Wetgeving en illegaal gokken leiden tot vertrek Ladbroke

ROTTERDAM, 24 SEPT. Nederlanders lopen niet warm voor wedden op paarden. Dat is althans de ervaring van het Britse paardenwedbedrijf Ladbroke, een van de grootste in zijn soort in Europa. Na vijf jaar sluit Ladbroke deze week zijn laatste wedkantoren in Nederland. Wie daarna nog wil wedden, kan vanaf 1 oktober terecht bij Stichting Paardentotalisator Nederland.

Ladbrokes moederbedrijf in Engeland exploiteert niet alleen wedkantoren. Het concern is ook eigenaar van de Hilton hotelgroep en van de detailhandelsketen Texas Homecare. Daarnaast is er een makelaardij in onroerend goed, Ladbroke Property. Vorig jaar boekte de onderneming een winst van omgerekend ongeveer 1 miljard gulden bij een omzet van 12 miljard gulden.

Toen Ladbroke in 1986 naar Nederland kwam, zat de paardenrennerij in het slop. De belangstelling voor de sport en het wedden erop was afgenomen, waarschijnlijk als gevolg van de recessie van begin jaren tachtig. Het prijzengeld in de draf- en rensport was laag en daarom was het voor fokkers niet zo interessant om veel veulens te fokken. Het aantal koersen nam af en het aantal paarden per koers ook, met als gevolg dat er nóg minder betalende bezoekers naar de renbanen kwamen.

Ladbroke zou deze vicieuze cirkel wel kunnen doorbreken. Dat dachten althans het bedrijf zelf en de stichting Nederlandse Draf- en Rensport (NDR). De stichting behartigt de belangen van allerlei partijen in de paardensport, zoals fokkers, renbaaneigenaren en wedkantoorexploitanten.

In het begin lukte het Ladbroke ook. De start van het bedrijf in Nederland was sterk. In korte tijd werden veel nieuwe kantoren geopend, waar gokkers weddenschappen konden afsluiten via een computer, die in verbinding stond met diverse binnen- en buitenlandse (vooral Duitse) renbanen. Op het hoogtepunt, in 1989, had Ladbroke 94 wedkantoren in bedrijf. De investeringen van het bedrijf stuwden ook de omzet in de Nederlandse paardenwedderij omhoog van 80 miljoen gulden in 1986 tot 160 miljoen in het topjaar 1989.

Toch was dat niet wat Ladbroke in juli 1988 nog voorspelde: 250 kantoren bij een omzet van 400 miljoen gulden. Het optimisme bleek misplaatst. Goed personeel voor het snel groeiende kantorennet bleek moeilijk te vinden. Bovendien gooide de grote en sterk bloeiende markt van illegale kansspelen ook roet in het eten. Die concurrentie werd nog versterkt door de - volgens Ladbroke - ongunstige Nederlandse wet op de kansspelen. Die bepaalt dat bij alle winstuitkeringen boven de 1000 gulden 25 procent moet worden afgedragen.

In februari van dit jaar kondigde Ladbroke aan de exploitatievergunning van de paardentotalisator op 30 september weer bij het ministerie van landbouw en visserij in te zullen leveren. Algemeen directeur (sinds maart 1989) van Ladbroke Peter R. Woodward: “We hebben zeer veel moeite gedaan bij de Nederlandse overheden om de situatie met de hoge kansspelbelasting te verbeteren. Minister Braks heeft daartoe indertijd een voorstel gedaan, maar dat is niet aangenomen.”

Ladbroke maakt nu gebruik van een contractueel éénmalige mogelijkheid om uit de Nederlandse paardensport te stappen. De NDR neemt dertig kantoren van Ladbroke over. De stichting bepaalt nu ook het beleid ten aanzien van de paardensport, in de breedste zin des woords, dus ook in de wedderij.

Secretaris van de NDR (en oud-directeur van de renbaan Duindigt) R. Milders vergelijkt zijn organisatie met een soort vakbond: “Alle belangengroeperingen in de paardensport spreken een woordje mee. Die belangen moeten wij coördineren.”

In de nieuwe situatie - na het vertrek van Ladbroke - wordt het beleid voor sport èn wedden in eén hand gehouden. De uitvoerder van dit beleid en nieuwe uitbater van de wedkantoren is de Stichting Paardentotalisator Nederland.

Milders: “Het aantal paarden per koers en koersen per dag moet groter. Omdat het paardenaanbod op korte termijn maar langzaam stijgt, zullen we het aantal koersdagen verminderen van 325 naar 295. We streven daarbij naar tien koersen per dag en tien paarden per koers. Dat maakt het wedden al een stuk spannender.” Met de dertig overgenomen wedkantoren denkt de NDR het wedden voor een breed publiek toegankelijk te houden.

De dalende belangstelling voor renbanen is niet alleen een Nederlands verschijnsel. Ook in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten doet men alle mogelijke moeite om mensen naar de banen toe te krijgen. In navolging van sporten als voetbal en honkbal probeert men de "entertainment value' van de sport te verhogen. Ladbroke-directeur Woodward vindt dat het daar in Nederland ook aan schort: “In de Nederlandse paardensport doet men niet genoeg moeite om de mensen achter de televisie vandaan te krijgen. Het is geen wonder dat mensen voor hun amusement thuis blijven zitten, of naar andere sporten gaan dan paardenrennen.”

Sommige klanten betreuren het vertrek van Ladbroke. Henny - “Liever alleen mijn voornaam” - is een 58-jarige WAO'er die graag in het (binnenkort tot schoenenzaak omgebouwde) Ladbroke-kantoor aan de Leidse Korevaarstraat komt. De met Leidse tongval uitgesproken "r' in Ladbroke klinkt opvallend Engels: “Ik vind het jammer dat Ladbroke weggaat, want die Duitse koersen via de computer waren altijd wel spannend. Nou moet ik met de auto helemaal naar Dinslaken en dat kost je toch altijd wel een litertje of veertig diesel. Dat wed ik nooit bij elkaar. Dan ga ik maar weer naar Duindigt.”