PvdA-Congres

Over enkele dagen beslist het PvdA-congres niet alleen over het lot van Kok en de levensduur van het derde kabinet-Lubbers, maar spreken de naar Nijmegen afgevaardigde partijgenoten zich in feite tevens uit over de toekomst van de sociaal-democratie in Nederland.

Laat het congres onverhoopt hart en onderbuik spreken, dan veroordelen de ideologische nazaten van Drees hun politieke groepering tot een blijvende oppositierol in de marge van de landelijke politieke verhoudingen. Zou het congres de door het kabinet voorgestelde ingrepen in Ziektewet en AAW-WAO afwijzen, dan heeft de leiding van de PvdA dat overigens in belangrijke mate aan zichzelf te wijten. Pas de afgelopen drie weken heeft partijleider Kok, gesecondeerd door enkele andere bewindslieden en moedige Kamerleden, in ernst geprobeerd om de verbijsterde en zwaar aangeslagen achterban te informeren over en te overtuigen van de noodzaak dat de toestroom naar onze sociale verzekeringen krachtig wordt afgeremd.

De frustratie bij het kader is mede zo groot, omdat de leiding gedurende veertien jaren in de oppositie consequent de indruk heeft gewekt dat het mogelijk zou zijn op financieel-economisch gebied een fundamenteel ander beleid te voeren dan toenmalige regeringscoalities voorstelden. Het is een lange, tragische en weinig verheffende geschiedenis.

In 1981 meende de PvdA tijdens de diepste recessie van na de oorlog de koopkracht van de minima te kunnen garanderen. In de periode 1982-1989 werd koppeling van de uitkeringen aan de CAO-lonen verdedigd, wat bij de toenemende scheefgroei tussen aantallen actieven en niet-actieven betekende dat de sociale premies omhoog moesten, met schadelijke gevolgen voor de nationale economie.

Tot het bittere einde (afgelopen juni) hebben bewindslieden en woordvoerders van de fractie in de Tweede Kamer volgehouden dat ingrepen in hoogte of duur van de WAO-uitkering niet nodig waren. Het is gezien deze voorgeschiedenis alleszins begrijpelijk, dat de emoties op de afdelingsvergaderingen dezer dagen hoog oplopen.

Uit de Macro Economische Verkenning 1992 valt op te maken dat gedurende de afgelopen acht jaar vierhonderdduizend extra arbeidsplaatsen tot stand kwamen, dank zij de ontkoppeling en matiging van loonkosten. Wanneer het de PvdA menens is met de leuze "werk boven inkomen', moeten kader en leden kunnen instemmen met de beleidslijn van het kabinet, al zal dat niet van harte gaan.

De achterban beseft onvoldoende dat de sociale uitgaven zonder maatregelen in 1994 twee miljard gulden hoger uitkomen. Bij ongewijzigd beleid en gelijke invalideringskansen loopt het aantal arbeidsongeschikten in de loop van de volgende eeuw op tot bijna 1,4 miljoen. Dat kan zo niet doorgaan. De benodigde steeds hogere premies stuwen de loonkosten op, wat gezien de ervaringen uit het recente verleden tienduizenden banen kost.

Velen wensen dit niet in te zien. Nog steeds klampen vakbeweging en ook woordvoerders van de grootste oppositiepartij D66 zich vast aan de strohalm dat ingrepen in hoogte of duur van de uitkeringen overbodig zijn, mits de arbeidsomstandigheden verbeteren en herintreding van arbeidsongeschikten sterk wordt bevorderd. Uiteraard verdienen zulke maatregelen steun, maar de positieve gevolgen ervan worden gemakkelijk overschat. De mythevorming rondom de WAO neemt hierbij grote vormen aan; slechts een paar feiten ter ontnuchtering.

De instroom in de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen is in Nederland veel groter dan in Duitsland en België, hoewel de gezondheidstoestand van de volwassen Nederlandse bevolking niet slechter, maar veeleer gunstiger is dan die in onze buurlanden. In Nederland gaan opvallend vaak werknemers al voor hun 45ste jaar in de WAO, veel meer dan elders wegens moeilijk objectief vast te stellen ziekteklachten. Voorts ligt de uitstroom per leeftijdsgroep bij de ooster- en zuiderburen ruim drie keer zo hoog als in Nederland.

Van het relatief geringe aantal werkhervatters geeft liefst tweederde te kennen dat hun eigen initiatief de belangrijkste rol speelde bij de geslaagde poging om weer aan het werk te gaan. De rol van de Gemeenschappelijke Medische Dienst en de bedrijfsverenigingen is naar het oordeel van de ondervraagden in veel gevallen te verwaarlozen.

Een andere mythe wil dat het patroon van in- en uitstroom kan worden verklaard uit de hoge arbeidsproduktiviteit en de hoogspanning op het werk. In andere landen steeg de produktiviteit de afgelopen periode echter sterker dan in ons land, zonder dat elders het aantal arbeidsongeschikten zo fors steeg. Uit internationale onderzoeken blijkt bovendien dat Nederlandse werknemers meer voldoening in hun werk en arbeidsomstandigheden vinden dan hun Duitse en Belgische collega's.

Het enorme beroep op de AAW-WAO is vermoedelijk bovenal een gevolg van het relatief hoge uitkeringspeil en de lage toetredingsdrempel, in combinatie met een zwakke toepassing van de wetgeving door op corporatistische leest geschoeide uitvoeringsorganisaties. Het is daarom begrijpelijk dat het kabinet vooral de drempels van de regeling wil verhogen, met het oogmerk het gebruik ervan financieel minder aantrekkelijk te maken.

Het PvdA-congres zal onder zware druk staan van vakbondsactivisten en demonstranten in rolstoelen om de bestaande wetgeving te handhaven. Hopelijk kiezen de afgevaardigden desondanks voor een vernieuwd stelsel van sociale zekerheid, dat mensen prikkelt om aan te pakken, terwijl mede daardoor een fatsoenlijk sociaal minimum voor iedereen betaalbaar blijft. Dat zou pas echt sociale vernieuwing zijn.