Irian Jaya (II)

De gegevens waarom het "Koperstad Tembagapura is goudmijn' (NRC Handelsblad, 18 september) van Dirk Vlasblom draait, waren eerder verschenen in de Far Eastern Economic Review van 4 juli 1991. Daarin vindt men ook een uitspraak van een van de directeuren in de VS, Louis Clinton (alles zonder bronvermelding), waarin deze zijn spijt betuigt over onjuist optreden in het verleden. Van dat optreden geeft Vlasblom een voorbeeld: het platwalsen van een groentetuin van de plaatselijke bevolking.

Er is een zeer nauwe samenwerking tussen de onderneming Freeport Indonesia en de Indonesische regering, die de uitvoering van het kolossale project moet veiligstellen. In 1977 pleegde de Papoea-verzetsbeweging OPM onder leiding van Otto Ondowame sabotage aan de slurry-pijplijn, die het koperconcentraat over 120 kilometer naar de kust voert. Als represaille werden van het vliegveld af Timika dorpen aan de Aikwa- en Agimugah-rivier gebombardeerd: zuidelijk van de Ertsberg werden in de dorpen Dila en Kuyuwangi door het Indonesische leger slachtpartijen aangericht. Papoea-militairen (bataljon 753) werkten daar eveneens aan mee. Indonesië geeft het optreden en een aantal doden toe.

Ook met de clandestiene, grote goud-export blijft Vlasblom iets te veel in het vage. Via de Anti-slavery Society in London kan men vernemen dat Greg Pougrain, een Australiër uit Cairns, vanwaar belangrijke technische medewerking aan Freeport Indonesië wordt verleend, heeft gerapporteerd, hoe het goud per vliegtuig wordt weggevoerd vóór de slurry richting Amampere gaat. Het is geen wonder dat het controlerende departementshoofd Pandjaitan van niets weet: bij de slurryvorming hoog in het gebergte wordt het (zwaardere) goud al gesepareerd. Zijn controle begint pas in een later stadium. Er is echter geen reden aan te nemen dat de regeringstop te Djakarta en de Freeport-leiding van niets weten.