PLO zal onzichtbaar bij vredesoverleg zijn

ALGIERS, 24 SEPT. De PLO zal - zuchtend en steunend, maar toch - onzichtbaar deelnemen aan de vredesconferentie tussen Israel en zijn Arabische buren. Dat was gisteren overduidelijk op de eerste zittingsdag van het parlement van de PLO, de Palestijnse Nationale Raad.

Verscheidene mensen uit het dagelijks bestuur van de PLO, het Uitvoerend Comité, zoals Abu Mazen (pseudoniem voor Mohammed Abbas) en Yasser Abed Rabbo zeiden hetzelfde als Arafat en zijn naaste medewerkers: dat er vooruitgang is geboekt in de onderhandelingen met de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, “wiens schriftelijke verzekeringen een positieve stap betekenen”.

Weliswaar vinden zij, in navolging van Arafat, de Amerikaanse toezeggingen “nog onvoldoende” of “nog niet helemaal toereikend”. Maar alle kenners van het Palestijnse politieke toneel hier in Algiers zijn het erover eens dat mèt Yasser Arafat de belangrijkste figuren binnen de PLO de beslissing al hebben genomen om Palestijnen uit de bezette gebieden die geen officiële banden hebben met de PLO, naar de vredesconferentie af te vaardigen. Zij zullen dan in de delegatie van Jordanië zitting nemen en daar met zegen en introducties van de PLO met Israel onderhandelen over de toekomst van de bezette gebieden.

Maar voor het zover is, eist de PLO-leiding eerst nog meer “verduidelijkingen” van de Amerikaanse regering over “het referentiekader” van de vredesconferentie. Arafat en de zijnen willen weten wat president Bush precies bedoelde toen hij het op 6 maart had over “de politieke rechten” van de Palestijnen, zonder te spreken over hun “nationale rechten”.

Pag.4:

PLO doet uiteindelijk mee

Voorts willen zij weten of de Amerikaanse regering resolutie 242 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van toepassing verklaart op Oost-Jeruzalem, dat wil zeggen een Israelische terugtrekking uit Oost-Jeruzalem in principe voorstaat. En ten slotte wanneer een definitieve bevriezing van het Israelische nederzettingenbeleid in de bezette gebieden van start gaat, omdat elke nieuwe Israelische nederzetting tot meer problemen leidt bij de uitvoering van het project “land in ruil voor vrede”.

De Amerikanen gebruiken tegenover de Palestijnen niet langer het vermaledijde woord “autonomie” als zij spreken over de toekomstige status van de Palestijnen in de bezette gebieden. Zij bedienen zich nu van het woord “zelfbestuur” (self-government). Dat is precies hetzelfde, maar het klinkt veel beter omdat het vredesakkoord van Camp David tussen Egypte en Israel over autonomie voor de Palestijnen sprak in plaats van de door hen zo begeerde zelfbeschikking: het juridische voorportaal naar nationale onafhankelijkheid.

Arafats kamp hoopt alsnog van de Verenigde Staten een toezegging te krijgen over zelfbeschikking, maar geeft onder vier ogen toe dat daarop weinig kans is in het huidige stadium. Toch zegt Nabil Sha'ath, één van Arafats belangrijkste adviseurs, “dat de souq (de markt) nog niet helemaal gesloten is”. De onderhandelingen gaan door omdat de PLO zoveel mogelijk manoeuvreerruimte wil hebben binnen de Jordaans-Palestijnse delegatie.

De PLO-leiders hebben iets - maar niet veel - meer vertrouwen in president Bush gekregen, nadat hij de door Israel gevraagde kredietgaranties van 10 miljard dollar in de ijskast heeft gezet en via zijn minister van buitenlandse zaken heeft laten doorschemeren dat als die garantie in de toekomst wèl wordt verleend, zij wordt gekoppeld aan de bevriezing van het nederzettingenbeleid in de bezette gebieden. Bovendien toonde James Baker zich bij zijn ontmoetingen met een drie-koppige Palestijnse delegatie steeds voorkomender. En de brief met “garanties” die hij vorige week in Amman aan de Palestijnse mevrouw Hanan Ashrawi overhandigde, bevatte volgens de zegslieden van Arafat veel positieve verbeteringen van een eerdere concept-brief.

