Gebruik van doping neemt toe in Canada

BERGEN, 25 SEPT. De affaire Ben Johnson heeft het gebruik van verboden stimulerende middelen in de Canadese sport niet verminderd. Sterker, volgens dr. Andrew Pipe, voorzitter van de medische raad voor de sport in Canada, neemt het gebruik juist toe. Pipe deed uitspraken daarover tijdens de derde wereldconferentie over doping in de sport, die in de Noorse stad Bergen wordt gehouden. Pipe wees erop dat de hoeveelheid overtredingen, ondanks de golf van publiciteit en de vergroting van het aantal onderzoeken, blijft toenemen.

“In Canada, net zoals elders in Noord-Amerika, zijn bewijzen verzameld dat bepaalde middelen steeds vaker worden gebruikt. In de twee jaar na de Spelen van Seoul leverde bijna anderhalf procent van de controles (28 op een totaal van 2024) een positieve uitslag op. Men kan ervan uitgaan dat het aantal van de niet-aangekondigde dopingcontroles in de komende jaren in Canada aanzienlijk zal toenemen.”

Nadat Ben Johnson bij de Spelen van Seoul positief was bevonden en zowel zijn gouden medaille als het wereldrecord op de 100 meter kwijtraakte, heeft Canada de strijd tegen het gebruik van verboden stimulerende middelen verhevigd. Pipe noemde het bijzonder ontmoedigend dat juist in Canada, waar onmiddellijk na de zaak-Johnson het door zelfkritiek gedragen onderzoek intensief ter hand is genomen, het verboden gebruik blijkt te stijgen.

Tijdens de gesprekken bleek dat talrijke afgevaardigden van mening zijn dat niet alleen de sportman zelf ter verantwoording dient te worden geroepen. “De hele wereld van de topsport”, zei de Noorse professor Gunnar Breivik, “is in de ban van tijden en recordverbeteringen. Doping is niet de strategie van de individuele sportman, maar van het hele systeem van de topsport. Daarom zou niet alleen de man die de sport bedrijft moeten worden aangepakt”, voegde Breivik van de Noorse hogeschool voor sport en lichamelijke opvoeding er aan toe.

De Noorse professor vindt dat ook coaches en officials dienen te worden bestraft, hoewel het vaak moeilijk kan zijn het bewijs van hun directe schuld in doping-zaken te leveren. “Doping vertoont in bepaalde opzichten een overeenkomst met kanker. Wij zullen er mee moeten leren leven, maar wij mogen het niet als onontkoombaar aanvaarden. Wij zullen moeten proberen doping onder controle te brengen, ook al weten wij dat het mogelijk onuitwisbaar is, omdat het niet in één vorm en op één bepaalde manier op ons afkomt, maar als een veelkoppig monster.”