Oude garde neemt macht over in Tadzjikistan

MOSKOU, 24 SEPT. De brezjnevisten hebben de macht overgenomen in de Centraal-Aziatische Sovjet-republiek Tadzjikistan. Zij hebben tegelijkertijd de noodtoestand in het gebied afgekondigd.

Het nagenoeg geheel door communisten gedomineerde parlement van Tadzjikistan heeft gisteren de voormalige partijchef Rachman Nabijev, die onmiddellijk na het aantreden van Michael Gorbatsov in 1985 het veld moest ruimen, als nieuwe regeringsleider gekozen. In de Tadzjikistaanse hoofdstad Doesjanbe heeft deze parlementaire machtsgreep gisteren onmiddellijk geleid tot relatief massale demonstraties voor en tegen de communistische partij.

De communistische meerderheid in Tadzjikistan ging gisteren tot deze actie over nadat zondag de nu afgezette interim-president Kadriddin Aslonov de partij min of meer had opgeheven en had opgeroepen haar te transformeren in een parlementair-socialistische partij en diens voorganger Kachor Machkamov eerder alle bezittingen van de communistische partij had geconfisceerd. Aslonov en Machkamov hoopten zo de gevolgen van de mislukte staatsgreep van een maand geleden te kunnen dempen.

Buiten het parlementsgebouw had de partij op hetzelfde moment gisteren een demonstratie georganiseerd voor haar aanhangers, die onder leuzen als “Leve de CPSU” en “Verdedig het communisme” hun steun betuigden aan de politieke coup in het parlement. Elders in het centrum van de stad betoogden daarentegen tegenstanders van de partij tegen dit “verraad” aan de democratie. De oproerbrigade van de politie hield beide groepen uit elkaar maar trad niet op tegen deze door de noodtoestand in feite verboden demonstraties.

De Opperste Sovjet van Tadzjikistan kwam gisteren in buitengewone zitting bijeen. In een razend tempo besloot het parlement eerst om Aslonov af te zetten als waarnemend parlementsvoorzitter en het Openbaar ministerie in de republiek opdracht te geven hem en “burgemeester” Masoed Ikramov van Doesjanbe strafrechtelijk te laten vervolgen wegens hun beleid van de weken na de staatsgreep. De politie werd daarna formeel opdracht gegeven alle Lenin-standbeelden in het land te bewaken en het zaterdag afgebroken monument ter ere van de grondvester van de Sovjet-Unie in Doesjanbe weer in ere te herstellen. De islamitische organisatie “Wedergeboorte” werd bovendien weer verboden. Waarna het parlement uiteen ging.

De afgevaardigden kregen niettemin wel het advies in Doesjanbe te blijven voor het geval de situatie uit de hand zou mogen lopen. Een van de weinige parlementariërs die zich tegen deze maatregelen keerde, was cineast Davlat Choedonazarov. Hij zei te betwijfelen of de openbare orde in de republiek, waar veel Russische soldaten zijn gelegerd, wel gehandhaafd kon worden zonder geweld. Hij waarschuwde de Opperste Sovjet daarom dat een burgeroorlog het gevolg zou kunnen zijn van de machtsgreep. Elke poging om zich te wreken op de voormalige leiders zou olie op het vuur zijn, aldus de cineast.

Zijn interventie mocht echter niet baten. In een openbare stemming koos het parlement met overweldigende meerderheid Rachman Nabijev tot zijn nieuwe voorzitter, de belangrijkste politieke functie in Tadzjikistan. Met name politici die zeiden te spreken namens de Russische en Oezbeekse minderheden in het land, ondersteunden zijn kandidatuur expliciet.

Met 59 procent van de nog geen vijf miljoen sterke bevolking zijn de sunnitische Tadzjiken in de republiek weliswaar in de meerderheid, maar de Oezbeken (23 procent) en Russen (10 procent) maken ook een substantieel onderdeel uit van de populatie.

De rentree van Nabijev (61) gisteren was ten dele een verrassing. Nabijev wa van 1982 tot 1985 eerste partijsecretaris in Tadzjikistan maar werd al in het eerste jaar van de perestrojka van Gorbatsjov aan de kant geschoven. Hij bleef niettemin lid van het parlement. Een jaar geleden poogde hij terug te komen aan de politieke top door zich als alternatief op te werpen tegenover presidentskandidaat Machkamov. Dat mislukte toen.