Archieven blijven filmers inspireren

UTRECHT, 25 SEPT. Twee dagen na de slotavond van de Nederlandse Filmdagen, die dit jaar geen historisch programma bevatten, wordt het Nederlands Filmmuseum heropend met onder meer de uitreiking van de zogenaamde Pre-Gouden Kalveren: voor één keer maakte een jury een keuze uit de vooroorlogse filmproduktie.

Gisteravond werden de nominaties bekendgemaakt, en Fien de la Mar zou als ze nog geleefd had, zeker furieus geworden zijn. De jury passeerde haar voor Rini Otte, Lily Bouwmeester en Annie Bos; bij de acteurs gaat de eindstrijd tussen Leo de Hartogh, Jan de Hartog en Matthieu van Eysden.

Als beste documentaire worden voorgedragen Holland in ijs van Willy Mullens (1916), Regen van Joris Ivens (1928) en Stalen knuisten van Jo de Haas (1931). Bij de speelfilms bleven voor de laatste ronde over Jonge harten van Charles Huguenot van der Linden en H.M. Josephson (1935), Komedie om geld van Max Ophüls (1936) en Ergens in Nederland van dr. Ludwig Berger (1940).

Filmmuseumconservator Peter Delpeut is niet de enige die dit jaar oud filmarchiefmateriaal, Lyrisch nitraat, gebruikte om een nieuwe film te maken. Jan Wouter van Reijen verwerkte op het Waterlooplein gekochte stukjes zwijgende film van een processie, een zangeres en een flagellerende monnik als bouwstenen van de korte film Zelfontbranding van gemalen kippestront, een essay over film, voyeurisme en perversie. Een filmoperateur kijkt naar de fragmenten, terwijl zijn assistente weer naar hem kijkt. Intussen vertelt hij een mop over een psychiater, die zijn patiënte misbruikt, althans: dat zou ze wel willen. Het is een merkwaardige collage geworden, waarvan de bedoelingen niet erg gemakkelijk te duiden zijn, maar het is ook een intrigerende poging om van waardeloos materiaal een nieuwe film te maken.

De onbetwiste ster tegen wil en dank van de elfde Nederlandse Filmdagen is regisseur Paul Ruven, een opwindend en bizar talent. In zijn derde nieuwe film van deze week, Sahara Sandwich past Ruven de freudiaanse thema's uit De tranen van Maria Machita toe op de film noir: de detective (Roy Ward) is dit keer een hard-boiled psychiater met een kale schedel, die hardgekookte eieren eet, terwijl hij naar zijn cliënten luistert. Rechercheur Jeroen Krabbé komt poolshoogte nemen of de detective misschien meer weet van de maltraitering van Barbiepoppen, de zogenaamde Klaus Barbie-moorden.

In een waanzinnig tempo debiteert Ruven visuele vondsten, citaten uit de filmgeschiedenis en idiote grapjes. Sahara Sandwich is minder een eenheid dan Maria Machita, maar de stijl van Ruven begint herkenbaar te worden, bij voorbeeld aan de pastelkleurige interieurs en de verticale camerabewegingen. Alleen al om de bondige samenvatting van het Oedipus-complex (jongetje wil moederborst kussen, krijgt klap, staat met mes tegenover vader, hond komt tussenbeiden), zou Sahara Sandwich wel eens een klassieker kunnen worden.