"De kentering is er nog niet'

DEN HAAG, 25 SEPT. “De uitslag op het PvdA-congres is nog geen uitgemaakte zaak. Ik zie het met spanning tegemoet”, zegt minister J. Pronk. De minister van ontwikkelingssamenwerking bezoekt deze weken de achterban van zijn partij in het land, niet om te praten over de honger in de Derde wereld maar over de WAO.

“Velen denken dat het wel in orde is. Maar dit congres heeft juist geen voorspelbare uitkomst. Ik loop nogal wat vergaderingen af en er is nog geen kentering. Bij sommigen is dat misschien wishfull thinking, maar mijn ervaring zegt dat de ommekeer er nog niet is. Het is geen gelopen race.” Veel Tweede-Kamerleden van de PvdA hebben de indruk dat de "uitleg-operatie' werkt en de kentering zich voltrekt.

“Ik denk niet dat veel Kamerleden de vergaderingen aflopen. Ik hoop dat ik ongelijk krijg. Ik vind de spanning ook wel boeiend. Het kan best zijn dat er zaterdag een meerderheid komt voor Wim Kok, maar dat die meerderheid niet van harte is. Dat heeft te maken met de koppeling tussen het beleid en het vertrouwen voor de persoon Kok als de politieke leider. Die koppeling is terecht. Je kunt als politiek leider niet functioneren als je na veel wikken en wegen een cruciale beleidsbeslissing neemt, die beslissing dan wordt onderuitgehaald en de achterban vervolgens zegt: ga maar rustig door, we vertrouwen je wel. Het kan een "ja' worden, maar niet van harte, en dan is het een Pyrrusoverwinning.”

De emoties zijn de afgelopen weken in de PvdA hoog opgelopen, de verwarring is groot. Partijleider Kok die worstelt met de WAO-plannen, de achterban die in opstand komt en dan ook nog, zoals gisteren bekend werd, een crisiscomité dat zich opwerpt om de partij te redden. Een comité waar voormalig PvdA-voorzitter A. van der Louw, de Rotterdamse hoogleraar economie E. Bomhoff, het voormalige PvdA-Kamerlid H. Kombrink en opinieonderzoeker M. De Hond deel van uit maken. De geruchten deden al enige tijd de ronde, gisteren werd het toegegeven.

Van der Louw als de Janajev van de PvdA? Pronk zag de portretten op de televisie. “Ja, ik heb dat gezien en het klopt wel ongeveer. Ik heb niet met deze groep gesproken. Ik hoorde het van anderen die met hen hadden gesproken. Er zijn inderdaad suggesties gedaan om te komen tot een crisiscomité. Die suggesties zijn vierkant afgewezen door Kok en de anderen om hem heen. We hebben aan een crisiscomité geen enkele behoefte. Er is een politiek leider en die vraagt om politiek vertrouwen. Dat wordt uitgesproken, of niet. Die namen kende ik ook, en ik kende ook andere namen die niet werden genoemd. De suggesties zijn dus afgewezen. Misschien zijn ze niet afgelopen, laat de discussie daarover maar doorgaan. Een crisiscomité leidt de aandacht af van de kernvraag: heeft de gekozen politiek leider vertrouwen of heeft hij dat niet? Zo'n crisiscomité zou betekenen dat het met Kok zou zijn afgelopen. Het is een coup. Dat is dan misschien niet zo bedoeld, maar heeft wél dat effect.”

Pag.3:

'Vertrouwensvraag Kok is sterktebod`

Kok kreeg na de WAO-besluiten van 14 juli felle kritiek uit zijn partij te horen en besloot daarop, na overleg met de gewesten, om de plannen bij te stellen. Kok kreeg het zwaar te verduren. Hij zou als politiek leider fouten hebben gemaakt, en er leek een grote kloof te bestaan tussen de partijleider en zijn achterban. De "regiefouten' gaf Kok onmiddellijk toe, in Etten-Leur bij zijn eerste publieke optreden na de WAO-besluiten. Hij ging in de aanval en trok door het land om zijn besluiten uit te leggen. Maar zijn positie leek sterk aangetast, en de plannen van het crisiscomite kwamen niet uit de lucht vallen. “Zijn positie werd niet aangetast door de als coup gekwalificeerde poging. Want zijn positie was al aangetast door een aantal politieke fouten, door een maatschappelijke reactie en verzet in de partij tegen een bewust gekozen verandering van beleid. Dat was een clash, en dat leidt tot aantasting van je positie”. Kok gaf dit weekeinde voor de radio toe dat hij zich eind augustus had afgevraagd of hij wel de juiste man op de juiste plaats was. Hij gaf echter duidelijk te kennen dat hij niet had overwogen uit de politiek te stappen. “Hij vroeg zich af of hij de juiste man op de juiste plaats was. Ja, dat klopt, niet meer en niet minder. Hij heeft met mij overlegd en ook nog met anderen”.

Voor veel politieke waarnemers is het vertrouwensvotum dat Kok aan het congres vraagt een teken van zwakte. Want wie om vertrouwen vraagt, zou dat in feite al hebben verloren. “Ik vind het een sterktebod. De positie was verzwakt. Wat doe je dan? Daar kan je alleen hard tegen ingaan door de bevestiging te vragen van vertrouwen dat in je is gesteld. Je stelt je dan kwetsbaar op, maar dat is geen zwaktebod. Je vraagt om vertrouwen, om de acceptatie van jouw beslissing. En als je dat niet krijgt, kan een ander het overnemen. Dat is een teken van politieke kracht”.

