Moskou zigzagt bij hervorming

“Terwijl de artsen maar blijven praten, krepeert de patiënt”, zegt de Amsterdamse econoom en sovjetoloog Michael Ellman over de discussies in de (voormalige) Sovjet-Unie over de economische hervorming. De vrees bestaat dat verschillende plannen tot een onhanteerbaar compromis aan elkaar worden genaaid.

De tijden in de (voormalige) Sovjet-Unie zijn dramatisch veranderd. Maar nauwelijks gewijzigd is de Sovjet-gewoonte om de hoogst urgente kwestie van economische hervorming zigzaggend in plaats van frontaal te benaderen. Zo zijn in Moskou niet minder dan drie teams van economen in de slag om inter-republikeinse economische akkoorden te ontwikkelen waarover de staatsraad - Gorbatjsov plus de leiders van de republieken - zich moet uitspreken. Eerst werd in Moskou gedacht aan een akkoord "binnen een week', daarna sprak Sovjet-premier Silajev over een maand en deze week hield Grigori Javlinski het als meest spraakmakende plannenmaker op zes weken.

Gorbatsjov meldde afgelopen dinsdag dat de discussie tot nu toe “een variëteit aan benaderingen” had opgeleverd. Dus wordt in Moskou gevreesd dat de president weer eens probeert diverse plannen aan elkaar te naaien tot een onhanteerbaar compromis. “Terwijl de artsen maar blijven praten, krepeert de patiënt”, aldus de Amsterdamse econoom en sovjetoloog Michael Ellman.

Alle drie economische herstelplannen erkennen de noodzaak van een radicale omvorming van de oude commando-economie tot een open markt-economie. Ook aanvaarden zij alle drie dat de republieken voor politieke onafhankelijkheid kunnen kiezen en dat zij zelf, in plaats van een machtig centrum, hun wederzijdse belangen behartigen. Maar voor het overige zijn er belangrijke verschillen en daarin ligt de kern van het debat over de toekomst van de unie. Of het ontbreken daarvan.

Volgens het plan-Javlinski moet er een sterke en coherente economische unie komen met bijpassende monetaire en budgettaire bevoegdheden, met één overkoepelende centrale bank en één gemeenschappelijke munt. Daarnaast voorziet het plan-Javlinski in "het delen van een gemeenschappelijke economische ruimte" waarbinnen arbeid, kapitaal, goederen, diensten en wat dies meer zij vrij kunnen circuleren.

Veel meer toegesneden op de nationalistische wensen van afzonderlijke republieken zijn de voorstellen van Javlinski's oude collega en huidige tegenstander Stanislav Sjatalin. Die stelt de vorming van een veel lossere economische gemeenschap voor die volledige, geassocieerde of slechts waarnemende leden kent en waaraan zowaar ook Oosteuropese landen kunnen deelnemen.

Sjatalin legt nadruk op het ontwikkelen van marktrelaties binnen iedere deelnemende republiek en tussen de republieken onderling. De leden moeten vrije, onderlinge goederenstromen garanderen maar hoeven er niet dezelfde geldeenheid op na te houden. Degenen die dat wel doen roepen een gemeenschappelijke centrale bank in het leven. Akkoorden tussen de republieken worden onder toezicht gesteld van een unieraad waarvan het voorzitterschap elke zes maanden rouleert onder de leiders van de republieken.

En dan is er nog een derde voorstel, opgesteld door de Russische minister van economie Jevgeni Saburov. Dat houdt zo ongeveer het midden tussen de plannen van Javlinski en Sjatalin. Saburov legt veel nadruk op de liberalisering van de prijzen "met het oog op de wereldmarktniveaus'. Wat Rusland als voornaamste producent en exporteur van grondstoffen goed zou uitkomen. Vandaar dat Saburovs plan wel "de Russische variant' wordt genoemd.

