Piet

Beste Flip,

Argwanend informeert mijn omgeving op gezette tijden: “Bevalt het jou nog steeds in Den Haag?” Ze bedoelen dan: “Hoe houd jij het in vredesnaam uit in dat in zichzelf gekeerde kletsmeier-circuit van de binnenlandse politiek”. Soms wordt mij zelfs verweten dat ik er voor kies.

Zal ik jou eens een eerlijk antwoord geven? Wat mij op de been houdt, is genegenheid voor het bedrijf dat de Tweede Kamer is, de huishoudelijke kant ervan. De spelers mogen het dan de laatste tijd wat laten afweten, de procedures staan nog ter beschikking, geven de geschiedenis door en wenken naar betere tijden.

Iedereen die een tijdje heeft deel gehad aan de sociëteit die de Tweede Kamer is, kent de liefde voor dat onmogelijke bedrijf. Let maar op de afscheidswoorden van vertrekkende leden. Andrée van Es zei, dat zij zich als ze thuiskwam uit Den Haag beduimeld voelde, onder de douche ging en schone kleren aantrok, maar zij zou het allemaal ontzettend missen. Piet de Visser bedankte in zijn afscheidsbriefje aan Deetman uitbundig de griffie. Het is altijd het personeel dat de genegenheid krijgt.

Zoals de griffie, het klokhuis van het bedrijf. Door alle wateren gewassen, uiterst loyale ambtenaren beheren daar in dat kantoorvertrek waar het zo behaaglijk binnenlopen is, een imponerende opeenstapeling van kennis en ervaring. Geduldig leggen zij de leden uit hoe die hun kinderbijslagformulier moeten invullen, hoe zij te werk moeten gaan bij het stellen van mondelinge vragen, onderwijl telefonerend met de departementen om bewindslieden aan hun verstand te timmeren hoe laat die in de Kamer worden verwacht. Licht ironisch zien zij de volksvertegenwoordigers bezig aan wie zij dienstbaar zijn. Genadeloos registreren zij gemiste kansen en nieuwsgierig als eksters volgen zij het politieke spel en de huisroddels - want als je het mij vraagt, zijn de ambtenaren van de griffie nog méér politieke dieren dan menig Kamerlid. Maar ze zijn discreet.

Een monument der parlementaire democratie is voor mij ook Piet van der Tas, de Kamerbewaarder (je kent hem van de televisie, hij is de bode in rok met het lint). Van zijn vak is hij eigenlijk banketbakker, in zijn ogen blinkt lichte spot, als geen ander verstaat hij de kunst om achter het groene gordijn in het holle van zijn hand een zwaar shagje verborgen te houden.

Toen er tijdens een groot Kamerdebat over de kruisraketten een jongen in trui op de regeringstafel sprong en iedereen houdingloos toekeek, wandelde Piet van der Tas bedaard naar de jongen toe, bleef geduldig onder hem staan om hem nog één keer te laten roepen “En die kruisraketten komen er niet”, en zei toen vaderlijk: “Kom er nou maar af, joh”. Waarna hij rustig met de jongen door het middenpad wandelde en achter het groene gordijn verdween. Daar was intussen, voorzien van handboeien en pistool, de parketpolitie van de publieke tribune gearriveerd, die zich meester wilde maken van de demonstrant. Maar Van der Tas zei: “Ho ho, deze is van mij”, gaf de agenten het nakijken en bracht de jongen naar de kamer van de voorzitter om de affaire daar af te doen. Een civiele man - ik bedoel: op zo'n moment heeft zo'n onverstoorbare banketbakker toch meer staatsrechtelijk gevoel in zijn pink dan menig Kamerlid in zijn hele gestalte!

Ik ontleen veel aan zijn ironie, en ik bewonder zijn soepelheid en zijn toewijding. Op een keer zat Huib Eversdijk als plaatsvervanger in de voorzittersstoel. Op de tribune ontstond een ordeverstoring, er werd geroepen en er werden pamfletten naar beneden gegooid. De spreker stokte, Eversdijk wist zichbaar niet wat hij moest doen. Op dat moment zette Piet van der Tas versneld zijn vaste loopje in langs het hoge voorzittersgestoelte. Terwijl hij onder Eversdijk langsliep, siste hij achter zijn hand: “Schorsen.” Waarop de plaatsvervangende voorzitter in de groef schoot, de hamer greep en zei: “Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.” Het antwoord op de vraag “Hoe hou je het uit?” luidt dus: “Dankzij Piet van der Tas.”

En Theo Reitsma loopt toch ook niet weg bij Studio Sport omdat Ajax en Feijenoord het niet meer zo goed doen als in 1972? Theo houdt van sport, doet er verslag van en hoopt op betere tijden.

Als immer, je