Delft Instruments hoopt op "frisse start' volgend jaar

DEN HAAG, 25 SEPT. Delft Instruments, dat wegens de verboden levering van militaire apparatuur met Amerikaanse componenten aan Irak getroffen is door een Amerikaanse boycot, denkt volgend jaar weer “een frisse start” te kunnen maken. Alle benodigde maatregelen om met de autoriteiten in de VS in het reine te komen zijn genomen.

Dat zei bestuursvoorzitter ir. R.V. Kingma gisteren op een buitengewone aandeelhoudersvergadering in Den Haag. De leiding van het bedrijf gaf tijdens die bijeenkomst opening van zaken over de omstreden leveringen en over stappen die herhaling ervan moeten voorkomen.

Vandaag beginnen functionarissen van het Amerikaanse ministerie van handel een tiendaags onderzoek bij Delft Instruments, dat er volgens Kingma toe kan leiden dat de beperkende maatregelen nog dit jaar vervallen. De Amerikaanse ministeries van justitie, defensie en buitenlandse zaken, eveneens betrokken bij het embargo tegen Delft Instruments, zijn ook gevraagd een dergelijke studie uit te voeren.

Volgens Kingma wordt daarmee voldaan aan de laatste voorwaarde die de VS hebben gesteld aan een beëindiging van de boycot. “Dit moet substantiële consequenties hebben. Het is onvoorstelbaar als niet een stap in de goede richting wordt gedaan”, zei hij.

Delft Instruments, fabrikant van optische en elektronische apparatuur voor militaire, medische en civiele toepassingen, raakte begin dit jaar in opspraak toen ontdekt werd dat het Iraakse leger apparatuur van het bedrijf bezat met Amerikaanse onderdelen. De Verenigde Staten hadden voor de herexport daarvan nooit de vereiste vergunningen afgegeven. Prompt kondigden de autoriteiten in de VS een boycot tegen Delft Instruments af van een half jaar, hangende nader onderzoek. Die boycot is inmiddels met 90 dagen verlengd. Delft verwacht als gevolg hiervan voor 1991 een verlies van 34 miljoen gulden. De onderneming is een reorganisatie begonnen die in een jaar tijd zo'n 500 arbeidsplaatsen kost.

President-commissaris drs. G. Verhagen zei gisteren de gewraakte leveranties van warmtebeeldapparatuur niet te willen bagatelliseren, maar hij wilde het “ernstige feit” wel “tot de juiste proporties” terugbrengen. Zo betroffen de geconstateerde overtredingen geen leveringen aan Irak na de afkondiging van een handelsembargo tegen dat land in augustus vorig jaar.

De Amerikaanse boosheid richt zich op een in december 1989 door Delft-dochter IOP Instrubel naar Irak geëxporteerde demonstatratie-eenheid en een in april 1990 verzonden apparaat. In december 1990 verstuurden de Belgen ook een demonstratie-eenheid naar Jordanië. In alle gevallen waren de Belgische exportdocumenten in orde, maar ontbraken de vereiste Amerikaanse papieren. Ook werden hierbij de interne regels van Delft Instruments voor herexport overtreden.

Volgens bestuursvoorzitter Kingma heeft Delft Instruments sindsdien een groot aantal maatregelen getroffen die een gunstige invloed kunnen hebben op een te treffen schikking met de Amerikaanse autoriteiten en opheffing van de boycot. Hij noemde daarbij de beëindiging van leveringen aan Irak - waarmee Delft net een groot (legaal) contract ter waarde van 70 miljoen gulden had afgesloten - op de dag dat het land Koeweit binnenviel, op het onmiddellijk verrichte interne onderzoek toen de illegale levering aan het licht kwam en op de verleende onvoorwaardelijke medewerking aan onafhankelijke onderzoek. Verder heeft Delft Instruments interne richtlijnen verscherpt en de controles op export verveelvoudigd. In de organisatie is een strengere scheiding aangebracht tussen strategische en niet-strategische goederen. Een subholding is opgericht waarin alle defensie-activiteiten zijn ondergebracht.

Ten slotte zijn disciplinaire maatregelen getroffen tegen zeven medewerkers, variërend van overplaatsing tot ontslag. De raad van bestuur, die de volle verantwoordelijkheid voor de overtredingen heeft genomen, blijft intact. “Dat betekent dus niet dat de raad van bestuur geen fouten heeft gemaakt”, zei president-commissaris Verhagen gisteren met nadruk. “Het is tekort geschoten in zijn toezicht op de bedrijfsvoering van werkmaatschappijen.”

Kingma, die een mogelijk vertrek wel heeft voorgelegd aan de Amerikaanse adviseurs van Delft Instruments en president-commissaris drs. G. Verhagen, zou zijn ontraden op te stappen. Volgens de adviseurs zouden de Amerikaanse autoriteiten het vertrek negatief hebben opgevat.

Overigens is het bestuur van Delft Instruments sinds gisteren “voor een jaar of twee” uitgebreid met ir. W. Troost (66). Troost was eerder directeur bij Philips (Science and Industry) en daarna algemeen directeur van ASM-Lithography. Volgens Verhagen is de tijdelijke versterking van het bestuur nodig in verband met de ingrijpende veranderingen binnen het bedrijf.

Onderdeel van de reorganisatie binnen Delft Instruments is vergroting van de civiele en medische produktie ten opzichte van de militaire activiteiten. Op dit moment is de 400 miljoen gulden grote omzet van het bedrijf volgens Kingma nog voor slechts 10 procent defensie-gerelateerd. Van de circa 2100 vaste en tijdelijke banen zouden er 150 direct verband met het - overigens verliesgevende - defensiewerk houden. De conclusie van een aandeelhouder dat Delft Instruments in feite direct zijn militaire produktie zou kunnen staken, liet Kingma voor diens rekening.