Ambtenaren Landbouw blij met aandacht voor klachten

ROTTERDAM, 25 SEPT. Tevreden zit het groepje ambtenaren van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij bijeen. De poging via de media de aandacht te vestigen op de sfeer van personeelsintimidatie en kantoorterreur waarin zij hun werk al jaren zeggen te verrichten, lijkt geslaagd.

Morgen zal de minister zich moeten verdedigen in de Tweede Kamer. Een parlementaire enquête is hier en daar al genoemd als de methode om deze toestanden uit de wereld te helpen.

Ria Beckers van Groen Links heeft het groepje zojuist gebeld voor nadere informatie en volgens de ambtenaar die haar te woord stond, liet zij zich positief uit over de belangstelling voor de zaak binnen de Tweede Kamer. Jarenlang hebben de ambtenaren naar hun zeggen geprobeerd bij de top van het ministerie de aandacht te vestigen op onvolkomenheden en zelfs regelrechte wantoestanden. Voor de media durfden zij zich alleen anoniem te uiten. Die voorzichtige houding hebben enkelen nu laten varen. De Algemene Inspectie Dienst (AID) voert de boventoon. Daar is de onvrede het grootst, zoals het rapport "Tussen politiek en klantenkring' van de Rijksuniversiteit Leiden en een organisatiebureau in juni van dit jaar bevestigde. Dat de AID-top tot dit moment met die signalering niet meer zou hebben gedaan dan het rapport in diskrediet brengen, heeft de situatie niet verbeterd.

De top van de AID is er niet op gericht haar taken fatsoenlijk uit te voeren.Men probeert uitsluitend de organisatie in stand te houden door arbeidskracht te verspillen aan de suggestie dat er goed werk wordt geleverd. Zo ongeveer luidt de mening die de aanwezigen verwoorden. Met voorbeelden uit alle geledingen van het werk wordt die theorie uitgebouwd. Het visserijconflict dat de toenmalige minister Braks zijn positie kostte, is een voorbeeld. Naar de minister toe werd gesuggereerd dat de opsporing van vissers die zich onttrokken aan de quotaregels succesvol verliep. Toen de werkelijke vangstoverschrijdingen aan het licht kwamen was het te laat, althans voor de minister.

In de landbouw is het niet anders. “Als een controleur met zijn dienstauto bij een heleboel willekeurig gekozen boeren langsgaat, dan kan hij in zijn rapport een groot aantal controles vermelden”, illustreert hoofdcontroleur P. Alblas. “En als we op Schiphol bij de controle op invoer van beschermde uitheemse diersoorten de bak met luchtvrachtbrieven een keer doorlopen, zijn dat 500 controles. Dat levert niets op, maar daarom gaat het kennelijk niet. Want met een tijdrovend maar gericht onderzoek naar een grote zaak hoef je niet aan te komen.” De planning is heilig. Alblas vergelijkt het optreden van de controleurs zoals de leiding zich dat voorstelt met het functioneren van politieambtenaren die langs de straat fietsverlichting controleren en geen aandacht hebben voor de inbraak in het huis vlak achter hen.

De AID-er is een zeer loyaal en zeer rechtlijnig denkend mens, vaak conservatief. Zo heeft een controleur zichzelf en zijn maats al eens beschreven. Als de AID-er constateert dat iets niet door de beugel kan, gaat hij er erop af. Als zijn meerderen vervolgens laten weten dat bepaalde zaken door de vingers moeten worden gezien, of er wordt opdracht gegeven een onderzoek te staken, dan is dat een bron van frustraties. De loyaliteit die wordt geëist geldt de dienst, het ministerie en tenslotte de minister. Wie zich niet houdt aan deze ongeschreven regels, stonden en staan moeilijke tijden te wachten.

Je kan bij het ministerie volkomen beschermd werken als je de procedures maar volgt. In theorie klopt het beleid over het algemeen keurig, zeggen de dissidente ambtenaren. Dat heeft alles te maken met het functioneren van de directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken (JBZ) van het ministerie die een centrale positie inneemt. JBZ ondersteunt niet alleen beleidsambtenaren, deze directie geeft ook sturing aan het beleid. Alleen standpunten die JBZ welgevallig zijn zouden de minister bereiken. Maatregelen worden doorgaans pas van kracht als JBZ die ondersteunt. Maar de praktische uitvoering lijkt volgens de dissidenten nergens op. Het Nederlandse natuurbeleidsplan bijvoorbeeld zit goed in elkaar. “Maar dan moet je er wel controle op los laten om te zien of het werkt”, reageren de praktijkmensen. “Daarvan komt niks terecht en dat ligt niet aan de controleurs.”

Conflicten worden binnen het ministerie onverzettelijk uitgevochten. In november vorig jaar kwam de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen in conflict de ambtelijke top van het departement. Directeur E. Goewie van die dienst stapte uiteindelijk op. Hij verweet de top cruciale taxatiefouten en taktische vergissingen te maken. Een groep Wagenings hoogleraren beschuldigde vervolgens de ambtelijke top ervan het Goewie onmogelijk te hebben gemaakt een milieuvriendelijk beleid te ontwikkelen op het gebied van bestrijdingsmiddelen. Inmiddels hebben zeven andere medewerkers van de Plantenziektenkundige Dienst ook hun ontslag genomen.