Palestijnen zijn machteloos en somber

ALGIERS, 24 SEPT. “De zitting van Jeruzalem en van de martelaren”. Zo heet de twintigste bijeenkomst van de Palestijnse Nationale Raad, het parlement van de PLO. Een treurige titel, die karakteristiek is voor de huidige politieke machteloosheid en de somberheid binnen de PLO-gelederen. Nooit tevoren bevond de PLO zich in zo'n problematische situatie als vandaag de dag, nooit tevoren was zij zo geïsoleerd in de Arabische wereld, die tot de conclusie is gekomen dat zij zich moet voegen naar de wensen van Amerika, de enig overgebleven supermogendheid. Of zoals Nayef Hawatmeh, de half-verlamde leider van het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP) bitter opmerkte: “Door de Golfoorlog zitten de Verenigde Staten nu op de troon van de wereld.”

De openingszitting van de Nationale Raad werd dan ook gekenmerkt door sfeerloosheid en cynisme. Plechtige bijeenkomsten als deze plegen in de Arabische politieke cultuur vergezeld te gaan van al dan niet georganiseerde uitbarstingen van vrolijkheid en aanhankelijkheid jegens de Leider. Voordat men officieel begint, staan er opeens mensen in de zaal op die een leuze lanceren, een gedicht declameren of een lied zingen. Zo komt de stemming erin en worden de aanwezigen opgewarmd.

Niets van dat alles gebeurde gisteren. De vergaderzaal van de Palestijnse Nationale Raad in het luxueuze buitenoord Club des Pins, op ongeveer twintig kilometer van Algiers, was weliswaar behangen met de gebruikelijke leuzen “God zegene de Palestijnse Intifadah”, “Jeruzalem is de hoofdstad van de onafhankelijke Palestijnse staat”, “Onze eenheid is de garantie van ons succes” en “Alle pogingen om het leiderschap van het Palestijnse volk - de PLO - te vervangen, zullen falen”, maar de sfeer was even persoonlijk als in de lounge van een internationaal hotel: met ingeblikte muziek.

De PLO is zo krap bij kas komen te zitten dat de PLO-vertegenwoordigingen in het buitenland financieel in de tang zijn genomen. De twintigste Nationale Raad vertoont dezelfde geldproblemen. Gasten uit uitheemse landen die vroeger werden uitgenodigd en vrijgehouden, blinken nu uit door afwezigheid. Ook de buitenlandse journalisten, die op dit soort bijeenkomsten gratis kost en inwoning van de PLO plachten te krijgen, moeten nu voor alles zelf betalen.

Volgens Palestijnse zegslieden werd van Algerijnse kant, waar men al meer dan genoeg eigen zorgen heeft, eveneens aangedrongen op een zeer bescheiden vertoon. De PLO, aldus het verzoek, diende uitsluitend de 468 Palestijnse afgevaardigden uit te nodigen. Zelfs de militaire bescherming van de Algerijnse strijdkrachten lijkt een stuk dunner te zijn dan bij vorige zittingen van de Nationale Raad, mogelijk ook als gevolg van de staat van beleg in Algerije, die zondag wordt beëindigd.

Het was volgens de Palestijnen ook geen toeval dat president Chadli Benjedid, die andere openingszittingen van de Palestijnse Nationale Raad met zijn zwijgende aanwezigheid verluchtigde, ditmaal afwezig was. Premier Ghozali, wiens oprechte pro-Palestijnse gezindheid bekend is, sprak de afgevaardigden toe en riep hen op “een moedig en verantwoordelijk standpunt in te nemen, dat niet kortzichtig is”.

In zijn openingstoespraak prees Arafat de Palestijnse martelaren die de afgelopen jaren zijn gevallen en noemde de gedode Palestijnse leiders met name. Hij legde meer dan ooit tevoren de nadruk op het belang van Jeruzalem als hoofdstad van het Palestijne volk. Jeruzalem is namelijk, zo heeft hij al herhaalde malen aangekondigd, zijn “geheime troefkaart” geworden. Met die troefkaart kan hij de Arabisch en de islamitische publieke opinie bespelen en, indien nodig, nalatige Arabische leiders op hun onverschilligheid aanvallen.

Arafat viel “de barbaarse onderdrukking, de massamoord en het georganiseerde staatsterrorisme” van Israel aan, dat de Palestijnen “hongersnood brengt alsmede onwetendheid en uitdroging van de natuurlijke hulpbronnen”.

Bij aankomst in Algiers deelde hij reeds mee dat “de leidende kliek in Israel geen vrede wil en streeft naar een Groot-Israel, dat zich uitstrekt van de Eufraat tot de Nijl”. Arafat onderstreepte het democratische karakter van de PLO, waarmee ditmaal diverse Palestijnen in de wandelgangen openlijk de spot dreven. En hij schetste in zijn redevoering de Israelische leiders als “een racistische, anti-democratische regering (..) die tegen vrede is en tegen de internationale legitimiteit (..)”. Maar waar hij vroeger Israel als zodanig karakteriseerde, beperkte hij nu zijn beschuldiging tot de Israelische regering.

Afgezien van die beschuldigingen was Yasser Arafats rede een smeekbede om hulp, een smeekbede aan Bush en Gorbatsjov (Bush was in de oorspronkelijke Engelse tekst van de rede weggevallen) en “aan de leiders van de democratische gedachte in de hele wereld, alsmede als aan alle vrede- en vrijheidlievende volkeren (..)” om ervoor te zorgen dat alle bezette gebieden, inclusief “het heilige Jeruzalem waarover wij geen concessie kunnen doen” door Israel worden ontruimd. “Wij verwerpen de Israelische chantage en de Israelische voorwaarden”, zei Arafat. Maar - anders dan in 1988, toen de PLO zich nog sterk voelde - uitte hij als alternatief geen enkel dreigement.

De Golfoorlog en de catastrofale gevolgen voor Irak, Koeweit en de Palestijnen in de Golfstaten, verdienden slechts twee minuten tijd. Aan Saddam Hussein, de geëerde leider van een half jaar geleden, werd zelfs geen woord besteed. Arafats redevoering werd dan ook door de aanwezigen gezien als een handreiking en een buiging voor Bush. De vijand van nog niet zo lang geleden moet nu - bij onstentenis van anderen - de beschermer worden van het Palestijnse volk.

“Palestinologen” zagen in de gemakkelijke herkiezing van de 85-jarige sjeik Abdel Hamid Sayagh als voorzitter van de Nationale Raad, die door drie tegenkandidaten werd betwist, een voorproefje van Arafats vermogen om de Raad richting VS te krijgen. Niet dat de sjeik pro-Amerikaans is - geenszins. Maar Arafats steun en zijn verpletterende overwinning lieten zien wie op deze zitting de lakens uitdeelt.

De heftige debatten van de komende dagen zullen daaraan niets veranderen.