Er hoeft geen twijfel over te bestaan dat de Westerse regeringen de voorkeur geven aan de meer centralistische en "unionistische' aanpak van Grigori Javlinski. Amerikaanse en Westeuropese leiders zonden de afgelopen weken dan ook een discrete maar duidelijk boodschap naar Moskou: als u spoedige en substantiële hulp van ons wenst, moet er een belangrijke mate van centrale controle over de Sovjet-economie blijven bestaan. En op aandrang van Washington besloot het Westen dat de economische bijstand aan Moskou het beste via het Internationale Monetaire Fonds kan lopen. De achterliggende idee spreekt voor zichzelf. Want om toegang tot het IMF te krijgen zullen de Sovjets één centrale bank, één valuta en een redelijke controle over hun budgettaire politiek nodig hebben.

Pag.18:

Sovjetologen: twijfel over centrale aanpak

Intussen blijft er een spannende vraag: hoe verhouden de "centralistische' wensen van het Westen zich tot die van de republieken die tot voor kort de Sovjet-Unie vormden? Marshall Goldman, een econoom en Sovjet-expert, die vorige week uit Moskou terugkeerde, schat de kans op handhaving van één centrale bank en één gemeenschappelijke valuta “niet beter dan één op tien”.

Goldman: “Ik denk dat het er niet veel toe doet wat het Westen denkt. Wie weet besluiten de republieken om helemaal niets gemeenschappelijks te doen.”

EG-commissaris Frans Andriessen werd vorige week nogal hardhandig geconfronteerd met de gewijzigde machtsverhoudingen tussen centrum en republieken toen hij de Oekraïnse hoofdstad Kiev aandeed. Daar toonden zijn gastheren zich gepikeerd omdat de Europese topfunctionaris vertraagd aankwam als gevolg van een uitgelopen gesprek met president Gorbatsjov in Moskou.

“De burgers van de Oekraïne denken dat Gorbatsjov en Moskou nu tamelijk irrelevant voor hen zijn”, zo verklaarde een Oekraïnse parlementariër de ontstemming. Het werd er niet beter op toen Andriessen een Oekraïnse opinie vroeg over het verzoek van Sovjet-premier Silajef aan de EG om deze winter voor zeven miljard dollar voedsel te sturen. “Niemand (in Moskou) heeft ons daarover ingelicht”, aldus de kregelige Oekraïnse bewindsman van buitenlandse zaken Arkadi Zlenko. “Weest u voorzichtig, de heer Silajef zal uw geld gebruiken voor Russische doeleinden.”

De Amsterdamse econoom professor Michael Ellman, een internationaal gewaardeerde expert op het terrein van de plan-economie, koestert voor wat de assistentie aan de Sovjet-Unie betreft eveneens zijn twijfels over een centrale aanpak. “Het plan-Javlinski mikt op een unie met een gemeenschappelijk monetair-financieel beleid en een gemeenschappelijke valuta. Hij denkt daarbij waarschijnlijk aan de voorwaarden die in de toekomst nodig zijn voor een monetair stabilisatieplan dat een eind moet maken aan de hyperinflatie in de Sovjet-Unie. Maar is dat in de huidige situatie realistisch? Zijn de republieken bereid genoeg macht aan het centrum te geven? Ik heb daar mijn twijfels over. En als de republieken het plan-Javlinski niet accepteren, heeft het geen enkele praktische betekenis.”

Volgens Ellman sluit het plan-Sjatalin méér aan bij het verlangen van de republieken naar zelfstandigheid. “Als het plan-Sjatalin het haalt, wordt tamelijk vrijblijvend afgesproken om in de toekomst samen te werken, maar niet veel meer dan dat. Het gaat uit van de hedendaagse politieke realiteit in de Sovjet-Unie. Javlinski's plan gaat meer uit van de wensen van het IMF.”

Bestaat het risico dat nu, net als in de tijd vóór de coup, eindeloos wordt voortgemodderd bij het streven naar één economisch herstelplan?

