Geldmarkt lusteloos

AMSTERDAM, 25 SEPT. In de verslagweek was er sprake van een lusteloze geldmarkt. Dit blijkt duidelijk uit de geldmarkttarieven. De interbancaire rente op driemaands deposito's bedraagt op dit moment 9,29 procent. Daarmee is dit tarief de afgelopen week nauwelijks veranderd.

De interbancaire daggeldrente fluctueerde wel. Aan het einde van de vorige week zette een daling in. De callrente dook eergisteren zelfs even onder de voorschotrente (8,75 procent). De daling van de daggeldrente was een direct gevolg van de relatief ruime geldmarktverhoudingen gedurende de verslagweek.

De verruiming van de geldmarkt is af te leiden uit de weekstaat van De Nederlandsche Bank. In vergelijking tot de vorige verslagweek valt met name op dat de banken met een minder grote kasreserve zijn geconfronteerd. Per saldo heeft dit voor de gezamenlijke banken een besparing van 3.031 miljoen gulden opgeleverd. Daarnaast heeft De Nederlandsche Bank haar geldmarktsteun in de vorm van speciale beleningen verruimd tot 3.812 miljoen gulden. Voorts is het totaal aan bankbiljetten in circulatie afgenomen met 104 miljoen gulden, hetgeen de geldmarkt verruimt.

In samenhang met de genoemde verruimingen dient ook een belangrijke verkrapping in ogenschouw te worden genomen.

Het gaat hierbij om de storting op de jongste staatslening (6.750 miljoen gulden) die in de verslagweek heeft plaatsgevonden. Daar de Staat in de afgelopen week ook enige betalingen heeft verricht, is het saldo van de schatkist gegroeid met 3.156 miljoen gulden.

Per saldo is de geldmarkt echter verruimd. Dit blijkt onder meer ook uit het feit dat de gezamenlijke banken per 23 september 2 procentpunten hebben bespaard op het contingent. Een week eerder was er nog sprake van een ontsparing van 1 procentpunt. Op 24 september is inmiddels 1.248 gulden toegewezen op de jongste speciale belening, tegen het onveranderde tarief van 9 procent. Gisteren is ook een nieuwe geldmarktkasreserve van kracht geworden, die 3.789 miljoen gulden hoger is dan de vervallende kasreserve. De centrale bank heeft hierbij rekening gehouden met enkele toekomstige uitgaven van de Staat (onder andere rente- en aflossing op staatsleningen op 1 oktober).

De toekomstige ontwikkeling van de tarieven op de Nederlandse geldmarkt is grotendeels afhankelijk van de economische ontwikkeling in Duitsland. De laatste tijd zijn cijfers (waaronder het BNP) bekend geworden die duiden op een groeivertraging van de Duitse economie. De gematigde afzetperspectieven leiden bij het bedrijfsleven tot terughoudendheid bij het doorvoeren van prijsverhogingen. Dit kan een gedeelte van de zorgen van de Bundesbank wegnemen. Allesbepalend voor het Duitse - en daarmee het Nederlandse - rentebeeld is of de afzwakkende economische groei zich binnenkort ook vertaalt in gematigde loonstijgingen. In dat geval zal de voorspelling van de Duitse minister van economische zaken Möllemann uitkomen dat de Duitse (en Nederlandse) officiële tarieven volgend jaar licht kunnen dalen.

Bron: NMB Postbank Groep