Of die wijzigingen inderdaad zo groot waren, of dat zij door Arafats kamp worden opgeblazen teneinde deelname aan de vredesconferentie tegenover het thuisfront te verkopen, staat nog niet helemaal vast. Buitenstaanders hebben tot dusverre geen kennis kunnen nemen van de verschillende versies. Wèl staat vast dat Arafat water in de wijn heeft gedaan. Baker wilde vorige week de drie Palestijnen uit de bezette gebieden met wie hij de laatste tijd van gedachten had gewisseld in Amman ontmoeten, liefst in gezelschap van koning Hussein, om voor het oog van de wereld het Jordaans-Palestijnse huwelijk vast te leggen. Maar Arafat gaf geen toestemming. Om zijn souplesse te tonen gaf hij Hanan Ashrawi alsnog midden in de nacht opdracht om in haar eentje naar Amman te vertrekken en daar met James Baker te praten.

Urgente telefoontjes

Het bizarre van de hele situatie was dat Israelische militairen vervolgens, na urgente Amerikaanse telefoontjes, Ashrawi snel over over de Jordaanbrug hielpen, nadat er afspraken waren gemaakt dat zij wel in de auto van de PLO-ambassadeur in Jordanië mocht rijden, maar dat die auto nèt met een Palestijnse vlag gesierd mocht worden. Over diezelfde Hanan Ashrawi doen nu diverse verhalen de ronde. Een van Arafats woordvoerders deelde gisteren mee dat zij samen met haar collega Faisal Husseini naar Washington zal reizen om daar opnieuw met Baker te onderhandelen. Andere woordvoerders gaven te kennen dat Hanan Ashrawi en Faisal Husseini over enkele dagen naar Algiers zullen komen om hier de Palestijnse Nationale Raad te overtuigen van het belang van Palestijnse deelneming aan de vredesconferentie. Als zij hun plan naar Algiers te komen uitvoeren, staat hun strafvervolging en de gevangenis te wachten, zo hebben de Israelische autoriteiten al dreigend laten weten.

Dit verstoppertje spelen met de politieke realiteit is voor alle partijen van het grootste belang omdat daarmee nu reeds het verloop van de vredesconferentie wordt bepaald. Arafat en de zijnen beseffen heel goed dat er op dit moment geen Palestijnse onafhankelijke staat zal komen. De Amerikanen hebben herhaald wat zij altijd al zeiden: dat ze niet tegen een Palestijnse staat zijn maar dat ze ook niet vóór zijn. De resultante van deze twee nee's betekent automatisch de een of andere vorm van federatie of confederatie met Jordanië.

De huidige zitting van de Palestijnse Nationale Raad moet en zal ook de weg hiertoe vrij maken. Hoewel vele Palestijnse partijen en politieke groeperingen de grootste argwaan hebben tegenover de Amerikaanse vredesopzet, zal de Nationale Raad de gestelde opdracht vervullen. De reden is heel simpel: het overgrote deel van de 200 “onafhankelijke” afgevaardigden zit dankzij Fatah in de Nationale Raad. Zij zullen, ondanks alle bedenkingen die zij hebben, Arafat volgen: de man die niet alleen het tot dusverre onvervangbare symbool is van de Palestijnse eenheid en van de Palestijnse nationale doelen, maar ook de man die de portemonnee van de PLO in handen heeft en dus kan bepalen wie wat kan en moet krijgen.

Vandaar dat Georges Habash, de leider van het pan-Arabische, linkse Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) die het Amerikaanse vredesproject “totaal en radicaal” afwijst, tot compromissen bereid blijkt te zijn. Vorige week besloot het Politieke Bureau van het PFLP, dat wil zeggen het hoogste orgaan van de partij, om zich uit de leiding van de PLO terug te trekken als er een gemeenschappelijke Jordaans-Palestijnse delegatie (zonder nadrukkelijke PLO-deelneming) naar de vredesconferentie wordt gestuurd. Intussen zou het PFLP echter, zo fluisteren onafhankelijke Palestijnse bronnen, door Fatah zijn afgekocht. In ruil voor meer zetels in de Nationale Raad zou het PFLP zijn heftige afkeer van de vredesconferentie betuigen, maar niet uit de PLO treden - “het gemeenschappelijke Palestijnse tehuis”.