Professor Ellman denkt van niet. Hij zegt: “Een enorm verschil met een jaar geleden is dat de positie van de Russische republiek enorm is versterkt. Als de republieken het niet eens kunnen worden over een economisch plan is er een goede kans dat Rusland alleen doorgaat met een eigen stabilisatieplan. Het is daar zeker toe in staat. Als dat gebeurt, zijn er mogelijk republieken die zich bij het Russische plan zullen aansluiten. Anderen zullen wellicht een eigen weg gaan. Maar hoe dan ook moet er een besluit worden genomen over de roebel. Blijft die een baken voor alle republieken? Daar zit de grote adder onder het gras. Want als de republieken een eigen economisch beleid gaan voeren met eigen valuta is te verwachten dat de handel tussen de republieken ineen zal storten zoals dat vorig jaar gebeurde onder de voormalige Comecon-leden. Dat is en blijft het grote gevaar. “Daarom is het van groot belang dat in een situatie, die nu al rampzalig is, tenminste de handel tussen de republieken op een redelijk niveau blijft. Wat betekent dat er op een of andere manier een gemeenschappelijke valuta nodig is. Natuurlijk moet het mogelijk blijven dat de republieken naast de roebel een eigen munteenheid gaan gebruiken maar die moet een meer symbolisch karakter krijgen zoals bij voorbeeld het Schotse pond.”

Wat vindt u van de opvatting dat grootscheepse Westerse hulp voor een Sovjet-hervormingsplan alleen mogelijk is als er een centrale uniemacht bestaat om die hulp te verwerken?

Michael Ellman: “Het hangt er van af op welk niveau je de zaken bekijkt. Er heerst bij voorbeeld een reusachtige inflatie in de Sovjet-Unie die het resultaat is van de begrotingstekorten van de unie en de republieken. Zo'n probleem kun je natuurlijk niet gedecentraliseerd oplossen. Daarvoor is een globaal akkoord nodig tussen de unie en de republieken over het monetaire en budgettaire beleid. Maar als het over hulpverlening en economische wederopbouw gaat, is een gedecentraliseerde aanpak meestal beter. Per slot van rekening was het centrum ruim zeventig jaar aan de macht met alle desorganisatie van dien.

“Op regionaal en lokaal niveau is de situatie veel beter te overzien en zijn betere besluiten mogelijk. Neem St. Petersburg dat een goed geschoolde bevolking en een redelijk moderne industrie heeft. Wij zouden die stad kunnen helpen met een behoorlijke hoeveelheid p.c.'s, faxen en kopieerapparaten. Verder kun je er ingenieurs en marketingexperts heen sturen om de produktiecapaciteit te bestuderen en te zien welke produkten er het best kunnen worden gefabriceerd. Dat kan los van Moskou en elke centrale instantie worden bekeken.

“Daar staat een arm gebied als Centraal-Azië tegenover. Als er de komende winter voedselproblemen komen, zullen ze daar waarschijnlijk het eerst ontstaan. Het zou dus goed zijn er nu al medische en voedsel-deskundigen heen te sturen om na te gaan hoe in noodgevallen snel hulp kan worden geboden. Ook daar hoeft geen federale instantie aan te pas te komen. Liever niet zelfs.”

Hoe zwaar weegt in de Sovjet-Unie de Westerse druk om hulp via centrale unie-instanties te kanaliseren?

Ellman: “Op het ogenblik is er economische chaos. Iedere republiek, stad of onderneming probeert zichzelf te redden. Er is weinig aandacht voor wat wordt besloten in Moskou of wordt gezegd in Westerse hoofdsteden. Als Amerikaanse en Westeuropese leiders verzekeren dat de republieken zoveel mogelijk moeten blijven samenwerken in unieverband is dat misschien ook een vorm van conservatisme. Men was gewend te onderhandelen met één centrum en nu moet men dat mogelijk gaan doen met vele republieken. Dat is niet aantrekkelijk.

