Onvoldoende begeleiding en opvang verkeersslachtoffers

DEN HAAG, 24 SEPT. Er is onvoldoende opvang en begeleiding van verkeersslachtoffers. Dat staat in het rapport "Hulpverlening aan verkeersslachtoffers', dat werd opgesteld door de ANWB en de Landelijke Organisatie Slachtofferhulp (LOS) in opdracht van het ministerie van verkeer en waterstaat. Het rapport werd vanochtend aangeboden aan minister Maij-Weggen van Verkeer en Waterstaat.

Per jaar lopen in Nederland 250.000 mensen lichamelijk letsel op in het verkeer. Vijftig procent van de patiënten in revalidatiecentra zijn verkeersslachtoffers. Ongeveer 64.000 gezinnen worden in een jaar tijd geconfronteerd met de gevolgen van een verkeersongeval.

In theorie dekt de verzekering de schade, is de medische opvang geregeld en kan men bij verdere problemen terugvallen op de geestelijke gezondheidszorg. Maar in de praktijk blijken de schaderegelingsprocedures te ingewikkeld, ondoorzichtig en onvoldoende gestandaardiseerd. Ook is volgens het rapport het aantal ter zake kundige schaderegelaars, rechtshulverleners, verzekeringsgeneeskundigen en deskundigen op het terrein van invaliditeit en arbeidsongeschiktheid in Nederland te klein. De deskundige bijstand is voor de slachtoffers onvoldoende toegankelijk en de voorlichting over schaderegelingsprocedures onvoldoende. De medische keuringsprocedures zijn niet gestandaardiseerd. Dat leidt ertoe dat slachtoffers voor hetzelfde letsel door meerdere instanties telkens opnieuw worden gekeurd.

Hulpverleners als huisartsen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers met zijn onvoldoende vertrouwd met de psychische verwerking van een schokkende gebeurtenis. Dat leidt er toe dat niet adequaat wordt gereageerd op de reacties en behoeften van verkeersslachtoffers. Mogelijke verwerkingsproblemen worden hierdoor onvoldoende en in een te laat stadium onderkend. Hierbij speelt ook vaak een rol dat de aandacht voor het lichamelijk letsel de aandacht voor de emotionele problemen aanvankelijk verdringt.

De belangrijkste aanbevelingen in het rapport zijn deskundigheidsbevordering onder de hulpverleners, sterk verbeterde voorlichting naar de slachtoffers toe en een structurele eerste opvang. De bureaus slachtofferhulp van de LOS en de ANWB verzorgen thans de eerste opvang, advisering en zonodig doorverwijzing van verkeersslachtoffers. Dit in nauwe samenwerking met politie en justitie. Volgens het rapport is voor optimale uitvoering van die hulpverlening is op jaarbasis een bedrag nodig van 6,5 miljoen gulden en een eenmalige investering van 450.00 gulden.