"Overheid steeds meer verloederd en geërodeerd'

DEN HAAG, 24 SEPT. Het ambtenarenapparaat van de rijksoverheid bevindt zich in een proces van erosie en verloedering. Het kabinet heeft kansen gemist om dit proces een halt toe te roepen en te komen tot een efficiëntere en wendbare overheid.

Dat zei gisterenmiddag secretaris-generaal ir. drs. H.N.J. Smits, de hoogste ambtenaar van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, tijdens een debat georganiseerd door de Adviescommissie Rijksdienst (ARD).

Er moet volgens de secretaris-generaal zo snel mogelijk een regiegroep onder leiding van minister-president Lubbers worden gevormd, die nog binnen de huidige regeerperiode komt met vérstrekkende voorstellen tot herijking van de taken van de overheid. Daarbij is het volgens Smits een absolute voorwaarde dat de ministers de secretarissen-generaal als gesprekspartner erkennen, terwijl de ambtenaren “het primaat van de politieke besluitvorming moeten accepteren”.

Vorige week bepleitte ook de voorzitter van het college van secretarissen-generaal, mr. G.J. van Dinter, secretaris-generaal van het ministerie van justitie, voor erkenning van dit gremium door de politiek.

Volgens Smits zijn de twee grote operaties die door het huidige kabinet zijn aangevat, de Grote Efficiency (verbeteren van de doelmatigheid) en de Decentralisatie-Impuls (het afstoten van taken), op een teleurstelling uitgelopen. Bij elkaar zouden deze operaties meer dan een miljard gulden aan bezuinigingen moeten opleveren, maar dat is niet gelukt. De grote efficiency is blijven steken op een bedrag van 420 miljoen gulden, en wat de totale opbrengst van de decentralisatie-impuls wordt, is onduidelijk omdat er nog geen overeenstemming is over welke taken naar welke lagere overheden worden afgestoten.

Tot nu toe is het beleid volgens Smits niet bepaald op basis van “een inhoudelijke discussie”. “Het kabinet heeft de boekhouding uiteindelijk toch weer de overhand laten krijgen”, aldus Smits. Hij stelde dat het kabinet veel meer aandacht moet besteden aan de samenhang van alle maatregelen. “Ik constateer dat de werkgeversrol van het kabinet volstrekt onvoldoende integraal wordt ingevuld waardoor vele besluiten cumulatieve effecten hebben, die tot onuitvoerbaarheid van de maatregel kunnen leiden.”

Om die samenhang te bewerkstelligen zou een algemene bestuursdienst van topambtenaren moeten worden ingesteld die moet ressorteren onder de minister-president. Zo zou de identificatie van topambtenaren met de eigen sector - die aanleiding is voor stammenstrijd tussen departementen - worden doorbroken. Smits bepleitte verder dat de koppeling van ministers aan bepaalde departementen wordt losgelaten. “Door die koppeling is het nu onmogelijk te spreken over de departementale indeling zonder daarmee direct de positie van een of meer ministers te raken. Dat belemmert de rationalisering van de organisatie tijdens een kabinetsperiode.” Smits is voorstander van het instellen van zogeheten “projectministers”, die naast hun normale taak een in tijd begrensde opdracht met expliciete bevoegdheden in portefeuille hebben. Dit voorstel werd tien jaar geleden ook gedaan door de commissie-Vonhoff, maar is nooit echt toegepast.