Mist boven het Kanaal

Het vertrouwen in de Belgische economie herstelt zich schuchter, zo wijzen de nieuwste indicatoren uit. De laatste maanden is er weer sprake van uitbreiding van de investeringen, vooral van buitenlandse bedrijven, en ook de particuliere bestedingen trekken, zij het zeer voorzichtig, wat aan. Vooral de verkoop van auto's draait op een hoog toerental. Dat wordt voor een deel verklaard uit de grote belangstelling van Oosteuropeanen voor Belgische tweedehandsauto's. De sterk gestegen vraag op die markt doet de prijzen stijgen, waardoor de Belgische autobezitter sneller geneigd is zijn auto van de hand te doen en een nieuwe te kopen. Maar bij andere duurzame gebruiksgoederen zijn de particuliere bestedingen nog niet echt goed hersteld, veel minder in elk geval dan de verwachting was.

Wat betreft de inflatie is het vooruitzicht nu dat die over het hele jaar gerekend zal uitkomen op 3,5 procent. Sinds juli ligt het Belgische inflatiecijfer lager dan dat van Duitsland en Nederland, waar accijnsverhogingen ervoor zorgden dat de kosten voor levensonderhoud stevig omhoog gingen. Niettemin wordt er ook in België rekening mee gehouden dat de loonkosten dit jaar zullen stijgen met 6 procent nominaal.

Vrij spectaculair was vorige week het bericht van de Kredietbank dat de Belgische frank de komende jaren waarschijnlijk een van de sterkste munten van het Europese monetaire stelsel (EMS) zal blijven. De lopende rekening vertoont namelijk een duurzaam overschot en het surplus van het effectenverkeer neemt toe.

Jarenlang, vooral na de oliecrisis van 1973, is de Belgische frank een van de slapste valuta van Europa geweest. In de eerste jaren van het EMS nam de waarde van de frank in vergelijking met de Duitse mark met 27 procent af. Het herstel begon pas na de - op het ogenblik veel besproken - devaluatie van februari 1982. Tussen 1983 en 1987 was het verlies van de frank tegenover de mark niet meer dan 4 procent en sinds 1987 is de spilkoers tegenover de mark niet meer veranderd. Toch duurde het tot vorig jaar voordat de frank echt als sterke munt werd erkend. Toen kondigde de regering een strakke koppeling aan tussen de frank en de Duitse mark. Of de frank zijn positie zal handhaven is volgens sommige conjunctuurspecialisten overigens nog maar de vraag. Peter Claes van de andere grote Belgische bank, BBL, vreest dat als Duitsland de schok van de eenwording over een paar jaar te boven zal zijn dat de frank dat niet zal kunnen bijhouden.

Intussen heeft de harde frank op de export van de Belgische industrie merkwaardig genoeg geen negatief effect gehad. Dat komt omdat Duitsland Belgiës belangrijkste handelspartner is. Voor het eerst is het traditionele tekort op de handelsbalans met Duitsland omgeslagen in een overschot. Over het geheel genomen is er op de lopende rekening een overschot van twee procent (van het bnp).

Daarmee heeft het Belgische exporterende bedrijfsleven wel wat achterstand op zijn concurrenten ingelopen, maar toch doet België het nog minder goed dan die concurrenten. Dat blijkt uit een tussentijds verslag dat de CRB, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gisteren heeft gepubliceerd. Dergelijke halfjaarlijkse verslagen moeten worden uitgebracht volgens een in 1989 aangenomen wet “tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen”. De concurrentiepositie van België wordt in die verslagen getoetst aan de hand van vijf criteria: de uitvoerprestaties, de loonkosten, de financiële kosten, de energiekosten en de ontwikkeling van een aantal structurele determinanten, zoals uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling. Als twee van die criteria zich slechter ontwikkelen dan bij de vijf of zeven belangrijkste handelspartners van België, dan kan de regering maatregelen nemen, bijvoorbeeld door ingrepen in de lonen.

De uitvoerprestaties van België zijn sinds jaren slechter dan die van Belgiës voornaamste handelspartners. Toen in maart dit jaar een negatieve ontwikkeling van de loonkosten werd geconstateerd meenden de Belgische werkgevers dat ingrijpen van de regering noodzakelijk was. De vakbonden gingen daartegen in het geweer. Zes maanden later blijkt dat de loonkosten in België vrijwel gelijk verlopen met die in het buitenland en ook voor volgend jaar worden geen grote verschillen verwacht.

Al met al wagen de meeste specialisten zich op het ogenblik niet graag aan al te boude voorspellingen. Het beeld is tegenstrijdig. “Er hangt mist boven het Kanaal”, zo meent Peter Claes van de BBL. Een recent weekbericht van de KB zegt dat de conjunctuur “het hoofd boven water houdt”, maar waarschuwde dat de Belgische economie slechts een “matige groei” kan handhaven, te klein om de werkloosheid terug te dringen.