Opleiding tot huisarts van 2 naar 3 jaar

DEN HAAG, 24 SEPT. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) wil de opleiding tot huisarts vanaf 1993 met één jaar verlengen tot drie jaar. Hij zei dat gisteren bij de presentatie van het Financieel Overzicht Zorg (FOZ) 1992. Volgend jaar zullen de voorbereidingen worden getroffen voor de maatregel waarop al jaren door artsen wordt aangedrongen.

“Je moet in de opleiding meer inbrengen als je de huisarts een sleutelrol in de gezondheidszorg toebedenkt”, aldus Simons, die binnenkort een definitieve beslissing over verlenging van de opleiding zal nemen.

Anderhalf jaar geleden adviseerde een samenwerkingsverband van de acht universiteiten waar huisartsen worden opgeleid de studieduur te verlengen tot drie jaar, omdat twee jaar te kort is om alle taken van de huisarts voldoende aan bod te laten komen. De huisartsenorganisatie LHV bepleitte vijf jaar geleden al een driejarige opleiding. De overheid wilde daar echter geen geld voor uittrekken. Verlenging van de opleiding met een jaar kost ongeveer 20 miljoen gulden. Volgens een woordvoerder van de LHV wordt gezocht naar financiering die de overheid geen extra geld kost.

De opleiding tot huisarts werd in januari 1988 verlengd van een naar twee jaar, mede als gevolg van een richtlijn van de Europese Gemeenschap. Deze richtlijn schreef voor dat op een algemene basisopleiding van zeker zes jaar een specifieke huisartsenopleiding van ten minste twee jaar moest volgen. Omdat daar in Nederland geen geld voor was werd besloten eerst te experimenteren met een tweejarige huisartsenopleiding. Het samenwerkingsverband van universiteiten evalueerde de proef en kwam tot de conclusie dat de studieduur drie jaar moest worden.

Volgens de acht universiteiten zouden de deelnemers aan de huisartsenopleiding in het eerste jaar stage moeten lopen in een huisartsenpraktijk, het tweede jaar zou in het teken moeten staan van een "externe stage'.