Optiehandelaren verdeeld over automatisering

Handelaren op de Amsterdamse Optiebeurs (EOE) staan verdeeld tegenover het besluit van het EOE-bestuur om een onderzoek in te stellen naar een volledige automatisering van de optiehandel.

Degenen die het er niet mee eens zijn vrezen in de eerste plaats voor hun dagelijkse brood op de plank, want overgang naar een volledige beeldschermhandel kan de kleinere "market makers' en "floor brokers' overbodig maken. De voorstanders van verdere automatisering lijken het tij mee te hebben. Steeds meer is de kostenfactor bepalend in de concurrentiestrijd tussen de verschillende beurzen. Het OEO-onderzoek naar verdere automatisering komt in een tijdsbestek dat de omzetten op deze van de effectenbeurzen afgeleide markt (optie- en termijnmarkt) zwaar onder druk staan door gebrek aan animo en aan koersbeweging in de aandelensector, enkele uitzonderingen daargelaten. Tegenover de afnemende omzetten blijven de bedrijfskosten voor de handelaren onverminderd hoog, vooral door de loonkosten van de op de vloer actieve handelaren en de dure financiering van hun handelsposities.

Overgang op volledige beeldschermenhandel zal aanmerkelijke besparingen mogelijk maken terwijl bij afschaffing van het "open outcry' systeem (het op de handelsvloer uitroepen van koersen en gedane affaires) ook het ruimtegebrek in het EOE gebouw kan worden opgelost.