Nederlands ontwerp-verdrag Politieke Unie: Veel meer macht voor Europarlement

BRUSSEL, 24 SEPT. Het Europese Parlement krijgt veel meer macht bij de besluitvorming in de Europese Gemeenschap. Het veiligheidsbeleid van de EG moet een aanvulling zijn op de veiligheidspolitiek die voortvloeit uit de verdragen van NAVO en WEU.

Dat zijn de twee belangrijkste punten uit het concept voor het verdrag “Naar de Europese Unie” dat Nederland als voorzitter van de Europese Gemeenschap vanmiddag heeft gepresenteerd. De tekst vormt de basis voor de onderhandelingen die op de topconferentie begin december in Maastricht moeten leiden tot een akkoord over een Europese Politieke Unie. Het is voor het eerst dat in een tekst van de EG wordt verwezen naar de NAVO.

Het Europese Parlement krijgt in het Nederlandse voorstel het recht van veto op alle terreinen waarop de Raad van Ministers met gekwalificeerde meerderheid beslissingen neemt. Medebeslissingsrecht krijgt het Europese Parlement op vier terreinen: wat betreft de kaderprogramma's (onderzoek), het milieu, de ontwikkelingssamenwerking en de "cohesie', de politiek die erop gericht is de solidariteit tussen rijkere en arme lidstaten te bevorderen.

Bij de zogeheten kaderwetgeving, dat zijn de gebieden met een meer algemene strekking, is het parlement gerechtigd tot het mede vorm geven aan de besluitvorming. Wat betreft de justitiële samenwerking in communautaire zin bepalen de ministers van justitie in hoeverre de Europese Commissie zaken mede mag regelen, bijvoorbeeld op het gebied van personenverkeer. Op die wijze kunnen regelingen die in het kader van het verdrag van Schengen zijn geregeld - waarvan niet alle lidstaten deel uitmaken - naar communautair niveau worden getild.

“De gemeenschappelijke veiligheidspolitiek zal aanvullend zijn op de veiligheidspolitiek die voortvloeit uit de verplichtingen die voor sommige lidstaten voortkomen uit de NAVO en de WEU die op substantiële wijze blijven bijdragen aan de veiligheid en de stabiliteit”, zo wordt gezegd in het ontwerp.

Afgelopen vrijdag heeft het Nederlandse kabinet overeenstemming bereikt over de tekst voor het EPU-verdrag, die op basis van suggesties van de lidstaten en de Europese Commissie een aantal belangrijke wijzigingen heeft ondergaan. Aan te nemen valt dat zowel passages over het veiligheidsbeleid als die over het Europese Parlement met name door landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zeer kritisch zullen worden bekeken. Duitsland is groot voorstander van meer macht voor het parlement.

In de aanhef tot het document wordt tegemoetgekomen aan bezwaren van sommige lidstaten doordat communautarisering van buitenlands- en veiligheidsbeleid en justitiële politiek uitdrukkelijk een zaak wordt genoemd van “de Gemeenschap en haar lidstaten, elk overeenkomstig zijn eigen bevoegdheden”. In eerdere versies was alleen sprake van “de Gemeenschap”. Hiermee wordt bedoeld dat er een heel speciale samenwerking tussen de lidstaten ontstaat, die in een later stadium, in 1996, kan worden herzien.

In het ontwerp wordt vastgehouden aan de unitaire structuur van de Europese Gemeenschap, de structuur die de drie instellingen van de EG - Raad van Ministers, Europese Commissie en Europees Parlement - automatisch een rol garandeert bij de besluitvorming, uitgezonderd die op het gebied van de buitenlandse politiek, de veiligheidspolitiek en het justitiële beleid.