Niet alleen het vertrouwen van de PvdA-leden heeft een flinke deuk opgelopen ook de kiezers blijken volgens opiniepeilingen de partij massaal de rug toe te keren. De PvdA is verkreukeld en sommigen kondigen het einde van de partij al aan. “De daling heeft te maken met een aantal factoren. De PvdA is lange tijd door de manier van oppositie voeren vereenzelvigd met een politieke partij die vrijblijvend optreedt. De meeste sociaal-democratische partijen in West-Europa kampen met het probleem: ze koesteren iets dat al is vervuld. De samenleving veranderde, zo kwam er de individualisering. De sociaal-democratie worstelde daarmee, zij liep voorop en ging in eigen groep de harde discussie aan. Maar zij verlamde zich aan andere kant zodanig dat ze achter de feiten aanliep. De discussie over het sociale verzekeringsstelsel is daar een voorbeeld van. Er kwam nooit wat uit. Gecombineerd met de plaats in de oppositie betekende dat verlamming en vrijblijvendheid. Dat is niet alleen zo bij de PvdA, dat gold ook voor Labour. De afgelopen vijf jaar is er nog een factor bijgekomen. De sociaal-democratie was altijd een "derde weg' tussen kapitalisme pur sang en communisme. Het was veilig om in Europa een derde weg te hebben, als wal tegen de ideologische aantrekkingskracht van het communisme. Er is volgens velen geen derde weg meer nodig. Het communisme is immers weg. Dat heeft geleid tot een crisisgevoel in sociaal-democratische partijen, waarbij sommige partijen er eerder uitkomen, zoals de SPD, dan andere, zoals de PvdA”.

Pronk is een van de belangrijke auteurs van "Schuivende Panelen', een rapport dat streeft naar vernieuwing van het denken in de PvdA. Deze discussie ging onopgemerkt aan de basis voorbij en leek dood te lopen toen de PvdA in 1989 weer deel uitmaakte van de regering. Nu het met de partij bergafwaarts gaat, worden strategen als Pronk geraadpleegd met de vraag hoe de PvdA uit het dal kan komen. “De enige weg waarop de PvdA programmatische vernieuwing gestalte kan geven is door niet in de oppositie te zitten. Je moet jezelf dwingen om beslissingen te nemen, je moet niet vluchten, weglopen. Je moet echte keuzes maken, en gaan regeren”. De partner van de sociaal-democratie is traditioneel de vakbeweging, maar het botert niet erg tussen PvdA en FNV. Fractieleider M. Woltgens heeft de afgelopen weken diverse keren kritiek uitgeoefend op de FNV. Volgens hem is het verwachtingspatroon van de vakbeweging te groot is als de PvdA regeert. Pronk: “Ik ben voorstander van een goede samenwerking. Niet omdat de vakbond behoort tot de rode familie want daar geloof ik niet meer zo in. Er verandert veel in de samenleving, de PvdA moet een veranderingsbeweging zijn en de vakbeweging hoort daarbij een natuurlijke bondgenoot te zijn. Maar als zij meer conserverende tendenzen krijgt, dan loop je niet gelijk op. Dat hebben we in 1982 gehad met de ziektewetplannen. Den Uyl had gelijk, maar hijkreeg het niet”. De samenwerking met de vakbeweging leek zich te verbeteren nadat PvdA-ministers na de bijstelling van de WAO-plannen lof kregen van de FNV. Vooral vice-voorzitter K. Adelmund zou de bijstelling hebben toegejuicht. “Er was vanuit vakbeweging een woord van lof, ook in de richting van de PvdA. Maar ik heb nooit een naam genoemd. Sommigen voelden zich aangesproken, maar ik vind het een erg opgeblazen zaak. Ik heb die opmerking gemaakt om aan te geven dat de verschillen tussen opvattingen van de PvdA en de vakbeweging minder groot zijn dan ze lijken en worden voorgesteld. Ik heb de afgelopen maanden ook lang getwijfeld of we op de juiste weg waren. Ik was ook een leek op het gebied van de WAO. Maar ik raakte ervan overtuigd dat dit type beleid nodig was, en dat was ik een half jaar geleden niet”.

Ook na het congres van zaterdag moet de PvdA verder, met het kiezen van een nieuwe voorzitter. Volgens de huidige opzet zou de waarnemend voorzitter, F. Castricum die de afgetreden M. Sint opvolgde, pas op een congres in maart over het sociale zekerheidsstelsel worden vervangen. “Ik kan me goed voorstellen dat de partij op het congres beslist dat maart te laat is. Dat is aanvaardbaar. Wat mij betreft kunnen we tot maart wachten, maar als de partij anders beslist dan zeg ik: so what. Het mag best een flinke discussie zijn, een discussie die wordt gepersonifieerd. Dat hebben we tussen Meijer en Van den Berg ook gehad. Ik heb geen vooropgezette opvatting over wie dat nu moet worden. Ik vind dat allemaal maar naar binnengekeerd gepraat.”