Pleidooi voor meer rechten buitenlandse werknemers

NOORDWIJK, 24 SEPT. Minister De Vries (sociale zaken) wil voor 1 januari 1992 een Europese richtlijn invoeren waardoor EG-werknemers recht hebben op de arbeidsvoorwaarden van het EG-land waar ze te werk worden gesteld. De Vries zei dit gisteren na afloop van een informele bijeenkomst van de EG-ministers van sociale zaken.

Op dit moment kunnen EG-onderdanen die langdurig in een ander EG-land werken aanspraak maken op het sociale systeem van het betreffende land. Bij werk van korte duur, zoals voor onderaannemers in de bouw, hoeft dat niet zo te zijn. Werkgevers in de Rotterdamse haven kunnen bijvoorbeeld onder het minimumloon Ierse of Portugese werknemers "inhuren'. Deze buitenlandse werknemers hebben geen recht op het minimumloon omdat ze slechts kort tijd in Nederland werkzaam zijn.

“Een Europese richtlijn zou deze sociale dumping kunnen voorkomen”, zei minister De Vries. Hij wil de richtlijn nog tijdens het Nederlandse voorzitterschap invoeren omdat er volgens hem “weinig hoop” is dat een dergelijke richtlijn onder de volgende voorzitter wordt ingevoerd. Vanaf 1 januari 1992 is Portugal voor een half jaar voorzitter van de EG.

Aan het begin van de conferentie werden de ministers geconfronteerd met kritiek van de sociaaldemocraat Van Velzen, voorzitter van de commissie sociale zaken van het Europese parlement. Terwijl de Europese eenwording op economisch terrein gestaag vordert, is de besluitvorming over sociale zaken veel te traag, aldus Van Velzen.

Minister De Vries zei na afloop van de informele bijeenkomst dat niet al zijn collega's hieraan even zwaar tillen. Ook zei hij dat er tijdens de informele bijeenkomst “geen afgeronde conclusies” zijn getrokken over Europese richtlijnen. In de komende maanden wordt nog onderhandeld over uitbreiding van bevoegdheden op communautair niveau.

Over de sociale zekerheid werden volgens De Vries “extreme standpunten” ingenomen. Sommige EG-ministers vonden dat de sociale bescherming in alle EG-landen op een gelijk en redelijk hoog niveau moet komen. Anderen vreesden dat dit ten koste kan gaan van de werkgelegenheid. “Sociale vangnetten zijn noodzakelijk, maar mogen niet ten koste gaan van de concurrentiekracht”, aldus De Vries.