dat risico bewust. “Maar het is mijn overtuiging dat in een democratisch land iedereen het recht heeft om met wie dan ook van gedachten te wisselen.”

In het programma van de twee delegaties is voorzien in ontmoetingen met Palestijnen, een immam, joodse jongeren, burgemeester Van Thijn, middelbare scholieren en in bezoeken aan de Eerste Kamer, de Tweede Kamer en het Vredespaleis. Een belangrijk onderdeel van het project vormen de gezamelijke werkgroepen, waarvan het de bedoeling is die in Israel voort te zetten. Initiatiefnemer Boris Dittrich, voorzitter van de Amsterdamse stadsdeelraad Zuid, geeft nog enkele suggesties voor het vullen van de vrije uren. “Een galerie op de Prinsengracht exposeert schilderijen met als thema "De Holocaust in de moderne tijd'. Maar je kunt natuurlijk ook de Heineken-brouwerij bezichtigen.”

De Palestijnen protesteren tegen de voorgenomen bezoeken aan de Portugees-Israelitische synagoge en het Joods Historisch Museum. Ze achten het programma “te weinig uitgebalanceerd”. Na een felle discussie wordt het betreffende programma-onderdeel geschrapt. Later op de dag verbetert de sfeer en heeft een uitwisseling van moppen plaats.

De volgende dag zeilt de groep op de tjalk "Vertrouwen' naar Muiden. Eerst zingen Israeliërs en Palestijnen dwars door elkaar heen volksliedjes. Later ontstaat op het schip een buitengewoon heftige discussie. De Palestijnen verwijten de Israeliërs dat ze geen dienst weigeren. “Maar je kunt toch beter mij hebben dan iemand anders”, roept een Israeliër. “Ik zou tenslotte niet een heel dorp neermaaien.” Zijn landgenote Gabi Lasky, daarop inhakend: “Ik zal, binnen de wet, alles doen om deze regering tegen te werken. Ik demonstreer elke week en ik heb kettingen gespannen over de wielen van tractoren waarmee ze nieuwe nederzettingen wilden bouwen. Maar als we weigeren in dienst te gaan, wordt onze partij verboden en kunnen we helemaal geen invloed meer uitoefenen.”

Ze wordt onderbroken door Janette Habashi, een christelijke Palestijnse. “Wie profiteert er van jullie verlichte ideeën? Alleen de regering, want die kan naar buiten toe laten zien hoe democratisch Israel wel niet is. Ondertussen zijn jullie deel van het systeem. Vergeet niet: bezetting is bezetting en een soldaat is een soldaat.”

De discussie wordt zo heftig dat het erop lijkt alsof de meest heetgebakerde delegatieleden elkaar elk moment in de haren kunnen vliegen. Voor het zover is, legt de boot aan in Muiden, waar de groep een diner krijgt aangeboden. “Deze discussie is symptomatisch voor het conflict”, stelt Hillel Goldman. “Het begon als een rustig gesprek en het eindigde in een gigantische scheldpartij. Zo gaat het in de oorlog ook.”

De volgende ochtend wordt Israel direct al aan de ontbijttafel in stukken verdeeld. “Israel is een kleine cake en daarvan willen we slechts een stukje”, zegt Tahreer Taha, kauwend op een boterham. “Maar de joden geven ons niets en eten zelf de cake steeds verder op.” Gisteren heeft ze een aantal Israeliërs gefotografeerd. Lachend zegt ze: “Dan kan ik met die foto's zwaaien als ze me straks komen arresteren.”