Nacht van Schmelzer: gecompliceerde breuk

Bij de presentatie van het boek van H. Notenboom over de Nacht van Schmelzer verklaarde een voormalig lid van het kabinet-Cals, Biesheuvel, dat het niet de Nacht van Schmelzer was, maar de Nacht van Den Uyl. Den Uyl heeft volgens Biesheuvel in augustus 1966 een solide begrotingsplan van Vondeling aan flarden geschoten. Het nieuwe begrotingsplan (met de verandering van Den Uyl) moest wel leiden tot de val van het kabinet. Volgens Biesheuvel zit in een kabinet van confessionelen en socialisten een voortijdig einde ingebakken (1966, 1977, 1982 en wellicht 1991). Biesheuvel spreekt van een repeterende breuk. Kok reageerde woedend op Biesheuvel en nam het terecht op voor Den Uyl.

Het is ongeloofwaardig dat de begroting-Vondeling de oorzaak is van de val van het kabinet-Cals. De begroting van Vondeling was niet minder solide dan de begrotingen van zijn voorganger, de VVD-er Witteveen en van zijn opvolger in het interim-kabinet-Zijlstra. Deze begrotingen werden ook probleemloos "geslikt'.

Tijdens de Nacht van Schmelzer hebben Cals en Schmelzer overleg gevoerd over de KVP-motie die uiteindelijk tot de val leidde. Cals vroeg Schmelzer op de man af of de tien à vijftien KVP-ers die met een motie van wantrouwen van de VVD wilden meestemmen dat ook zouden doen als Zijlstra op de plaats van Vondeling gezeten zou hebben. “Nee”, was het antwoord van Schmelzer. Saillant detail: bij de formatie van het kabinet-Cals had Schmelzer zware druk uitgeoefend op Vondeling om de post van financiën te nemen omdat de KVP geen geschikte kandidaat had.

Het is opmerkelijk dat vijfentwintig jaar na dato de schuldvraag nog steeds tot verhitte debatten leidt.In progressieve kringen ontstond direct na de "Nacht' een regelrechte complottheorie. Rechts Nederland had geen voortvarend rooms-rood kabinet gewild en had onverwachts toegeslagen. Aldus PvdA-fractieleider G.M. Nederhorst. De motie van Schmelzer was een "moord met voorbedachten rade', aldus oud-minister van financiën Vondeling. Opland vergeleek in de Volkskrant de Nacht van Schmelzer met de laffe moord van Brutus op Caesar. Cals versterkte dit beeld door naderhand te verklaren dat Schmelzer te strak dualistisch gehandeld heeft: hij werd overvallen in de Nacht en bovendien zouden de meeste KVP-ers de strekking van de motie niet eens hebben begrepen. De KVP ging vervolgens het land in en legde de schuld bij de sociaal-democraten.

De "moord' kan naar het rijk der fabelen worden verwezen. Als er al sprake is van schuld, dan ligt die zowel bij de KVP, de PvdA als het kabinet. Door het onzorgvuldige financiële beleid had het kabinet zichzelf in de vingers gesneden.

Het kabinet afficheerde zich, dit tot grote ergernis van de Kamer, als de regering van de Grote Mannen, met Plannen tot het jaar 2000. Erg populair was het kabinet dan ook niet bij de katholieke Kamerfractie. De PvdA had flink verloren bij de Provinciale Staten- en de Gemeenteraadsverkiezingen en de openlijke druk die uit de partijgelederen omhoog kwam om een linksere koers te varen (Nieuw Links) of uit het kabinet te stappen werd groot. De KVP op haar beurt was verdeeld: er was een behoudende vleugel die niets voelde voor samenwerking met de PvdA en een links-radicale vleugel die zich wel kon vinden in het voortvarende beleid van de bevlogen Cals. Deze radicalen stichtten in 1968 de PPR. Het was deze verdeeldheid die de onduidelijke motie van Schmelzer veroorzaakte. Als Schmelzer niet een eigen motie had ingediend, die het midden hield tussen een advies en een motie van wantrouwen, dan zouden tien tot vijftien KVP-ers met de motie van Toxopeus (VVD) meegestemd hebben en een scheuring hebben veroorzaakt in de katholieke fractie.

Bovendien: de Nacht kwam niet onverhoeds. De voortekenen waren overduidelijk: zowel Schmelzer, Veringa, Notenboom als de kopstukken van de PvdA lieten in interviews en toespraken weten dat een crisis denkbaar was. In het dagblad Het Binnenhof lekte uit dat Schmelzer zelfs al een lijst had opgesteld met een schaduwkabinet bij een eventuele val van Cals. Biesheuvel zou de geschiedenis meer recht doen als hij niet zou spreken van een repeterende breuk, maar van een gecompliceerde breuk.