“Maar wat wil men? In de Oekraïne is bij voorbeeld een machtige politieke beweging die een land wil dat ongeveer zo onafhankelijk is als Nederland van Duitsland. De Oekraïne telt circa vijftig miljoen inwoners, is groter dan Frankrijk of Engeland, heeft veel grondstoffen en kan weer snel een agrarische exporteur worden. Deze republiek moet, als het even kan, handel blijven drijven met Rusland, zeker, maar dit betekent niet dat zij niet onafhankelijk zou kunnen zijn van de Unie. Je kunt altijd zeggen dat er economische nadelen aan kleven maar als de mensen in zo'n land echt onafhankelijk willen, moet je dat accepteren. Het kan niet anders.”

Schuilt er geen paradox in het feit dat juist nu de Westerse regeringen zich opmaken om de Sovjet-Unie grootscheeps te gaan helpen de Westerse banken hun handen van de Unie aftrekken en daarmee de normale handel belemmeren?

Professor Ellman, instemmend: “Inderdaad is de kredietwaardigheid van de Sovjet-Unie extreem laag. Op de tweedehands schuldenmarkt worden Sovjet-leningen verhandeld voor nog maar vijftig tot zestig procent van hun nominale waarde en iedereen verwacht weldra een verzoek om herstructurering van de Sovjet-schuld. De banken zijn niet bereid er nog een cent in te steken en ik kan dat begrijpen. Als we over hulp aan de Sovjet-Unie praten, gaat het dus vooral om hulp van regeringen of met garanties van regeringen. Toch blijven er, los van de huidige kredietwaardigheidsproblemen van de Sovjet-Unie, interessante mogelijkheden voor particuliere investeerders. Je kunt er bij voorbeeld een hotel bouwen en je laten terugbetalen met de deviezen die gasten binnen brengen. Je kunt ook investeren in de grondstoffensector en je laten terugbetalen met grondstoffen. In de houtsector en de landbouw bestaan soortgelijke mogelijkheden. Het voordeel van particuliere investeringen is ook dat ze meestal effectiever zijn. Daarnaast ontvangt het land kapitaal zonder dat de regering allerlei verplichtingen op zich laadt. Grootscheepse inter-gouvernementele leningen, zoals Polen in de jaren zeventig en de Sovjet-Unie in de jaren tachtig ontvingen, zadelden deze landen op met langdurige rente- en aflossingsverplichtingen die een enorme last gaan vormen.”

Bij Westerse krediteuren bestaat vrees dat de Sovjet-schulden van bijna zeventig miljard dollar weldra zullen worden verdeeld over de republieken. Is die vrees terecht?

Michael Ellman: “Als er een echtscheiding komt tussen de republieken wordt een verdeling van de boedel en van de schulden onvermijdelijk. Het is natuurlijk vervelend als je leent aan de Sovjet-Unie en vervolgens schuldeiser van Kazachstan wordt. Maar dat is de realiteit. Wie in 1913 een lening gaf aan het Oostenrijks-Hongaarse rijk moest dat geld in 1920 terugvorderen van afzonderlijke landen.”

Hoe taxeert u de conversiemogelijkheden van de reusachtige Sovjet-defensie-industrie in civiele richting?

Ellman: “Afgelopen december lanceerde Gorbatsjov al een reusachtig conversievoorstel dat een typisch voorbeeld was van een ouderwets staatsplan. Ook bleef de filosofie van het tweevoudige, militaire en civiele gebruik gehandhaafd omdat men er zeker van wilde zijn dat deze bedrijven zonodig weer zouden kunnen omschakelen naar militaire produktie. Maar nu de defensie-industrieën eigendom zijn geworden van de afzonderlijke republieken liggen de zaken radicaal anders. De republieken willen een snelle en volledige omschakeling naar civiele produktie. Want zij zijn meer geïnteresseerd in het verhogen van de levensstandaard van hun burgers dan in het handhaven van de status van grootmacht. Daarom beschouw ik de uitbreiding van de macht van de afzonderlijke republieken als de meest effectieve manier om het militair-industriële Sovjet-complex te beperken. Wie kan daar in het Westen nu bezwaar tegen hebben!”